Op geregelde tijdsstippen komt het thema 'zittenblijven' aan de oppervlakte en eind augustus is de kans om voor de hand liggende redenen daar iets groter op. 'Crevits legt zittenblijven aan banden', kopten de media enkele dagen geleden. De Vlaamse minister van onderwijs vindt een jaar overdoen een 'ultieme remedie'.

Beslissing Crevits is 'omfloerst neen' aan adres van de afschaffers.

Geregeld klinken er uit de hoek van bepaalde pedagogische stromingen pleidooien om de mogelijkheid leerlingen een jaar te laten overdoen gewoon af te schaffen. Tegen die achtergrond klinkt Crevits' uitspraak mij als leraar (weliswaar professioneel inactief momenteel) als muziek in de oren, want deze beslissing van de Vlaamse regering moet ook gelezen worden als een omfloerst maar duidelijk neen aan het adres van de afschaffers. Zowat drie decennia voor de klas hebben mij alvast een grote voorstander gemaakt van... neen, niet van zittenblijven, wel van het openhouden van die optie.

Dat het over 'de ultieme remedie' gaat is vanzelfsprekend, maar een medicijn toegediend aan gezonde mensen of aan wie lijdt aan andere kwalen, heet vergif. Leerlingen een jaar laten overdoen wanneer andere maatregelen dat kunnen vermijden, moet vanzelfsprekend vermeden worden.

Daarom ook ben ik uitgesproken voorstander van het behoud van herexamens. Die bieden zo nodig een weg tussen groen of rood licht, wanneer er voor één of enkele vakken nog te veel - maar op korte termijn overbrugbare - achterstand wordt vastgesteld. Ook die beproefde maatregel moet beschermd blijven tegen de hakdrift van onderwijshervormers die het woord vernieuwing niet altijd onderscheiden van vernieling.

Ook herexamens moeten beschermd blijven tegen de hakdrift van onderwijshervormers.

Onderwijspsycholoog en professor Wim Van den Broeck citeerde enkele jaren geleden in een kritische analyse van de problematiek van het zittenblijven onder meer uit een internationale studie: 'De resultaten spreken de wijdverbreide visie tegen dat zittenblijven een negatieve impact heeft op de prestaties.'

De minister hervormt nu het B-attest, dat momenteel de keuze laat tussen van richting veranderen of het jaar over doen. Vanaf 2020 zou zo'n attest alleen nog op zittenblijven kunnen uitdraaien mits bijkomend akkoord van de klassenraad. Dat klinkt allemaal spectaculairder dan het is want een klassenraad die nu opteert voor een B-attest beslist de facto dat zittenblijven ook een mogelijkheid blijft voor de leerling in kwestie.

De minister versoepelt het systeem van B-attesten en doet dat door in feite een B1- en een B2-attest in te voeren, waarbij B1 nadrukkelijk bepaalt dat de leerling een andere richting moet kiezen en B2 beide mogelijkheden open laat.

Het B-attest krijgt gelukkig net bevestiging.

Essentiëler vind ik alvast dat daarmee het nut van het B-attest gelukkig bevestiging krijgt want ook dat wordt graag in twijfel getrokken in bepaalde onderwijshervormingsmilieus. Het B-attest biedt een instrument dat ten bate van goede oriëntering zou moeten ingevoerd worden, mocht het nog niet bestaan.

Vele leerkrachten kunnen zich alvast zeker vinden in de tweet van Dirk Van Damme, de onderwijsspecialist verbonden aan de OESO: 'Té hoge percentage zittenblijvers is een indicator van systeemfalen in kwaliteit en effectiviteit. Maar hetze tegen zittenblijven, laat staan verbod, is compleet ongepast. Mits verstandig pedagogisch gebruik kan zittenblijven erg effectief zijn.'

Dat een klassenraad op het eind van het schooljaar een overwogen oordeel kan vellen en daarbij beschikt over een ruime waaier aan opties is en blijft in het belang van de leerling, en dus ook van onze onderwijskwaliteit die al te veel onder druk staat. Ook voor het vak Nederlands bijvoorbeeld.

Zittenblijven, herexamens en de verschillende attesten vormen samen een zinvolle cocktail.

Dertig jaar praktijkervaring leerden me dat zittenblijven, herexamens én de keuze tussen A-, B- (1 of 2) en C-attesten samen een zinvolle cocktail vormen om leerlingen correct te kunnen begeleiden in hun schoolloopbaan.

Dat al die opties ten volle blijven gelden mag wel eens herhaald worden, want te dikwijls wordt in scholen al dan niet bewust de indruk gewekt dat die zouden afgeschaft zijn of ontraden worden. Niet dus, laten we dat bij de start van het schooljaar alvast goed onthouden. Leerkrachten kunnen tot slot dus hun dagelijkse inspanningen verderzetten om alle Vlaamse leerlingen de opleiding te geven die het best bij hun talenten aansluit.