Waarom wil iemand kort na Kinderen van de collaboratie en Wil van Jeroen Olyslaegers nog een boek over een collaborateur schrijven? Het is een vraag die ik me ben blijven stellen tijdens het lezen van De opgang van Stefan Hertmans, en waar ik geen antwoord op heb gevonden. Nu, ja, Hertmans zegt zelf natuurlijk wel een persoonlijke reden te hebben: hij woonde in Gent een tijdlang in hetzelfde huis als Willem Verhulst, de Vlaamse SS'er wiens biografie hij bij elkaar probeert te ...

Waarom wil iemand kort na Kinderen van de collaboratie en Wil van Jeroen Olyslaegers nog een boek over een collaborateur schrijven? Het is een vraag die ik me ben blijven stellen tijdens het lezen van De opgang van Stefan Hertmans, en waar ik geen antwoord op heb gevonden. Nu, ja, Hertmans zegt zelf natuurlijk wel een persoonlijke reden te hebben: hij woonde in Gent een tijdlang in hetzelfde huis als Willem Verhulst, de Vlaamse SS'er wiens biografie hij bij elkaar probeert te puzzelen. Maar iedereen die De opgang leest, kan enkel vaststellen dat dat een gimmick is. De scènes waarin Hertmans zelf door dat huis wandelt, zijn in ieder geval geforceerd en oninteressant. De schrijver heeft eigenlijk ook niet zo veel interessants over Verhulst te melden. Het personage past volledig in de denkschema's die elke - of toch bijna elke - lezer voordien al in zijn hoofd had zitten, en Hertmans wijkt daar geen millimeter van af. Verhulst is een klootzak, dat u dat maar weet. Zijn echtgenote, Mientje, is veel boeiender: een goede, gelovige vrouw die toch nooit helemaal met haar man breekt. Het zwaartepunt van het boek komt daardoor heel natuurlijk bij haar te liggen, hoewel Hertmans helaas langer over Verhulst blijft doorgaan. Een andere reden waarom ik me bleef afvragen waarom De opgang per se geschreven moest worden, was dat ik even daarvoor Het boek Daniel van Chris De Stoop las. Het zijn wellicht de twee belangrijkste boeken die dit najaar in Vlaanderen zijn verschenen. De Stoop slaagt overal waar Hertmans mislukt. Elke pagina is doordrongen van de persoonlijke reden waarom hij dat boek schreef: hij doet verslag van het proces van de moord op zijn oom. Daniel was een oude, eenzame boer die in het zuidwesten van België woonde. Hij werd in 2014 vermoord door wat volgens journalistieke clichés 'hangjongeren' heet, en wat volgens de clichés van lezersfora 'straattuig' is. De secure manier waarop De Stoop die jongeren op zijn beurt neerzet, is meesterlijk. Hij laat ze zien in al hun gruwel en domheid, maar schetst ook het onfortuinlijke milieu waarin ze groot zijn geworden. De Stoop laat zijn lezer helemaal alleen met de vraag of hij medelijden of haat moet voelen, terwijl Hertmans, zeker na het einde van de oorlog, het niet kan laten om nog goed eens aan te zetten wat voor een onnozelaar Verhulst was. Het verschil is groot.