De correlatie tussen het aantal besmettingen per inwoner in de eerste en de tweede golf bedraagt volgens de krant welgeteld 0,0: er is dus geen verband. Datzelfde geldt voor de oversterfte. Zo werden de Limburgse arrondissementen zwaar getroffen in de eerste golf, maar amper in de tweede. In tegenstelling tot Luik bijvoorbeeld, dat twee keer pech had. Oostende en Virton wisten in beide golven dan weer het aantal doden te beperken. Volgens viroloog Steven Van Gucht (Sciensano) was het aantal besmettingen in de eerste golf "ruim onvoldoende" om een begin van groepsimmuniteit op te bouwen. Ook het in de wetenschappe­lijke literatuur beschreven 'oogst­effect' lijkt niet op te treden. Dat houdt in dat regio's met uitzonderlijk veel doden in een periode daarna minder overlijdens optekenen omdat de meest kwetsbaren al overleden zijn. "Dat zou ­alleen het geval zijn als de sterfte in de eerste golf vijf tot tien keer hoger was geweest", zegt Patrick Deboosere, professor demografie aan de VUB. (Belga)

De correlatie tussen het aantal besmettingen per inwoner in de eerste en de tweede golf bedraagt volgens de krant welgeteld 0,0: er is dus geen verband. Datzelfde geldt voor de oversterfte. Zo werden de Limburgse arrondissementen zwaar getroffen in de eerste golf, maar amper in de tweede. In tegenstelling tot Luik bijvoorbeeld, dat twee keer pech had. Oostende en Virton wisten in beide golven dan weer het aantal doden te beperken. Volgens viroloog Steven Van Gucht (Sciensano) was het aantal besmettingen in de eerste golf "ruim onvoldoende" om een begin van groepsimmuniteit op te bouwen. Ook het in de wetenschappe­lijke literatuur beschreven 'oogst­effect' lijkt niet op te treden. Dat houdt in dat regio's met uitzonderlijk veel doden in een periode daarna minder overlijdens optekenen omdat de meest kwetsbaren al overleden zijn. "Dat zou ­alleen het geval zijn als de sterfte in de eerste golf vijf tot tien keer hoger was geweest", zegt Patrick Deboosere, professor demografie aan de VUB. (Belga)