De coronacrisis leert ons wat echt van waarde is. Ook zo in het onderwijs: na lange weken van moeizaam afstandsonderwijs besloten beleidsvoerders en experten dat zomerscholen nodig zijn om leerlingen bij te spijkeren in de meest cruciale domeinen. Eén blik op het huidige aanbod van die zomerscholen leert al snel wat cruciaal blijkt te zijn in het onderwijs. Met stip op één in het aanbod staan Nederlands en taal, zowel in basis- als in secundair onderwijs. Na wiskunde is ook kennis van het Frans duidelijk aan de orde. Dat er hier in tijden van crisis prioritair op wordt ingezet, is veelzeggend. Als de nood hoog is, prijkt taal bovenaan de prioriteitenlijst. Maar wat als de coronawind weer is overgewaaid?

Vlamingen hebben een haat-liefdeverhouding met taal. De liefde wordt vooral met mooie woorden beleden. Iedereen vindt taal dan ook ongelooflijk belangrijk: van onze historische talenknobbel voor het leren van vreemde talen, tot de kennis van het Nederlands die cruciaal is om volwaardig aan onze samenleving deel te nemen. Maar in de daden blijkt die liefde heel wat minder vurig: op alle niveaus in het onderwijs staan vreemde talen én moedertaal al jaren onder druk, en de bezorgde noodkreten uit het veld klinken jaar na jaar luider. Keuzes voor talenrichtingen in het secundair onderwijs zijn zelden positieve keuzes, en leerkrachten durven de lat niet meer hoog te leggen omdat taalvakken in deliberaties toch niet voldoende serieus worden genomen. Gemorrel aan de eindtermen en het schrappen van uren geven het signaal dat taal misschien toch niet zo belangrijk is als vaak wordt beleden.

Zomerscholen tonen dat talenonderwijs opnieuw bovenaan politieke agenda moet staan.

Excellent taalonderwijs staat of valt met excellente taalleerkrachten: we kennen allemaal die ene gepassioneerde leerkracht Nederlands die ons de liefde voor de literatuur bijbracht, of die ene leerkracht Engels die ons deed inzien dat er met het leren van een taal ook een hele wereld opengaat. Goed opgeleide taalleerkrachten zijn echter een uitstervend ras. Het aantal instromende studenten in de universitaire talenopleidingen daalt zienderogen, en ook in de hogescholen zien we een neerwaartse trend. Onze alumni worden vaak vóór afstuderen al weggeplukt door schooldirecties die radeloos op zoek zijn naar die ene master Frans, zeker in tijden wanneer taalspecialisten meer dan ooit gegeerd zijn in de meest diverse takken van de bedrijfswereld, van spraaksynthese en artificiële intelligente tot cultuur en media.

Terwijl het aantal universitaire talendiploma's echter verder afneemt, stijgt het aandeel van leerkrachten zonder specifieke talenopleiding. En dat is zorgwekkend. Als u uw kind niet zou overlaten aan een huisarts die eigenlijk als apotheker of klinisch psycholoog is opgeleid, moet u ook niet aanvaarden dat de cruciale taalvaardigheid van uw kroost in de handen komt van mensen die hier niet voor zijn opgeleid.

Wat gedaan? Als Vlaams Talenplatform luiden we niet enkel de noodklok, maar werken we ook aan oplossingen. Net voor het uitbreken van de coronacrisis lanceerden we een Talenplan om het talenonderwijs in Vlaanderen op alle niveaus te versterken: dertien urgente maatregelen van kleuter- tot volwassenenonderwijs. Zo pleiten we onder meer voor een grootschalige campagne om jongeren warm te maken voor taal en taalopleidingen, een versterking van de leescultuur en van het onderwijs Frans in het basisonderwijs, en een herdenken van het opleidingsaanbod in het secundair onderwijs om positieve keuzes voor talenstudies opnieuw aan te moedigen.

Door de urgentie van de scholensluitingen en -heropeningen konden de beleidsmakers het Talenplan moeilijker opvolgen. Nu de zomerscholen ons attenderen op wat écht centraal hoort te staan in het onderwijs, moet talenonderwijs opnieuw bovenaan de politieke agenda staan.

Net voor die leerlingen die door deze crisis hard getroffen zijn, roepen we minister Ben Weyts op om het Talenplan vanuit de taalsector zelf in actie om te zetten en met ons een echt relancebeleid te lanceren. Loze liefdesverklaringen aan het belang van taal klinken overal, maar enkel met gedurfd beleid en een gedragen plan kan de Vlaamse haat-liefderelatie met taal opnieuw omslaan in een passionele amour fou.

Lars Bernaerts (UGent), Luc Herman (UAntwerpen), Liesbet Heyvaert (KULeuven) en Rik Vosters (Vrije Universiteit Brussel) - Vlaams Talenplatform

De coronacrisis leert ons wat echt van waarde is. Ook zo in het onderwijs: na lange weken van moeizaam afstandsonderwijs besloten beleidsvoerders en experten dat zomerscholen nodig zijn om leerlingen bij te spijkeren in de meest cruciale domeinen. Eén blik op het huidige aanbod van die zomerscholen leert al snel wat cruciaal blijkt te zijn in het onderwijs. Met stip op één in het aanbod staan Nederlands en taal, zowel in basis- als in secundair onderwijs. Na wiskunde is ook kennis van het Frans duidelijk aan de orde. Dat er hier in tijden van crisis prioritair op wordt ingezet, is veelzeggend. Als de nood hoog is, prijkt taal bovenaan de prioriteitenlijst. Maar wat als de coronawind weer is overgewaaid?Vlamingen hebben een haat-liefdeverhouding met taal. De liefde wordt vooral met mooie woorden beleden. Iedereen vindt taal dan ook ongelooflijk belangrijk: van onze historische talenknobbel voor het leren van vreemde talen, tot de kennis van het Nederlands die cruciaal is om volwaardig aan onze samenleving deel te nemen. Maar in de daden blijkt die liefde heel wat minder vurig: op alle niveaus in het onderwijs staan vreemde talen én moedertaal al jaren onder druk, en de bezorgde noodkreten uit het veld klinken jaar na jaar luider. Keuzes voor talenrichtingen in het secundair onderwijs zijn zelden positieve keuzes, en leerkrachten durven de lat niet meer hoog te leggen omdat taalvakken in deliberaties toch niet voldoende serieus worden genomen. Gemorrel aan de eindtermen en het schrappen van uren geven het signaal dat taal misschien toch niet zo belangrijk is als vaak wordt beleden.Excellent taalonderwijs staat of valt met excellente taalleerkrachten: we kennen allemaal die ene gepassioneerde leerkracht Nederlands die ons de liefde voor de literatuur bijbracht, of die ene leerkracht Engels die ons deed inzien dat er met het leren van een taal ook een hele wereld opengaat. Goed opgeleide taalleerkrachten zijn echter een uitstervend ras. Het aantal instromende studenten in de universitaire talenopleidingen daalt zienderogen, en ook in de hogescholen zien we een neerwaartse trend. Onze alumni worden vaak vóór afstuderen al weggeplukt door schooldirecties die radeloos op zoek zijn naar die ene master Frans, zeker in tijden wanneer taalspecialisten meer dan ooit gegeerd zijn in de meest diverse takken van de bedrijfswereld, van spraaksynthese en artificiële intelligente tot cultuur en media. Terwijl het aantal universitaire talendiploma's echter verder afneemt, stijgt het aandeel van leerkrachten zonder specifieke talenopleiding. En dat is zorgwekkend. Als u uw kind niet zou overlaten aan een huisarts die eigenlijk als apotheker of klinisch psycholoog is opgeleid, moet u ook niet aanvaarden dat de cruciale taalvaardigheid van uw kroost in de handen komt van mensen die hier niet voor zijn opgeleid.Wat gedaan? Als Vlaams Talenplatform luiden we niet enkel de noodklok, maar werken we ook aan oplossingen. Net voor het uitbreken van de coronacrisis lanceerden we een Talenplan om het talenonderwijs in Vlaanderen op alle niveaus te versterken: dertien urgente maatregelen van kleuter- tot volwassenenonderwijs. Zo pleiten we onder meer voor een grootschalige campagne om jongeren warm te maken voor taal en taalopleidingen, een versterking van de leescultuur en van het onderwijs Frans in het basisonderwijs, en een herdenken van het opleidingsaanbod in het secundair onderwijs om positieve keuzes voor talenstudies opnieuw aan te moedigen.Door de urgentie van de scholensluitingen en -heropeningen konden de beleidsmakers het Talenplan moeilijker opvolgen. Nu de zomerscholen ons attenderen op wat écht centraal hoort te staan in het onderwijs, moet talenonderwijs opnieuw bovenaan de politieke agenda staan. Net voor die leerlingen die door deze crisis hard getroffen zijn, roepen we minister Ben Weyts op om het Talenplan vanuit de taalsector zelf in actie om te zetten en met ons een echt relancebeleid te lanceren. Loze liefdesverklaringen aan het belang van taal klinken overal, maar enkel met gedurfd beleid en een gedragen plan kan de Vlaamse haat-liefderelatie met taal opnieuw omslaan in een passionele amour fou.Lars Bernaerts (UGent), Luc Herman (UAntwerpen), Liesbet Heyvaert (KULeuven) en Rik Vosters (Vrije Universiteit Brussel) - Vlaams Talenplatform