In zijn artikel op Knack.be wijst Tex Van Berlaer terecht op het belang van de verbetering van de regels over lobbying. 'Het lobbyregister bestaat sinds 2019 en is een uitkomst van de werkgroep Politieke Vernieuwing, die het politieke bestel tegen het licht hield. Voortaan moest iedere lobbyist, of 'beleidsbeïnvloeder', het register ondertekenen wanneer die tijdens het wetgevend proces een Kamerlid ontmoet in het parlement.'

Deze verplichting om een register te ondertekenen verliest zijn geloofwaardigheid door de beperkingen die er aan gekoppeld worden: de regel geldt niet wanneer het buiten het wetgevend proces gebeurt, andere personen dan het Kamerlid worden benaderd, en het buiten het parlement geschiedt. Daardoor blijft de meest gebruikte handelswijze volkomen buiten schot: de voorbereiding van het wetgevend proces door contacten met parlementaire of ministeriële medewerkers op een andere locatie dan het parlement.

Zonder mogelijkheid tot sanctioneren zullen nieuwe lobbyregels weinig impact hebben.

De Vivaldi-meerderheid wil het lobbyregister uitbreiden naar de ministers en hun kabinetten. Er wordt ook gedacht om bij uitschrijving een spoor naar het verleden als lobbyist na te laten. Er is ook sprake van sanctie bij niet inschrijving. Elk wetsvoorstel zou ook in de memorie van toelichting een oplijsting moeten bevatten van de geconsulteerde personen, organisaties, bedrijven of andere groepen. Iedere verbetering is er één. Maar daardoor wordt het echte fenomeen en de misbruiken niet bestreden. Die misbruiken zijn goed gekend, want zij blijken uit ieder dossier naar om het even welk schandaal dat gerechtelijk of bestuurlijk werd onderzocht. Telkenmale ging het om geheime besprekingen rechtstreeks met ministers of parlementairen of hun medewerkers veelal in een sterrestaurant of in een door de lobbyist ter beschikking gestelde 'locatie'.

Uit de vele schandalen blijkt ook het andere aspect van het fenomeen: lobbying gaat wel meer gepaard met corruptie, dat is een reden waarom het afgeschermd gebeurt. Het is zelfs de voornaamste reden om lobbying aan regels te onderwerpen. Er is op zich immers niet mis mee dat iemand zijn product of dienst aanprijst. Je kan zelfs stellen dat goede voorlichting tot de beste keuze leidt. Het verkeerde zit in twee andere elementen: wanneer het afgeschermd gebeurt en de keuze ingegeven wordt door een persoonlijk voordeel. Het zijn deze twee elementen die lobbying, net zoals corruptie, tot een maatschappelijk verwerpelijke actie maken. Het gevolg is in beide gevallen, zowel bij deze vorm van lobbying als wanneer er corruptie bij komt, hetzelfde: door de verkeerde keuze wordt enerzijds een ontoelaatbaar persoonlijk voordeel verkregen en wordt anderzijds maatschappelijke schade veroorzaakt

.

Er is dus geen reden om wat als onbehoorlijke lobbying kan worden omschreven niet op dezelfde wijze aan te pakken als waar het meermaals aanleiding toe geeft, als het misdrijf van corruptie. Om dit mogelijk te maken en het fenomeen daadwerkelijk te vermijden is er maar één echte regulering mogelijk. Zoals dat met andere menselijke handelswijzen gebeurt wanneer die tot maatschappelijke grote schade leidden is bestraffing noodzakelijk. Daarbij moeten de "constitutieve" elementen van het misdrijf duidelijk worden aangegeven. In dit geval zouden er dan twee elementen noodzakelijk zijn om tot bestraffing te kunnen komen: het moet afgeschermd gebeuren en het moet aanleiding hebben gegeven tot ernstige maatschappelijke schade.

Ieder andere regulering van het fenomeen lobbying zonder enige vorm van sanctionering bij aanwezigheid van de twee voorgaande vereisten kan de wetgever het gevoel geven er wat aan gedaan te hebben. Daarmee kan dan wel het politiek geweten worden gesust, echt werkbaar zal het voor de gehele maatschappij niet zijn.

In zijn artikel op Knack.be wijst Tex Van Berlaer terecht op het belang van de verbetering van de regels over lobbying. 'Het lobbyregister bestaat sinds 2019 en is een uitkomst van de werkgroep Politieke Vernieuwing, die het politieke bestel tegen het licht hield. Voortaan moest iedere lobbyist, of 'beleidsbeïnvloeder', het register ondertekenen wanneer die tijdens het wetgevend proces een Kamerlid ontmoet in het parlement.' Deze verplichting om een register te ondertekenen verliest zijn geloofwaardigheid door de beperkingen die er aan gekoppeld worden: de regel geldt niet wanneer het buiten het wetgevend proces gebeurt, andere personen dan het Kamerlid worden benaderd, en het buiten het parlement geschiedt. Daardoor blijft de meest gebruikte handelswijze volkomen buiten schot: de voorbereiding van het wetgevend proces door contacten met parlementaire of ministeriële medewerkers op een andere locatie dan het parlement.De Vivaldi-meerderheid wil het lobbyregister uitbreiden naar de ministers en hun kabinetten. Er wordt ook gedacht om bij uitschrijving een spoor naar het verleden als lobbyist na te laten. Er is ook sprake van sanctie bij niet inschrijving. Elk wetsvoorstel zou ook in de memorie van toelichting een oplijsting moeten bevatten van de geconsulteerde personen, organisaties, bedrijven of andere groepen. Iedere verbetering is er één. Maar daardoor wordt het echte fenomeen en de misbruiken niet bestreden. Die misbruiken zijn goed gekend, want zij blijken uit ieder dossier naar om het even welk schandaal dat gerechtelijk of bestuurlijk werd onderzocht. Telkenmale ging het om geheime besprekingen rechtstreeks met ministers of parlementairen of hun medewerkers veelal in een sterrestaurant of in een door de lobbyist ter beschikking gestelde 'locatie'. Uit de vele schandalen blijkt ook het andere aspect van het fenomeen: lobbying gaat wel meer gepaard met corruptie, dat is een reden waarom het afgeschermd gebeurt. Het is zelfs de voornaamste reden om lobbying aan regels te onderwerpen. Er is op zich immers niet mis mee dat iemand zijn product of dienst aanprijst. Je kan zelfs stellen dat goede voorlichting tot de beste keuze leidt. Het verkeerde zit in twee andere elementen: wanneer het afgeschermd gebeurt en de keuze ingegeven wordt door een persoonlijk voordeel. Het zijn deze twee elementen die lobbying, net zoals corruptie, tot een maatschappelijk verwerpelijke actie maken. Het gevolg is in beide gevallen, zowel bij deze vorm van lobbying als wanneer er corruptie bij komt, hetzelfde: door de verkeerde keuze wordt enerzijds een ontoelaatbaar persoonlijk voordeel verkregen en wordt anderzijds maatschappelijke schade veroorzaakt.Er is dus geen reden om wat als onbehoorlijke lobbying kan worden omschreven niet op dezelfde wijze aan te pakken als waar het meermaals aanleiding toe geeft, als het misdrijf van corruptie. Om dit mogelijk te maken en het fenomeen daadwerkelijk te vermijden is er maar één echte regulering mogelijk. Zoals dat met andere menselijke handelswijzen gebeurt wanneer die tot maatschappelijke grote schade leidden is bestraffing noodzakelijk. Daarbij moeten de "constitutieve" elementen van het misdrijf duidelijk worden aangegeven. In dit geval zouden er dan twee elementen noodzakelijk zijn om tot bestraffing te kunnen komen: het moet afgeschermd gebeuren en het moet aanleiding hebben gegeven tot ernstige maatschappelijke schade. Ieder andere regulering van het fenomeen lobbying zonder enige vorm van sanctionering bij aanwezigheid van de twee voorgaande vereisten kan de wetgever het gevoel geven er wat aan gedaan te hebben. Daarmee kan dan wel het politiek geweten worden gesust, echt werkbaar zal het voor de gehele maatschappij niet zijn.