'Ik geloof met elke vezel in mijn lijf dat dit een goed akkoord is.' Het is twee jaar en vijf maanden geleden dat de Britten beslisten om uit de Europese Unie te stappen. Brits premier Theresa May wankelde, zag een handvol van haar ministers vertrekken, maar hield zich ondanks de verstikkende druk van zowel voor- als tegenstanders staande. Voorlopig toch. Want in de 585 pagina's van de nu beklonken 'Withdrawal Agreement' komt de term 'transition period' maar liefst 358 keer voor.

Om maar te zeggen: de EU en het VK hebben zich nog wat tijd gekocht om definitieve afspraken te maken over onderlinge handel, douaneformaliteiten en concurrentie. De voorbije dagen zijn pagina's vol analyses geschreven en alle mogelijke scenario's passeerden de revue.

Maar met verbazing stelde ik vast dat één Brexit-issue onderbelicht blijft. Want dé reden waarom de Britten op 23 juni 2016 voor een exit stemden, was de te snelle toegang van miljoenen arbeidsmigranten naar een te weinig beschermde arbeidsmarkt. Of anders gezegd: Engelse werknemers zagen (en zien nog altijd) hoe buitenlandse werknemers voor een hongerloon ook hun al weinig betaalde jobs afnemen.

Zolang EU blijft toestaan dat mensen worden uitgebuit en jobs verloren gaan, zal het probleem groter worden.

Je zou denken dat zo'n signaal dan ernstig wordt genomen, wil die dreigende vlek zich niet verspreiden over het hele continent. Helaas stellen we meer dan twee jaar later vast dat in de praktijk weinig is veranderd. Sociale dumping blijft een kanker die beetje bij beetje aan de Europese grondvesten knabbelt. Ook hier bij ons. Vandaag zijn we nog altijd ver verwijderd van een Unie waarin een Poolse bouwvakker in België hetzelfde loon naar werken krijgt als zijn Belgische collega; een Unie waarin een verpleegster uit Portugal niet onder de prijs betaald wordt, waardoor een Vlaamse verpleegster voor haar job moet vrezen; of een Unie waarin een Vlaams transport- of bouwbedrijf niet hoeft in te krimpen, te verhuizen, laat staan failliet gaat, omdat ook dat Bulgaarse transportbedrijf - dat Bulgaarse en andere Oost-Europese chauffeurs hier bij ons tewerkstelt - het spel eerlijk speelt en netjes zijn sociale bijdragen betaalt. Kortom, een Europa dat korte metten maakt met sociale concurrentie tussen lidstaten en hard optreedt tegen (nep)bedrijven die mensen behandelen als moderne slaven is nog altijd een illusie.

Brexiteers gebruikten dat argument. En terecht. Alleen snijdt hun oplossing die kanker niet weg. Want zolang de EU blijft toestaan dat mensen worden uitgebuit en jobs verloren gaan, zal die kanker zich blijven verspreiden. Daarom is het hoog tijd voor strenge regels die werken en straffen die afschrikken.

Zo moet België lokale besturen voor openbare aanbestedingen - bijvoorbeeld voor de bouw van een zwembad - ronduit verplichten om daar strikt op toe te zien. En wie vals speelt, moet er niet alleen uit, maar ook gestraft. Ook in Europa zelf moet België haar historische voortrekkersrol weer kordaat opnemen. Zo is er op zich niks mis met detachering (waardoor buitenlandse werknemers tot 2 jaar in België kunnen werken, terwijl de sociale bijdragen in het land van herkomst betaald worden), maar wel als daar volop mee wordt valsgespeeld. De gevolgen daarvan zijn schrijnend: Oost- en Zuid-Europeanen op zoek naar een beter leven werken voor amper 3 euro per uur, hun frauderende werkgevers boeken tonnen winst en onze kmo's worden uit de markt geprijsd.

Detachering moet daarom niet alleen veel strenger gecontroleerd - door eerst hier de sociale bijdragen effectief te innen en dan pas door te storten naar landen van herkomst - maar ook beperkt: 6 maanden in plaats van 2 jaar. En wat als de Orbans van Europa niet meewillen? Wel, dan moeten ze het maar voelen. Door Europese subsidies afhankelijk te maken van hun medewerking. Of door het vrij verkeer van hun werknemers en hun diensten te beperken tot ze het wel begrepen hebben.

Als we jobs van hier willen beschermen en levens van elders willen verbeteren, dan is blijven aanmodderen met halfslachtige maatregelen niet langer een optie.