Iedere week zoekt Knack naar misleidende informatie op het internet.
...

Ook weerman Frank Deboosere kreeg er recent mee te maken op Twitter: hij deelde een podcast van EOS Wetenschap over windenergie en kreeg prompt de reactie dat windturbines leiden tot 'heel veel dode vogels'. In het bijzonder enkele specifieke fotocollages worden daarbij gretig verspreid: een zielige foto van een bebloede zeearend na een botsing met een windmolen of een groep vogels die in de buurt van een turbine vliegen, gevolgd door een close-up van een karkas met een turbine op de achtergrond. Ze zijn bedoeld om de milieuschade van windturbines te benadrukken en 'de hypocrisie van de groene jongens' in de verf te zetten. Wiekende molens zijn immers 'vogelhakselaars', beweren tegenstanders, een argument in een breder arsenaal aan grieven over ruimtegebruik, slagschaduw en de esthetiek van windturbines in het landschap. Niet alleen burgers die online discussiëren met Frank Deboosere halen vogelslachtoffers van windenergie aan. Notoire tegenstanders van windmolens, zoals de Amerikaanse president Donald Trump en zijn Russische ambtgenoot Vladimir Poetin, hebben er ook herhaaldelijk op gewezen. Trump liet tijdens het laatste presidentiële debat met Joe Biden optekenen dat windturbines 'alle vogels doden'; Poetin maakte zich behalve over vogels in 2019 ook zorgen over wormen die door trillingen van windmolens 'uit de grond komen'. Laat er geen twijfel over bestaan: windturbines maken wereldwijd heel wat slachtoffers onder de vogelpopulaties. Zeker voor zeldzame of bedreigde soorten komt dat boven op de vaak al hoge milieudruk. Een overzichtsrapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) uit 2015 stelt dat een windturbine in Vlaanderen gemiddeld 21 aanvaringsslachtoffers per jaar maakt - al moet gezegd dat het cijfer sterk uiteenliep tussen de verschillende windparken, op basis van hun locatie, de omvang van de turbines en hun lokale opstelling. Ook voor vleermuizen in Vlaanderen is er een vaststaand risico, dat voorlopig nog minder systematisch is onderzocht. En behalve de daadwerkelijke aanvaringen met turbines zijn er de ontwijkingen: die kunnen de natuurlijke habitat van de dieren verstoren, waardoor hun leefgebied kleiner wordt. Op zee, waar almaar vaker windparken worden ingeplant, bleek in 2017 uit onderzoek van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen dat sommige vogelsoorten aangetrokken werden door windparken en dat bij andere soorten dan weer een vermijdingseffect te zien was. Prangender daar is dat de aanbouw van windmolens de communicatie en voedselvoorziening van enkele walvissoorten verstoort, door het boren en het inhameren van de palen. In de praktijk zijn daarom allerlei verzachtende maatregelen ingevoerd, zoals een verbod op inheien tijdens drukke trekperiodes van bruinvissen of het voorzien van 'bubbelgordijnen' om het storende geluid tijdens de werken te dempen. De verwachte toename van windenergie, met bovendien almaar hogere turbines met een grote diameter, heeft de wetenschappelijke wereld de voorbije jaren op zoek doen gaan naar zogenoemde milderende maatregelen om de impact op dierenwereld te temperen. Het INBO-rapport bevatte allerlei aanbevelingen voor risicoanalyse bij geplande projecten rond windenergie en voor monitoring na plaatsing. Zo bestaan er in ons land voor de inplanting van windturbines sinds enkele jaren heuse 'risicoatlassen' voor zowel vogels als vleermuizen. Ook andere milderende maatregelen werden door het INBO aangereikt, zoals het stilleggen van de molens tijdens risicovolle vogeltrekperiodes of het aanbrengen van visuele waarschuwingssignalen op de wieken. Deze zomer nog verscheen in het tijdschrift Ecology and Evolution een studie, uitgevoerd bij een Noors windpark op het eiland Smøla, waaruit bleek dat het jaarlijkse aantal vogelslachtoffers met meer dan 70 procent daalde nadat een van de drie wieken van de windmolens zwart geschilderd was. Die simpele visuele aanpassing zorgde ervoor dat vogels de turbines beter konden opmerken en ontwijken. Andere stemmen in het debat gooien het over een vergelijkende boeg. Hoe hard, bijvoorbeeld, lijden vogels onder windenergie vergeleken met andere vormen van energieopwekking? De Amerikaanse onderzoeker Benjamin Sovacool stelde, misschien verrassend, dat windturbines per opgewekte GWh minder vogeldoden zouden veroorzaken dan nucleaire installaties, en hij concludeert vooral dat beide energiebronnen in het niets verzinken bij wat fossiele brandstoffen aan vogelsterfte veroorzaken. Het blijft wel een ingewikkelde telraamoefening: reken je behalve botsingen met turbines, koeltorens en fabrieksgebouwen ook de slachtoffers mee tijdens de hele levenscyclus van verschillende energiebronnen, gaande van waterverontreiniging door oliewinning tot vervuiling door uraniummijnbouw? En wat met de vogelslachtoffers door klimaatverandering? Hoe pertinent was, ten slotte, Frank Debooseres tweet over katten en vogels? De weerman verwees naar studies over de impact van windenergie vergeleken met de andere belangrijkste doodsoorzaken voor vogels. Voor België ontbreken gedetailleerde cijfers, maar in de Verenigde Staten berekende de Fish and Wildlife Service in 2017 dat jaarlijks zo'n kwart miljoen vogels het leven zouden laten door botsingen met windturbines op land. Elektriciteitsdraden leiden dan weer tot honderd keer meer dode vogels, en vensterramen en glazen gebouwen zouden zelfs bijna 600 miljoen vogels per jaar claimen. Maar de grootste dreiging komt van de Amerikaanse huiskatten, die jaarlijks op hun eentje verantwoordelijk zouden zijn voor gemiddeld 2,4 miljard dode vogels. Dat katten meer vogels doden dan windmolens is een oneerlijke vergelijking, riposteren critici dan weer. Katten grijpen vooral kleinere alomtegenwoordige soorten, terwijl windturbines eerder schadelijk zijn voor grotere en vaker bedreigde exemplaren, in het bijzonder roofvogels. Bovendien tonen projecties aan dat de geplande toename van het aantal windparken de absolute cijfers van vogelslachtoffers veel meer zal doen stijgen. Terwijl voor- en tegenstanders op die manier bekvechten, blijken de grootste natuur- en vogelbeschermingsorganisaties in Vlaanderen en Europa niet tegen windenergie gekant. Daarvoor is windenergie te belangrijk in de strijd tegen de klimaatopwarming, redeneren ze. In een gezamenlijk statement vroegen Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt en Greenpeace enkele jaren geleden wel om 'een afgewogen inplanting en exploitatie van windmolens om significante effecten op populaties van vogels en vleermuizen te vermijden'. Net zoals hun internationale collega's focussen ze vooral op de eerder genoemde milderende maatregelen: verder onderzoek en monitoring, windvergunningen waar de molens 'de minste of liever geen impact op de natuur' hebben, en duidelijke stillegcriteria.