Vanwaar uw fascinatie voor J.M.H. Berckmans?
...

Vanwaar uw fascinatie voor J.M.H. Berckmans? Chris Ceustermans: Ik heb zijn werk leren kennen in mijn studententijd. Toen las ik bitter weinig Nederlandstalige literatuur, maar ik herinner me de lancering van het literaire tijdschrift Gierik/NVT (tegenwoordig G., nvdr) met als thema 'non-conformistische literatuur'. Zoals dat hoorde liep de voorstelling danig uit de hand, in een pop-upcafé vol geroezemoes. Maar toen zijn boezemvriend Geert Breës op het podium Berckmans' bijdrage voorlas, Kaddisj voor een groene rat, ging er een zindering door de ruimte. De muzikaliteit van die tekst! Het was een ritmische pletwals die over alle white noise heen denderde. Ik had Berckmans al een kleine cameo gegeven in mijn debuutroman De boekhandelaar, en daar werd ik door zijn vrienden op aangesproken. Zij kwamen op hun beurt aanzetten met verse anekdotes, en zo is het plan voor een biografie gegroeid. Bent u op lacunes gestoten? Blanco periodes in zijn leven waarover u geen informatie vond? Ceustermans: Niet echt, Berckmans was een gedreven briefschrijver. Daar begon hij al op de middelbare school mee, en hij bleef zijn hele leven correspondenties onderhouden. Dat is dankbaar materiaal voor een biograaf. Ook zijn Italiaanse periode - van 1981 tot 1986 was hij daar handelsvertegenwoordiger in schoenen - is goed gedocumenteerd. In 1975 kreeg hij een jaar lang een psychiatrische behandeling, deels in instellingen, deels bij zijn ouders thuis. Naar eigen zeggen zat hij toen onder de pillen en bracht hij zijn tijd catatonisch door, zittend op een stoel. Op een paar vreemde kettingbrieven na heeft hij toen niets geschreven, maar hij is er later wel uitgebreid op teruggekomen in zijn literaire werk. Hebt u zijn medische dossiers kunnen inkijken? Ceustermans: Ik heb met een paar van zijn psychiaters gesproken, voor zover hun beroepsgeheim dat toeliet, maar de dossiers zelf zijn grotendeels verdwenen. Alleen de familie kan medische dossiers opvragen. Als dat niet gebeurt, worden ze na dertig jaar vaak vernietigd. Wat heeft u echt verrast? Ceustermans: Hoe eenzijdig ons beeld van Berckmans is. Hij wordt vaak weggezet als schrijver van korte verhalen, maar zijn oeuvre is veel ruimer dan dat. Zijn veelzijdigheid maakt indruk. Hij was zowel in zijn leven als in zijn literatuur een vat vol tegenstrijdigheden. Iedereen kent de baldadige, zelfdestructieve Berckmans, maar tegelijk was hij ook een heel warme man en een trouwe vriend. In zijn teksten is de invloed van Samuel Beckett merkbaar. Berckmans kon heel donker en schrijnend schrijven, maar dan pareerde hij dat met een onnozel kinderrijmpje of zelfs een reclameboodschap. Dat past bij zijn geïmplodeerd zelfbeeld: in de spiegel moet hij een gebroken man hebben gezien, en zijn hele leven heeft hij in de taal naar vormen gezocht om die scherven met woorden te lijmen. Telkens opnieuw experimenteerde hij met genres, van ontroerende brieven aan zijn ouders tot pandemonische jazzteksten. Dat maakt zijn oeuvre zo avontuurlijk om te lezen. In de Canvas-documentaire Weerwolven, waarin Dimitri Van Zeebroeck hem door de nacht volgt, krijgt de kijker het beeld voorgeschoteld van een wauwelende dronkaard. Tot hij zijn teksten voorleest, dan klinkt hij plots glashelder. Kwam hij tot leven in zijn taal? Ceustermans: Precies, opnieuw die contradictie. Deels door zijn gebitsprobleem, of beter gezegd door zijn gebrek aan gebit, was hij vaak onverstaanbaar. Of hij ratelde een eind weg in plat Kempisch. Tegelijk was hij de eloquentie zelve: zijn Nederlands was prachtig, en hij sprak vloeiend Duits en Italiaans. Net zoals hij in zijn werk de meest scatologische praat tegenover citaten van obscure filosofen plaatste. Wat blijft er over van zijn literaire erfenis. Ziet u volgelingen in de Vlaamse scène? Ceustermans: In deze gladde en commerciële tijden is nog weinig plek weggelegd voor poètes maudits. Berckmans' kunstenaarschap was ook geen keuze, het leven heeft hem die richting uitgeduwd. Schrijven was de enige manier waarmee hij zich staande kon houden, waarmee hij de knopen in zijn brein toch enigszins kon ontwarren. Ik merk dat veel jonge auteurs hem koesteren. Een dichteres als Delphine Lecompte kan als een erfgenaam bestempeld worden. Ook haar poëzie geeft mooi gestalte aan een innerlijke verscheurdheid.