Opinie

Jean-Marie Dedecker (LDD)

‘Belgisch paviljoen op wereldexpo lijkt wel een pronkstuk van Guust Flater’

Jean-Marie Dedecker (LDD) Voorzitter van LDD en lijstduwer op de N-VA-Kamerlijst in 2019

Petit pays, petit esprit.‘ Jean-Marie Dedecker bezocht het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Dubai, en is niet onder de indruk.

Ons vorstenpaar gaat straks naar de Wereldexpo in de Arabische Emiraten. Van de poppenkast in Laken naar de grot van Ali Baba in de zandbak van Dubai. Waarschijnlijk met eerst een ommetje via de sultan van Oman en dan pas naar sjeik Mahtoum (want gekroonde hoofden hebben ook hun jetset) om uiteindelijk een hoofs bezoekje te brengen aan het Belgisch paviljoen.

Belgisch paviljoen op wereldexpo in Dubai lijkt wel een pronkstuk van Guust Flater.

Het gigantische Expopark is opgedeeld in drie hoofddistricten: het opportunity district, het sustainabilty district (duurzaamheid) en het mobiltity district. Ons landje koos er voor om in dit laatste gedeelte een paviljoentje op te trekken om het te promoten als het Mekka van mobiliteit en transport: “Belgium is moving“. Merkwaardig voor een landje waar je vroeger sneller vooruit kwam met de postkoets dan vandaag met een zwerfwagen, en waarvan de minimetropolen Brussel en Antwerpen uitgeroepen zijn tot de filehoofdsteden van Europa. Een landje waar de jaarlijkse economische kostprijs van die congestie geraamd wordt op 4,3 miljard euro. Een landje waar het wegennet zo lamentabel is dat het Wereld Economisch Forum het rangschikte op de 46ste plaats van de wereldranglijst voor wegeninfrastructuur, zelfs na Rwanda en Swaziland (39ste) terwijl al onze buurlanden in de top 20 staan en Nederland zelfs op de 5de plaats. Een landje waarin de nationale luchthaven van Zaventem eerder geboycot wordt door de Brusselse rentmeesters dan gesteund, en waar de NMBS eerder een tewerkstellingshub is voor vakbondslui dan een vervoersmaatschappij. Sporen is er zelfs altijd een beetje avontuur.

Het Belgisch paviljoen in Dubai is een optrekje van vier bouwlagen, versierd met groenbekleding en een fraai houten frame. Het heeft 11 miljoen euro gekost. Acht miljoen euro opgehoest door de belastingbetaler en drie miljoen door een resem sponsors. Op het gelijkvloers wordt een oerklassiek frietkot uitgebaat, naast een cliché wafelkraam en een even obligate pralinewinkel.

We zijn toch zo origineel, Sire.

De Zwitserse chocolade werd er door de bezoekers van de expo verkozen tot beste lekkernij, maar als underdogvolkje malen we daar niet om, deelnemen is belangrijker. We worden aan de ingang van ons nationaal optrekje verwelkomd met een halal speculooskoekje van sponsor Lotus en een roedel van een achttal levensgrote displays van onze nationale helden. Nafi Thiam, het olijke duo baron Dirk Frimout en burggraaf Frank De Winne en baron Eddy Merckx openen de rij.

'Belgisch paviljoen op wereldexpo lijkt wel een pronkstuk van Guust Flater'
© Belga

Onze wielerkampioen is nationaal erfgoed en hopelijk komt hij zelf niet, want in het kader van monumentenzorg zouden ingrijpende werkzaamheden nodig zijn om het kladwerk van de tekenaar levensecht te maken. De rij sluit af met de nobele onbekende Luikse professor Michaël Gillon die blijkbaar het “Speculoos telescoop project” geleid heeft. Of dit iets met Lotuskoekjes te maken heeft heb ik de lieftallige hostesjes niet durven vragen. De Frans-Marokkaanse CEO van Solvay, Ilham Kadri flankeert de Luikse bolleboos. Naast Vlaamse, Waalse, en Brusselse pariteit moet de gender- en multiculturele balans ook in evenwicht zijn.

We zijn toch zo lief voor mekaar, Sire.

Je komt dan via een roltrapje in de tentoonstellingsruimte op niveau twee onder een lichtdakje door. Het moet een verbindingsstuk uit het belegen Atomium van Expo 58 voorstellen. Je loopt er onmiddellijk tegen de rode Ridleyfiets van werelduurrecordhouder Viktor Campenaerts aan. Een revelatie voor de zandstuivers, want een fietser in Dubai is een grotere zeldzaamheid dan een dromedaris in de Vlaamse Ardennen. Viktor boven, Eddy beneden, België fietsland. Valse schijn. De aanleg van de fietssnelweg aan onze Oostkust wordt al jaren gesaboteerd door doorgeschoten boomknuffelaars van het Vlaams Agentschap Natuur en Bos. In De Panne aan de Westkust mag men eindelijk beginnen met de aanleg van een missing link met een fietspad dat al 20 jaar geleden goedgekeurd werd door wijlen minister Steve Stevaert. En men is er nu nog op zoek naar een stratenmaker die aan de absurde groene bemalingseisen kan voldoen. In Diksmuide, in het hinterland van onze kust, mag men na zeven jaar bakkeleien eindelijk de aanbesteding opstarten voor een stukje ringweg, omdat er nu amfibietunnels aangelegd worden voor de kamsalamander en de knoflookpadden, en omdat men eindelijk amberkeurig straatlicht gevonden heeft dat de vleermuizen niet desoriënteert. Nu is het nog wachten op wegwijzers voor onze diertjes.

Vlak naast fietsende Viktor kan je een mini-autootje, een camionneke en een drone verschuiven naar de hoeken van een wit speeltafeltje onder het motto “Making transport more sustainable”. Beschamende kinderlijke oubolligheid. De wanden zijn er versierd met zwart-wit tekeningen van historische herkenbare plaatsen volgens het drieledig Belgisch compromismodel: van de pier in Nieuwpoort, over de Brusselse markt tot de scheepslift van Strépy. Niettegenstaande Vlaanderen instaat voor 83% van onze export wordt aan de haven van Luik evenveel aandacht bemeten als Zeebrugge, Gent en Antwerpen samen.

De weegschaal van het communautaire compromis moet in evenwicht zijn, nietwaar Sire?

De wandtekeningen zijn doorspekt met kleurrijke stripfiguurtjes: Suske & Wiske, Marsupilami, Nero, de Smurfen, Jommeke en de professoren Gobbelijn en Barabas, of Lucky Luke flanerend op Joly Jumper langs het Albertkanaal, evenals Robbedoes in ruimtepak… Kuifje vind je er niet, hij is nochtans op de maan geweest. De rechten voor de reproductie van Tintin zijn waarschijnlijk te duur of de erfgenamen van Hergé te beschaamd om in dit schouwspel te figureren.

In het Amerikaans paviljoen word je bijvoorbeeld op het scherm verwelkomd door vice-presidente Kamala Harris. Je schuift op een loopband voorbij Graham Bell, Martin Luther King, Steve Jobs… en je wordt uitgeleide gedaan bij een maanlander en de echte Space X van Elon Musk. In onze veredelde frituur loop je door een videoprojectie als een overjaarse belegen stripcorridor, en eindig je op het dak met het schaamrood op de wangen bij de Gyronef met Lambik en Tante Sidonia aan de stuurknuppel. Er staan verder ook nog vier stoeltjes voor een interactief spelletje. Met een videobril op je neus kun je gedurende een paar minuten naar Mars vliegen met een drone. Bij onze jeugd is het stripboek al lang vervangen door Playstation, Tik Tok en dito computergadgets. Ze gamen er surrealistisch op los en een videobril is al gedegradeerd tot een caféspeeltje, alleen weet men dat nog niet bij de fossielen van Flanders Investment & Trade.

'Belgisch paviljoen op wereldexpo lijkt wel een pronkstuk van Guust Flater'
© JMDD

De ganse Wereldtentoonstelling biedt daarnaast een orgie aan technische hoogstandjes en een opbod aan futuristische architectuur. Er heerst een inflatie aan innovatie, duurzaamheidsgadgets en sustainable megalomanie. Bij de Duitsers krijg je een ecologische indigestie van hun groene interactieve brainwashing. Bij de Saudi’s word je overbluft door wonderbaarlijke projecties. In Australië en Nieuw-Zeeland ga je op reis door de eeuwigheid. Het paviljoen van Afghanistan oogt moderner dan ons nationaal stripmuseum….

Vermijd daarom het Belgisch paviljoen want je krijgt er last van plaatsvervangende schaamte, of bezoek enkel het restaurant en de bar op niveau drie en vier. Je kunt er je ontgoocheling doorspoelen met een ruim assortiment Belgische bieren. De mosselen zijn er wel niet vlees- maar toch smaakvol, en de bediening aangenaam. Alleen oppassen dat je er niet struikelt over een stuk uitgebroken tegelvloer. Maar één iets weet ik zeker: het Belgisch paviljoen is ontworpen door Guust Flater.

Petit pays, petit esprit.

Partner Content