Sinds meer dan een jaar treft een wereldwijde pandemie ongeveer de hele wereldbevolking. Niet iedereen wordt ziek of sterft. Maar ook wie niet direct met het virus te maken heeft wordt in gelijke mate getroffen door de maatregelen die worden uitgevaardigd om de verspreiding ervan te beheersen. Al van in het begin tracht men te voorspellen hoelang deze maatregelen zullen duren. Vooralsnog is er geen einde in zicht: een derde golf zou bezig zijn zich te ontwikkelen. Er wordt gesproken van een vierde golf. Er zijn nieuwe varianten die zich onvoorspelbaar gedragen. De WHO waarschuwt voor nog meer pandemieën. De vaccins worden niet zoals verhoopt geleverd, en men weet nog niet hoe lang ze ons gezond houden. Het is goed mogelijk dat we nog een tijdje zoet zijn met het bereiken van de zo verhoopte uitweg uit dit virusverhaal.

Zijn ziekenhuizen, artsen en hulplijnen klaar voor wat na corona komt?

Om die reden moet er dringend een langetermijnprogramma uitgewerkt worden, om het samenleven mogelijk te maken. De maatregelen moeten op een andere leest geschoeid. Men geeft voorrang aan een virus, maar de pogingen tot controle en beheersing richten andere schade aan die zich ook op lange termijn kan nestelen.

Zijn de (psychiatrische) ziekenhuizen, de artsen en de (telefonische) hulplijnen hier dan wel klaar voor?

Als psychotherapeuten hebben we per definitie aandacht voor de psyché die onzichtbaar is en de mens tot mens maakt. Gedrag is wel zichtbaar en tot op zekere hoogte conditioneerbaar. Het is als trainen, en gebeurt via uitnodiging en beloning, of via dreiging, bang maken en straf, door iemand met macht. Zo'n "externe controle" kan bij mensen zijn doel missen, en zelfs averechts werken.

Een samenleving gedijt maar dankzij individuen die creatief en zelfverantwoordelijk denken, voelen, handelen. Voorschriften tot waakzaamheid, gehoorzaamheid en volgzaamheid spreken andere locaties in het brein aan dan creativiteit, zelfverantwoordelijkheid en sociaal handelen. De menselijke psyché valt dan wel niet samen met het brein, toch brengt ons dit bij twee mogelijke risico's :

1. De maatregelen die nu worden uitgevaardigd riskeren te leiden tot een algehele "aangeleerde hulpeloosheid" (learned helplessness) bij de jongeren- jongvolwassenen, een toestand van passiviteit en apathie, die langdurig of blijvend lichamelijke stress kan veroorzaken. Dit ontstaat wanneer mensen geen controle hebben over hun beslissingen. Het is een toestand die - mogelijk - moeilijk omkeerbaar is. Als dit niet wordt doorbroken bij de jonge bevolking kàn dit ertoe leiden dat we over enkele jaren de boemerang terugkrijgen: in plaats van een voor de samenleving broodnodige actieve, ondernemende en creatieve bevolking zullen we mogelijk met een te passieve, volgzame en rigide bevolking te maken krijgen.

2. De ontwikkeling en organisatie van de hersenen vereist interactie met een complexe omgeving. Zowel in de vroege kindertijd als in de adolescentie tot een eind in de vroege volwassenheid gebeurt er een spectaculaire reorganisatie van de (sociale) hersenen, met effecten op het latere sociale functioneren. In de periode van de adolescentie en de jongvolwassenheid is het motorisch bewegen tussen de groep leeftijdgenoten en het gezin een voorwaarde voor het ontwikkelen van een goede hechting. De reële fysieke nabijheid van verschillende anderen is hierbij van levensbelang. Waar men vroeger dacht dat de leerperiode voor sociaal gedrag zich beperkte tot de heel jonge leeftijd, ziet men nu dat hechtingsproblemen ook later kunnen ontstaan. Het terugbrengen van het sociale leven tot slechts enkele contacten leidt tot een soort ondervoeding van het sociale brein. Dit werd vastgesteld bij langdurige ziekenhuisopnames of zorginstellingen en uit zich in "hospitalisme": verarming van interesse, toenemende afhankelijkheid, verlies van inzicht in de eigen sociale rol, regressie, depressiviteit en apathie kunnen er het gevolg van zijn.

Ontstaat er straks een vergelijkbare toestand als gevolg van langdurig isolement in het eigen huis, of door te weinig sociaal contact met mensen "in het echt"?

Onze jongvolwassen patiënten verliezen de moed als hen weer eens een bericht bereikt dat de levende les waar ze zo naar uitkeken opnieuw niet doorgaat. Ze trekken zich terug in zichzelf door de eenzijdigheid van de instructies en voelen zich opstandig door de willekeur ervan en door de schuldinductie ("het zal uw schuld zijn als uw oma sterft"). In onze therapiepraktijken stellen we een toename vast van paniekaanvallen, slaap- angst en eetproblemen, irritatie en onrust, gevoelens van vervreemding, toename van drugs- en alcoholgebruik, meer noodzaak aan opname in psychiatrische ziekenhuizen, vriendschappen die onder druk komen te staan. Iedereen vermeldt concentratieproblemen, en de angst voor aanhoudend telewerk bij jongeren die pas beginnen werken is immens.

Zijn we naast de bekende problemen ook nieuwe psychische problemen aan het creëren? Een Lockdown Ontwikkelings Stoornis? Een algehele toestand van "aangeleerde hulpeloosheid" bij jong, maar ook bij (heel) oud?

Duizenden werknemers van de Kunsten- en de Culturele sector, jong en ouder, zitten intussen thuis, naast andere sectoren: sport, horeca. Hun enthousiasme en creativiteit aan banden. Zij hebben zich in de zomer en het najaar georganiseerd om de "gebruikers" van hun diensten te ontvangen op de meest veilige manier. Zij zitten te popelen om op een verantwoorde en veilige manier te ontvangen, te gidsen, hun sociale leven en creatieve honger te organiseren. Docenten, leerkrachten en hoogleraren in hogescholen en universiteiten die in de veiligste omstandigheden kunnen lesgeven, zitten te wachten om hun pupillen weer rechtstreeks te mogen opleiden tot verantwoordelijke burgers, de toekomstige ondernemers, leiders, medewerkers, zelfstandigen, leerkrachten, kunstenaars, hulpverleners, politici, wetenschappers.

De aanhoudende sturing en controle van ons gedrag botst tegen ons aller grenzen.

We beschouwen de wetenschappers die zich met het virus, met de epidemie en met het vaccin bezighouden als de experten par excellence om de bevolking op dit strikt natuurwetenschappelijke domein de gepaste en beschikbare informatie te verschaffen. De politici die de lastige taak hebben beslissingen te nemen en maatregelen op te leggen zijn bij uitstek de experten in beleidszaken. Voor beide groepen hebben we alle respect.

Maar zij zijn geen experten wat betreft de psychische gezondheidszorg en het psychische lijden.

Dat zijn anderen: psychotherapeuten, leraren, kunstenaars, veel meer dan zij. .... In zekere zin zijn zij "experten" van de ziel. Maar ze worden niet gehoord. Elk van hen wordt dagelijks geconfronteerd met de angst en geslagenheid van de jonge burgers: ze stellen ze vast, trachten te "containen", te dragen en te kanaliseren om te voorkomen dat het bij jongeren ontspoort en dat hulpverlening nodig wordt.

We hopen dan ook dat het beleid zich zal openen voor onze analyse. We horen en lezen dagelijks dat mensen uit de kunstensector, leerkrachten van het Deeltijds Kunstonderwijs, alsook hoogleraars in het hoger onderwijs en aan de universiteiten, en werkgevers in vele sectoren enthousiast klaarstaan om de organisatie op zich te nemen voor veilige activiteiten.

Mileen Janssens en Koen Browaeys schreven deze bijdragen voor de groep OPT (Ongebonden PsychoTherapeuten. Een uitgebreide versie van dit opiniestuk en de volledige lijst van ondertekenaars vindt u hier.

Lees ook:

- 'Waarom krijgt de behoefte van jongeren om stoom af te laten niet meer aandacht?'

- Waarom we zo bang zijn om te versoepelen: 'Nul risico bestaat niet'

- De sociaal-emotionele kostprijs van corona: 'We slepen ons voort richting "rijk van de vrijheid"'

- Lachen en liegen in de mondmaskersamenleving: zijn er écht geen blije mensen meer?

Sinds meer dan een jaar treft een wereldwijde pandemie ongeveer de hele wereldbevolking. Niet iedereen wordt ziek of sterft. Maar ook wie niet direct met het virus te maken heeft wordt in gelijke mate getroffen door de maatregelen die worden uitgevaardigd om de verspreiding ervan te beheersen. Al van in het begin tracht men te voorspellen hoelang deze maatregelen zullen duren. Vooralsnog is er geen einde in zicht: een derde golf zou bezig zijn zich te ontwikkelen. Er wordt gesproken van een vierde golf. Er zijn nieuwe varianten die zich onvoorspelbaar gedragen. De WHO waarschuwt voor nog meer pandemieën. De vaccins worden niet zoals verhoopt geleverd, en men weet nog niet hoe lang ze ons gezond houden. Het is goed mogelijk dat we nog een tijdje zoet zijn met het bereiken van de zo verhoopte uitweg uit dit virusverhaal. Om die reden moet er dringend een langetermijnprogramma uitgewerkt worden, om het samenleven mogelijk te maken. De maatregelen moeten op een andere leest geschoeid. Men geeft voorrang aan een virus, maar de pogingen tot controle en beheersing richten andere schade aan die zich ook op lange termijn kan nestelen.Zijn de (psychiatrische) ziekenhuizen, de artsen en de (telefonische) hulplijnen hier dan wel klaar voor?Als psychotherapeuten hebben we per definitie aandacht voor de psyché die onzichtbaar is en de mens tot mens maakt. Gedrag is wel zichtbaar en tot op zekere hoogte conditioneerbaar. Het is als trainen, en gebeurt via uitnodiging en beloning, of via dreiging, bang maken en straf, door iemand met macht. Zo'n "externe controle" kan bij mensen zijn doel missen, en zelfs averechts werken. Een samenleving gedijt maar dankzij individuen die creatief en zelfverantwoordelijk denken, voelen, handelen. Voorschriften tot waakzaamheid, gehoorzaamheid en volgzaamheid spreken andere locaties in het brein aan dan creativiteit, zelfverantwoordelijkheid en sociaal handelen. De menselijke psyché valt dan wel niet samen met het brein, toch brengt ons dit bij twee mogelijke risico's :1. De maatregelen die nu worden uitgevaardigd riskeren te leiden tot een algehele "aangeleerde hulpeloosheid" (learned helplessness) bij de jongeren- jongvolwassenen, een toestand van passiviteit en apathie, die langdurig of blijvend lichamelijke stress kan veroorzaken. Dit ontstaat wanneer mensen geen controle hebben over hun beslissingen. Het is een toestand die - mogelijk - moeilijk omkeerbaar is. Als dit niet wordt doorbroken bij de jonge bevolking kàn dit ertoe leiden dat we over enkele jaren de boemerang terugkrijgen: in plaats van een voor de samenleving broodnodige actieve, ondernemende en creatieve bevolking zullen we mogelijk met een te passieve, volgzame en rigide bevolking te maken krijgen.2. De ontwikkeling en organisatie van de hersenen vereist interactie met een complexe omgeving. Zowel in de vroege kindertijd als in de adolescentie tot een eind in de vroege volwassenheid gebeurt er een spectaculaire reorganisatie van de (sociale) hersenen, met effecten op het latere sociale functioneren. In de periode van de adolescentie en de jongvolwassenheid is het motorisch bewegen tussen de groep leeftijdgenoten en het gezin een voorwaarde voor het ontwikkelen van een goede hechting. De reële fysieke nabijheid van verschillende anderen is hierbij van levensbelang. Waar men vroeger dacht dat de leerperiode voor sociaal gedrag zich beperkte tot de heel jonge leeftijd, ziet men nu dat hechtingsproblemen ook later kunnen ontstaan. Het terugbrengen van het sociale leven tot slechts enkele contacten leidt tot een soort ondervoeding van het sociale brein. Dit werd vastgesteld bij langdurige ziekenhuisopnames of zorginstellingen en uit zich in "hospitalisme": verarming van interesse, toenemende afhankelijkheid, verlies van inzicht in de eigen sociale rol, regressie, depressiviteit en apathie kunnen er het gevolg van zijn. Ontstaat er straks een vergelijkbare toestand als gevolg van langdurig isolement in het eigen huis, of door te weinig sociaal contact met mensen "in het echt"? Onze jongvolwassen patiënten verliezen de moed als hen weer eens een bericht bereikt dat de levende les waar ze zo naar uitkeken opnieuw niet doorgaat. Ze trekken zich terug in zichzelf door de eenzijdigheid van de instructies en voelen zich opstandig door de willekeur ervan en door de schuldinductie ("het zal uw schuld zijn als uw oma sterft"). In onze therapiepraktijken stellen we een toename vast van paniekaanvallen, slaap- angst en eetproblemen, irritatie en onrust, gevoelens van vervreemding, toename van drugs- en alcoholgebruik, meer noodzaak aan opname in psychiatrische ziekenhuizen, vriendschappen die onder druk komen te staan. Iedereen vermeldt concentratieproblemen, en de angst voor aanhoudend telewerk bij jongeren die pas beginnen werken is immens. Zijn we naast de bekende problemen ook nieuwe psychische problemen aan het creëren? Een Lockdown Ontwikkelings Stoornis? Een algehele toestand van "aangeleerde hulpeloosheid" bij jong, maar ook bij (heel) oud? Duizenden werknemers van de Kunsten- en de Culturele sector, jong en ouder, zitten intussen thuis, naast andere sectoren: sport, horeca. Hun enthousiasme en creativiteit aan banden. Zij hebben zich in de zomer en het najaar georganiseerd om de "gebruikers" van hun diensten te ontvangen op de meest veilige manier. Zij zitten te popelen om op een verantwoorde en veilige manier te ontvangen, te gidsen, hun sociale leven en creatieve honger te organiseren. Docenten, leerkrachten en hoogleraren in hogescholen en universiteiten die in de veiligste omstandigheden kunnen lesgeven, zitten te wachten om hun pupillen weer rechtstreeks te mogen opleiden tot verantwoordelijke burgers, de toekomstige ondernemers, leiders, medewerkers, zelfstandigen, leerkrachten, kunstenaars, hulpverleners, politici, wetenschappers. De aanhoudende sturing en controle van ons gedrag botst tegen ons aller grenzen. We beschouwen de wetenschappers die zich met het virus, met de epidemie en met het vaccin bezighouden als de experten par excellence om de bevolking op dit strikt natuurwetenschappelijke domein de gepaste en beschikbare informatie te verschaffen. De politici die de lastige taak hebben beslissingen te nemen en maatregelen op te leggen zijn bij uitstek de experten in beleidszaken. Voor beide groepen hebben we alle respect. Maar zij zijn geen experten wat betreft de psychische gezondheidszorg en het psychische lijden. Dat zijn anderen: psychotherapeuten, leraren, kunstenaars, veel meer dan zij. .... In zekere zin zijn zij "experten" van de ziel. Maar ze worden niet gehoord. Elk van hen wordt dagelijks geconfronteerd met de angst en geslagenheid van de jonge burgers: ze stellen ze vast, trachten te "containen", te dragen en te kanaliseren om te voorkomen dat het bij jongeren ontspoort en dat hulpverlening nodig wordt.We hopen dan ook dat het beleid zich zal openen voor onze analyse. We horen en lezen dagelijks dat mensen uit de kunstensector, leerkrachten van het Deeltijds Kunstonderwijs, alsook hoogleraars in het hoger onderwijs en aan de universiteiten, en werkgevers in vele sectoren enthousiast klaarstaan om de organisatie op zich te nemen voor veilige activiteiten.Mileen Janssens en Koen Browaeys schreven deze bijdragen voor de groep OPT (Ongebonden PsychoTherapeuten. Een uitgebreide versie van dit opiniestuk en de volledige lijst van ondertekenaars vindt u hier.Lees ook: - 'Waarom krijgt de behoefte van jongeren om stoom af te laten niet meer aandacht?'- Waarom we zo bang zijn om te versoepelen: 'Nul risico bestaat niet'- De sociaal-emotionele kostprijs van corona: 'We slepen ons voort richting "rijk van de vrijheid"'- Lachen en liegen in de mondmaskersamenleving: zijn er écht geen blije mensen meer?