Sciensano, het Belgisch instituut voor gezondheid, besteedt in zijn wekelijks epidemiologisch bulletin over het coronavirus telkens aandacht aan de oversterfte. Dat zijn de extra sterfgevallen ten opzichte van wat op basis van de laatste 5 jaar wordt verwacht. Uit die gegevens blijkt dat het aantal overlijdens in België vooral in de week van 6 tot en met 12 april veel hoger lag dan verwacht (+95,0 procent). In die week werden ook de meeste coronadoden gemeld. Volgens de voorlopige cijfers van Sciensano is die oversterfte in de week van 20 tot en met 26 april gedaald naar 40,1 procent. Als je het aantal coronadoden aftrekt van alle sterfgevallen, is er volgens die voorlopige statistieken van Sciensano eind april zelfs sprake van een "aanzienlijke ondersterfte". Mogelijk is dat een gevolg van het zogenaamde "oogsteffect", een compensatie na de uitzonderlijke oversterfte van de vorige weken. Ook een mogelijke overrapportering van het aantal sterfgevallen door COVID-19 kan een verklaring zijn. De resultaten van volgende week zullen moeten aantonen of die trend zich doorzet, meldt Sciensano nog in zijn rapport. Eind maart en begin april lag het totale aantal overlijdens zelfs na aftrek van de coronadoden nog significant hoger dan verwacht, zo blijkt nog uit het rapport. In die periode was er ofwel sprake van oversterfte die indirect verband houdt met de corona-epidemie, ofwel werd het aantal overlijdens door COVID-19-sterfte toen onvoldoende gerapporteerd, meldt Sciensano. (Belga)

Sciensano, het Belgisch instituut voor gezondheid, besteedt in zijn wekelijks epidemiologisch bulletin over het coronavirus telkens aandacht aan de oversterfte. Dat zijn de extra sterfgevallen ten opzichte van wat op basis van de laatste 5 jaar wordt verwacht. Uit die gegevens blijkt dat het aantal overlijdens in België vooral in de week van 6 tot en met 12 april veel hoger lag dan verwacht (+95,0 procent). In die week werden ook de meeste coronadoden gemeld. Volgens de voorlopige cijfers van Sciensano is die oversterfte in de week van 20 tot en met 26 april gedaald naar 40,1 procent. Als je het aantal coronadoden aftrekt van alle sterfgevallen, is er volgens die voorlopige statistieken van Sciensano eind april zelfs sprake van een "aanzienlijke ondersterfte". Mogelijk is dat een gevolg van het zogenaamde "oogsteffect", een compensatie na de uitzonderlijke oversterfte van de vorige weken. Ook een mogelijke overrapportering van het aantal sterfgevallen door COVID-19 kan een verklaring zijn. De resultaten van volgende week zullen moeten aantonen of die trend zich doorzet, meldt Sciensano nog in zijn rapport. Eind maart en begin april lag het totale aantal overlijdens zelfs na aftrek van de coronadoden nog significant hoger dan verwacht, zo blijkt nog uit het rapport. In die periode was er ofwel sprake van oversterfte die indirect verband houdt met de corona-epidemie, ofwel werd het aantal overlijdens door COVID-19-sterfte toen onvoldoende gerapporteerd, meldt Sciensano. (Belga)