Daar moeten we op klinken. Za zdaróvye!
...

Daar moeten we op klinken. Za zdaróvye! Dominique Biebau: Dank u. Het is een welgekomen verrassing. Ik heb dit boek in amper vier maanden geschreven, grotendeels op de trein. Ik ben leerkracht Nederlands en spoor dagelijks van Leuven naar Kappelle-op-den-Bos. Onderweg schrijf ik. Dit boek móést eruit, het is gebaseerd op een kortverhaal dat al tien jaar in mijn la lag. Waarom liet u het zo lang liggen? Biebau: Ik voelde me er schuldig over dat ik mijn hoofdpersonage datgene aandoe waar ik - toen mijn kinderen nog klein waren - zelf doodsbang voor was: je kind ergens vergeten. Ik schreef het verhaal indertijd aan de keukentafel, 's nachts, terwijl mijn gezin sliep, met Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt op de achtergrond. De vele hoofdstukjes in Russisch voor beginners zijn een gevolg van die vrij korte schrijfsessies. De beknoptheid van die hoofdstukken drijft het ritme van het verhaal op, waarin de mysterieuze dood van Diederik wordt opgelost. Diederik is de echtgenoot van Lore. In de cursus Russisch voor beginners, ergens in Leuven, ontmoeten ze Maarten. Het klikt. Tijdens een trip naar de grotten van Perm sterft Diederik. Maarten is verbouwereerd. Lijkt u op Maarten? Biebau: Hij vertoont trekjes waar ik sympathie voor voel en die ik herken: ik bewonder koppigaards die voluit voor hun zaak strijden, maar ik heb evengoed respect voor de lamstralen die de zaken ontlopen en alles passief ondergaan. Maarten ondergaat het leven. Tot hij plots de sleutel in handen krijgt om het raadsel rond Diederiks dood op te lossen. 'Dit wonderlijk spitsvondige misdaadverhaal vol aforismen, oneliners en onderkoelde humor spiegelt zich aan Agatha Christie', schrijft de jury van de Knack Hercule Poirotprijs. Klopt dat? Biebau: Helemaal. Als tienjarige verslond ik alles van Agatha Christie. Elke week trokken we met ons gezin naar de bibliotheek van Waregem en zeulden tassen vol boeken mee. Lezen was mijn brandladder om de werkelijkheid te ontvluchten en dan, uren later, met zakken vol wijsheid terug te keren. Ik had een spraakgebrek en was daardoor een nogal verlegen kind. Mijn zus spoorde me aan tot schrijven. Met het essay dat ik als zeventienjarige voor Foster Parents schreef, won ik zelfs - gek genoeg - een televisie. (lacht)Deze roman speelt in Rusland, uw vorige misdaadroman situeerde u in IJsland. Waar trekt u voor het volgende boek naartoe? Biebau:Engeland, denk ik. En nee, daarvoor hoef ik niet het Kanaal over. Met Google Streetview dwaalde ik uren door Perm. Dat volstond. Ik schrijf fictie, hè. Belangrijker dan dat alles verifieerbaar is - in een tijd waarin verhalen meer worden geloofd dan feiten - is de taal. Thrillers zijn soms geschreven in een banale taal. Dat vermijd ik. Elke platte zin schrap ik. Ooit wil ik een verhaal schrijven met het oeuvre van Edgar Allan Poe als uitgangspunt. Wat een literaire schatkamer is me dat! Maar eerst genieten van de prijs. Nadat ik mijn vader had verteld dat ik de Knack Hercule Poirotprijs gewonnen heb, las hij voor het eerst een boek van me. Tja, de West-Vlaamse ziel.