Ergens in Granada, in een smal steegje in de oud-Joodse wijk Realejo, bevindt zich volgens de stadslegende een wormgat, een portaal dat je naar een ander tijdperk brengt. Wanneer we ervoorbij zijn is onze gids, de Argentijns-Spaanse schrijver Andrés Neuman, ervan overtuigd dat we een sprong in de tijd hebben gemaakt.
...

Ergens in Granada, in een smal steegje in de oud-Joodse wijk Realejo, bevindt zich volgens de stadslegende een wormgat, een portaal dat je naar een ander tijdperk brengt. Wanneer we ervoorbij zijn is onze gids, de Argentijns-Spaanse schrijver Andrés Neuman, ervan overtuigd dat we een sprong in de tijd hebben gemaakt. 'Welkom in de nabije toekomst, vrienden. Welkom in de wereld na de klimaatramp.' Neuman grijnst, en door zijn messiaanse baard en halflange haren gun je hem het voordeel van de twijfel. Ook de thermometer geeft hem gelijk: al wekenlang kreunt Granada onder een moordende hitte. Neuman lijkt er geen last van te hebben. Kwiek stuift hij door de smalle steegjes terwijl hij honderduit vertelt over zijn persoonlijke band met de wijk. Eerste halte: het standbeeld dat in de volksmond ten onrechte 'El Moro' wordt genoemd. 'De tulband zorgt waarschijnlijk voor verwarring, maar dit is de Joodse vertaler Judah ben Saul ibn Tibbon. Merk op hoe hij zijn manuscript als een toorts boven zijn hoofd houdt, alsof het woord zijn pad verlicht. Ik ben blij dat ik als achtjarige ben terechtgekomen in een wijk waar zo veel talen werden gesproken, waar het woord handelswaar was. Zonder vertalers zijn we niets, zonder vertalers was jij niet naar hier gekomen om met me te praten.' Het zal wel geen toeval zijn dat Neumans oeuvre wemelt van de taalkundige vertellers. Maar voor ik hem kan ondervragen over zijn kloeke romans De eeuwreiziger en het recente Breuk, troont hij me mee naar een grimmiger plek: het politiekantoor waar hij als tiener elk jaar angstvallig moest wachten op zijn verblijfsvergunning. 'Mijn ouders, allebei muzikanten, zijn in 1985 uit Buenos Aires gevlucht. De militaire dictatuur was dan wel ten einde, ze vertrouwden het zaakje niet. Mijn tante werd ontvoerd en gefolterd, en mijn ouders wilden ons een betere toekomst geven. We hadden het niet breed. Ik herinner me nog dat mijn ouders hun huis in Buenos Aires verkochten, fel onder de marktprijs, en hoe in de week voor ons vertrek alle buren in onze spullen kwamen snuisteren en ons meubilair voor een prikje kochten. Mijn broer en ik mochten elk één stuk speelgoed houden, de rest werd verkocht tegen rommelmarktprijzen. 'In Granada werd ik een banneling. Ik dacht dat de taalbarrière wel zou meevallen, maar zodra ik op school mijn mond opendeed, werd ik bespot om mijn accent. Thuis sprak ik de Argentijnse variant, op straat leerde ik het lokale Spaanse dialect praten. Met die tweespalt groeide ook een kloof in mezelf. En dan heb je nog de taboes waar elke cultuur mee kampt. In Argentinië hield je het best je mond - de dictatuur had overal spionnen - maar hoe konden we de pijnlijke stiltes in Spanje begrijpen? Het was de erfenis van Franco: buren die elkaar meden, doodgezwegen familieleden die aan de verkeerde kant gesneuveld waren, overheden die nog doordrongen waren van franquistische sympathieën. Het kostte heel wat moeite om de stilte tussen de regels te horen.' Ook dat is een thema in Neumans werk: de buitenstaander, de eeuwige vreemdeling die aan de rand van de samenleving gedoogd wordt maar des te scherper naar binnen kan kijken. Vooral zijn laatste roman Breuk verbijstert. Een poëtisch maar vlot geschreven en wereldomspannend verhaal, over een eenzaat die vecht tegen zijn traumatische verleden. Neumans stilistisch sterke oeuvre met maatschappelijke ondertoon wekte mijn nieuwsgierigheid en dreef me naar Granada.'Een van mijn voorouders was een Oost- Europese Jood die net voor de vorige eeuwwisseling wilde ontsnappen aan de Russische dienstplicht, wat een eufemisme is voor pogrom. Alleen de Joden moesten het leger in, en toevallig lagen de militaire trainingskampen in Siberië. Het was niet de bedoeling dat je levend terugkeerde. Hij maakte de overtocht naar Argentinië - of hij een paspoort heeft gekocht of gestolen, is niet duidelijk - waar hij zich integreerde in een Joodse enclave en de naam Neuman aannam. Letterlijk vertaald betekent dat 'nieuwe man' - hoe mooi wil je het hebben? Net omdat hij geen andere papieren meer had, kan ik zijn oude naam niet meer spellen, maar 'Chazatsky' komt aardig in de buurt.' Op een nijdig klimmetje keert Neuman de rollen even om: 'Ken je Eduardo Halfon, de auteur van Duelo?' 'Ja', antwoord ik. 'Ik mocht hem een paar keer interviewen. De Poolse bokser is een meesterwerk.' 'Ik ben niet zo verknocht aan mijn Joodse roots, maar Eduardo heeft diepgravend onderzoek naar zijn voorouders gedaan. Het is een vast thema in zijn verhalen. Op een literair festival zaten we er in een hotellobby uitgebreid over te praten, toen een journalist erbij kwam zitten en we ons gesprek prompt officieel "de Joodse lobby" noemden. Best een goede naam voor literaire bannelingen met Joodse roots. Tenminste, dat vonden wij. Anderen konden er minder om lachen.' Opnieuw die speelse grijns om zijn lippen, en opnieuw ben ik op achtervolgen aangewezen: Neuman raast over de kasseien. Hij laat me het gebouw zien waar Joe Strummer een paar jaar woonde - 'Granada heeft dit pleintje naar hem vernoemd, maar fans van The Clash blijven het straatnaambord pikken' - en houdt halt bij het appartement waar hij De eeuwreiziger schreef. In die turf uit 2009 komt Hans, vertaler en reiziger, in het begin van de negentiende eeuw aan in Wandernburg, een slaperig Duits stadje. Eerst wil hij er maar enkele dagen blijven, maar de stad en haar fascinerende inwoners laten hem niet gaan. Hij raakt in de ban van de knappe Sophie, die een salon uitbaat waar intellectuelen debatteren over de toekomst van Europa, en van een arme orgelspeler die in een grot woont. Tel daarbij een gemaskerde aanrander die door de smalle straten dwaalt en je krijgt een boeiende hervertelling van de grote Europese romans waar Thomas Mann een patent op had. Maar voor Neuman begint het verhaal bij zijn moeder. 'Kijk, daar op de derde verdieping stond mijn bureau. Mijn raam keek uit op deze steeg, die 'Escutia' heet. De naam komt van 'escucha', Spaans voor 'luisteren'. Tijdens elke schrijfsessie dwong ik mezelf om naar het verleden te luisteren. Ik herinner me hoe mijn moeder de Winterreise van Schubert moest inoefenen. Ik raakte gefascineerd door die periode in de Duitse geschiedenis. Als Latijns-Amerikaan wist ik amper iets over grote denkers zoals Hegel en Schopenhauer, de politieke tumulten, het begin van de industrialisering, en het opkomende nationalisme en antisemitisme die uiteindelijk tot een wereldbrand zouden leiden. Net die nieuwsgierigheid is een goed uitgangspunt om een roman te schrijven. Ik bundelde alle genres uit die tijd. De eeuwreiziger is een politieke en een filosofische roman, maar het is ook een gothic novel en een thriller. En natuurlijk kon de erotische component niet ontbreken. De brieven die Hans en Sophie elkaar schrijven kunnen zo uit Les liaisons dangereuses komen. 'Au fond gaat de roman over Hans, een einzelgänger die wanhopig op zoek is naar verbinding maar gedoemd is door Europa te reizen. Het stadje waar hij belandt, heet niet zomaar Wandernburg (letterlijk vertaald: dwaalburcht of zelfs dwaalgevangenis, nvdr), en is vanzelfsprekend geënt op Granada. Je hebt zelf ervaren hoe labyrintisch de stad is. Alle straten en stegen staan haaks op elkaar en om de hitte te weren, bouwden de Moren hun huizen opzettelijk dicht tegen elkaar. Zo creëer je schaduw, maar verlies je ook het overzicht. Ik loop hier nog elke week verloren.' We hebben een terrasje gevonden. Naast de koele cervezas krijgen we ook tapas, de gratis aperitiefhapjes die de Andalusiërs tot een culinaire kunst hebben verheven. 'De tapasbordjes dienden vroeger om je drankje mee af te dekken zodat er geen wespen of vliegen in kropen. Veel bezoekers denken ten onrechte dat tapas een toeristenval zijn - zodra je ze hebt aangeraakt, moet je betalen - maar voor de studenten zijn ze een goedkoop avondmaal. Een paar biertjes en je hebt gegeten. Trouwens, hier hoef je niet te vriendelijk te zijn. De obers zijn notoir bars, Parijse kelners zijn er niets bij. Dus geen 'por favor', zeg gewoon wat je nodig hebt. Een koffie. Een tinto de verano. Het is een zakelijke transactie, geen huwelijksaanzoek. Granada staat bekend om zijn grauwe humor. Als je vraagt hoe het met iemand gaat, is het antwoord gegarandeerd: "Duidelijk beter dan met jou." En dan moet jij met een nog grovere belediging komen, ter vermaak van de omstanders, tot het steekspel eindigt in een gezamenlijke lachpartij.' Tussen de gegrilde sardines en de geroosterde aardappelen ligt Breuk, de roman waarin Neuman het verhaal van Meneer Yoshie Watanabe vertelt. Als kind overleefde Yoshie de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, en om aan dat trauma te ontsnappen reist hij als volwassene de wereld rond. Eerst als handelsreiziger, daarna als hoofd van een televisiefabrikant. Yoshie belichaamt de economische wederopstanding van het naoorlogse Japan, maar wanneer hij in Tokio van zijn pensioen geniet, davert de stad op haar grondvesten. Een tsunami overspoelt de kerncentrale van Fukushima en opnieuw wordt Yoshie bedreigd door atoomkrachten. Voor de laatste keer vertrekt hij op reis, vastberaden om de spoken uit zijn verleden recht in de ogen te kijken. Na het achttiende-eeuwse Duitsland koos Neuman opnieuw voor een exotisch decor. Maar waarom? 'Net omdat Japan zo ver van Argentinië ligt. En ook niet. De wereld is belachelijk klein geworden en ik ben gefascineerd door het misplaatste idee dat al die verre rampen geen gevolgen hebben voor ons. Wanneer radioactief afval in zee stroomt, raakt ons dat allemaal - de zee kent geen grenzen: de besmetting is ondertussen aangespoeld in Hawaï. Hoewel ik de klimaatcrisis in Breuk maar zijdelings vermeld, is dat probleem van dezelfde orde. Hoelang zullen we blind zijn voor de stijgende temperaturen, de droogtes en overstromingen over de hele wereld? Waarom blijven we naïef denken dat westerse landen buiten schot zullen blijven? Als we onze verzamelde rijkdom niet snel inzetten op transitie, rest ook ons de woestijn. 'Ik zat op 11 maart 2011, de dag van de zeebeving in Sendai, in een Parijse hotelkamer verschrikt tv te kijken. 11 maart is ook de dag waarop in 2004 de aanslagen in Madrid plaatsvonden, en in mijn hoofd knetterde het van de verbindingen. Bijna meteen zag ik Yoshies hele leven voor me: almaar op de vlucht, almaar op zoek naar rust in wereldsteden als New York, Parijs en Madrid, almaar gedwongen om weer zijn koffers te pakken. Net als Hans is Yoshie de eeuwige banneling, de Japanse versie van de wandelende Jood. Ik heb hem in elke stad een lief gegeven en ik laat die vrouwen telkens aan het woord, zodat de lezer een inkijk krijgt in de enigmatische Watanabe. Want hoe mysterieus de Japanse zeden ook voor ons overkomen, niets menselijks is hem vreemd.' Voor De eeuwreiziger deed Neuman jarenlang historische research, maar bij Breuk hoefde dat niet, ook al krijg je het idee dat hij het land van de rijzende zon en de Japanse taal door en door kent. 'Wat moest ik in Japan gaan doen? Dezelfde knullige notities nemen die elke toerist maakt en terugkomen met een notitieboekje vol clichés? Het duurt decennia voor je zo'n samenleving leert kennen, en daar heb ik de tijd en zeker het geld niet voor. Ik heb ook geen Japans geleerd, dat is onbegonnen werk. Voor de woordgrapjes die ik in Breuk maak, heb ik een paar leraren Japans gevraagd wat de meestvoorkomende fouten zijn en daar de komische effecten uit gepuurd. Zo kent het Japans amper een verleden tijd - een mooi symbool voor Yoshies stilzwijgen over zijn traumatische jeugd - en verhaspelen Japanners steevast dezelfde woordcombinaties in het Engels. Daarom vraagt Yoshie in een Amerikaanse bioscoop naar 'cock porn', tot ontzetting van de popcornverkoopster.' Behalve naar de breuklijnen in de aardkost verwijst de titel Breuk ook naar de Japanse traditie kintsugi, waarbij gebroken theekopjes hersteld worden met goudlijm om zo de barst in de verf te zetten - imperfecties kunnen net de schoonheid versterken, maar bij Yoshie is het dubbel. Hij breekt vrouwenhart na vrouwenhart, maar Yoshie raakt nooit over zijn eigen trauma heen: de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. 'Maar hoe beschrijf je de gruwel van een kernaanval?' 'Daarvoor heb ik gebruikgemaakt van Hiroshima Notes, een boek van Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë waarin hij de overlevenden een stem geeft. Japan voelde zich diep vernederd door de verloren oorlog en er ontstond een zwijgcultuur, deels uit schaamte, deels opgelegd door de Amerikaanse bezetter. Daarom noemt Japan het een "ramp" en niet "een oorlogsdaad die 250.000 mensenlevens kostte". Oë stuitte op veel verzet toen hij getuigenissen verzamelde. De slachtoffers hadden geen zin om het allemaal op te rakelen en ze waren binnen hun samenleving al gestigmatiseerd. Niemand wilde trouwen met een vrouw die mogelijk bestraald was, uit angst voor misvormde kinderen. Zijn Hiroshima Notes boden me veel inzicht in het naoorlogse Japan. 'Je zult me misschien niet geloven, maar ik heb Oë ontmoet, op een literair festival. Ik zat in de hotellobby te praten en plots stond hij aan de receptie, een beetje in de war, want hij was zijn kamernummer vergeten - niet ongebruikelijk voor een man in de tachtig. Dus heb ik hem volledig starstruck naar zijn kamer begeleid. Toen wist ik het zeker: Breuk moet geschreven worden.'