Modellen die het verloop van de covid-19-epidemie voorspellen, zullen de komende dagen/weken/maanden meer en meer ons leven gaan bepalen. Duidelijke en transparante communicatie over achterliggende veronderstellingen, inherente onzekerheden en beperkingen is dan ook geen overbodige luxe. Dit is echter niet evident - enerzijds omdat wetenschappers niet altijd geschoold zijn in communicatie van onderzoeksresultaten naar een breed publiek en dit niet altijd als prioriteit zien; anderzijds omdat de druk vanuit de buitenwereld - zowel oprecht als via online 'getrol' - stelselmatig toeneemt. Wat staat ons te wachten, en welke lessen kunnen we trekken uit de aanpak van voedselschandalen in het verleden?

Communicatie over covid-19 en onzekerheden

Het dient gezegd, de virologen, epidemiologen, en modellenbouwers die nu frequent aan het woord komen over covid-19, communiceren duidelijk, en het vertrouwen van het publiek in de wetenschappers is voorlopig groot. Dit kan echter kenteren in de loop van een epidemie, wanneer bijvoorbeeld wijsheden, geponeerd zonder onzekerheden, later fout blijken.

Correct communiceren zonder het vermelden van wetenschappelijke 'onzekerheid', is een uitdaging. Wetenschappers zijn het gewoon hun bevindingen te beschrijven samen met de hierbij horende inherente onzekerheden, deze onzekerheden weglaten is not done. In contrast hiermee is er het 'grote publiek' met toegang tot een immense hoeveelheid, al dan niet foute, informatie, dat tegelijkertijd duidelijkheid vraagt en enkel zekerheden aanvaardt. Dit spanningsveld wordt sterk benadrukt bij het opduiken van nieuwe opkomende ziekten waarbij het onduidelijkheid troef is. In een era van onzekerheden, met parameters die evolueren en gefinetuned worden, gaat het switchen tussen onder- en overschatten van gevaar soms snel.

Zijn er parallellen tussen de aanpak van covid-19 en die van de dollekoeienziekte?

Naarmate de tijd voortschrijdt worden de modellen beter en de beste analyse wordt eigenlijk pas gemaakt eens alle data zijn verzameld. In het begin van de epidemie kan het, met een surplus aan onbekende factoren, echter lastig zijn om de juiste lijn te vatten. Soms gaat dit nog verder, en worden wetenschappers gedwongen zich op het gladde ijs van risicobeheer te begeven en hierover te communiceren, met als gevolg her en der kritische opmerkingen over democratische verantwoordelijkheid, en politici die duidelijke communicatie over lijden en overleden medeburgers - een boodschap waarmee niet bepaald wordt gescoord op electoraal vlak - schuwen.

De ruis tussen wetenschap en politiek was tot nu toe al bij al beperkt. Maar her en der wordt nu al geopperd dat eens deze crisis haar kracht verliest, en keuzes meer en meer ideologisch worden, politici weer terug op het voorfront zullen trachten te komen.

Voedselcrisissen uit de jaren 90: een déjà-vu?

Bijna 30 jaar geleden brak de gekkekoeiencrisis uit. In de nasleep van deze crisis kwamen Europese regeringsleiders in 1999 in de Finse hoofdstad Helsinki samen, en uiteindelijk werd de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA opgericht. Een cruciaal principe binnen de voedselveiligheid is een duidelijke scheiding tussen drie pijlers: risicobeoordeling, risicobeheer en risicocommunicatie, waarbij risicobeoordeling door wetenschappers gebeurt, zonder inmenging van industrie, media en politiek. Het was Silvio Berlusconi die er toen met enige bombarie voor zorgde dat EFSA in het pittoreske Parma gevestigd werd en niet in Finland, wat toen al aanduidde dat het compleet buitenhouden van politieke inmenging in EFSA-evaluaties, niet eenvoudig zou zijn.

De gekkekoeienziektecrisis is uiteraard niet vergelijkbaar met de huidige crisis, maar toch lijken er ook parallellen te trekken.

Net als vandaag werd er tijdens de gekkekoeienziekte-crisis duchtig nagedacht over het snijvlak tussen economie en volksgezondheid, ook toen moesten er maatregelen worden genomen terwijl het risico gepaard ging met onzekerheden, ook toen sprak men van "tracing" en was er de race naar de beste diagnostische test, en ook toen werd er gedebatteerd over hoe het best cijfers rapporteren.

Net als vandaag werden tijdens de gekkekoeienziekte lessen getrokken uit de risico-ervaringen in andere landen, waardoor de Verenigde Staten toen beter waren voorbereid dan het Verenigd Koningrijk, net zoals nu ook Europese landen de ervaringen uit Italië konden gebruiken als leerschool.

De vinnige discussies rond het rapporteren van sterftecijfers, de discussie over het al dan niet veralgemeend testen van de bevolking, en de heisa rond het dragen van mondmaskers maken rapporteren en duiding geven - zoals ook tijdens de gekkekoeienziekte-crisis - een uitdaging.

Informatie-overvloed

Het uitbarsten van de huidige crisis ging gepaard met een explosie van grafiekjes op Twitter, LinkedIn en Facebook met voorspellingen van de afgeplatte curve en mogelijke extra pieken, die veel 'likes' opleverden, maar waar de onderliggende veronderstellingen vaak minder duidelijk onder de motorkap blijven steken. Sinds het uitbarsten van de crisis voelen velen zich uiteraard geroepen om hun steentje bij te dragen, het domein van de volksgezondheid in te duiken en ideeën en predicties te lossen, vaak via sociale media. Dat is op zich - ondanks niet de weg die de wetenschap, met de gekende peer review, normaliter bewandelt - niet slecht omdat het kan leiden tot knappe nieuwe inzichten. Maar dit informatiebombardement kan ook tot rusteloosheid, angst en verzadiging leiden, waarbij het grote publiek de belangrijkste boodschappen dreigt te missen hetgeen met de tijd kan leiden tot een minder strikt opvolgen van de maatregelen. De recente ambitie van verschillende wetenschappers om in België inspanningen rond COVID-19 voorspellingsmodellen te bundelen en eenduidig te communiceren, lijkt in dat opzicht een goede zaak.

Voorzorgsprincipe

Aangezien er veel is dat we nog niet weten over het nieuwe virus, moeten de resultaten van de rekenmodellen zeer behoedzaam geïnterpreteerd worden. Het in risicobeheer soms gehanteerde voorzorgsprincipe stelt dat een wetenschappelijke risicobeoordeling soms te veel onzekerheden bevat om een beslissing te nemen en dat men beter het zekere voor het onzekere neemt, wat in de COVID-19-crisis zou betekenen, om genomen maatregelen heel voorzichtig af te bouwen, m.a.w. het beleid baseren op de bovengrenzen van de voorspelde sterftecurves. Risicobeheer is een kunst en vraagt continue evaluatie van het maatschappelijk draagvlak en dus het jongleren tussen het voorzorgsprincipe ("better safe than sorry") en een meer gebalanceerde risico-aanpak.

Het rapporteren over onzekerheden lijkt aangewezen, maar dient ook te gebeuren met de nodige omzichtigheid. Tijdens de gekkekoeienziektecrisis werd de link gelegd tussen besmet vlees eten en de Creutzfeldt-Jakob-ziekte bij mensen, met bovengrenzen van sommige voorspellingen die op een nakende ramp wezen, gezien een grote massa reeds besmet vlees had geconsumeerd.

Er kwamen curves op tafel met enorme aantallen patiënten, en gevraagd naar een voorspelling sprak Adrian Smith, de president van de Royal Statistical Society van nul tot miljoenen doden. Ook het vakblad Nature rapporteerde toen een zeer brede vork voor de vCJD-voorspellingen. De meest pessimistische voorspellingen bleken uiteindelijk fout, veel mensen werden ondanks het eten van besmet vlees niet ziek - en werden ook pas zeer laat ziek na de blootstelling. Het bleek toen dat modellen vooral van nut waren in het aanduiden van wat kán gebeuren, maar in de afwezigheid van alle informatie, soms moeilijk kunnen voorspellen wat er zál gebeuren.

Vertrouwen, als essentieel onderdeel van een effectieve risicocommunicatie, groeit in functie van de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen, wat niet steeds eenvoudig is wanneer kennis onzekerheden meedraagt. Dit kan leiden tot individuele irrationaliteit: met een 50-50 kans dat het risico laag of hoog is zullen mensen geneigd zijn het risico te benaderen als groter dan het gemiddelde van het lage en het hoge risico. Het tonen van de meer 'conservatieve' worst case-voorspellingen kan dus soms paniek veroorzaken, zoals bij de communicatie van de Creutzfeldt-Jakob-schattingen, gebaseerd op onrealistische aannames. Een studie van het Winton Centre uit Cambridge toonde ook aan dat het publiek zich vaak niet realiseert dat de gemiddelde voorspelling meestal waarschijnlijker is dan de buitengrenzen van het onzekerheidsgebied.

Uit het verleden kunnen we dus leren, dat het verfijnen van betrouwbaarheidsintervallen rond schattingen cruciaal is, en dit best al vanaf het begin van een epidemie. Dit noodzaakt een open-databeleid en een zware investering in onderzoek. Hierbij kan de grote focus op covid-19, die de aandacht wegneemt van andere, grote uitdagingen in de maatschappij, spijtig genoeg, nieuwe noodsituaties doen ontluiken. Het maken van de juiste keuzes zal ook gebeuren in het licht van onzekerheden. Wetenschappers lijken het best geplaatst om hiermee om te kunnen en zo gepast beleidsmakers te adviseren. Constructief samenwerken in overleg en ongeacht afkomst of stand, en nadien transparant communiceren lijkt hierbij de enige optie.

Niko Speybroeck is professor epidemiologie aan de UCLouvain. Dit artikel geeft zijn persoonlijke mening weer.

Modellen die het verloop van de covid-19-epidemie voorspellen, zullen de komende dagen/weken/maanden meer en meer ons leven gaan bepalen. Duidelijke en transparante communicatie over achterliggende veronderstellingen, inherente onzekerheden en beperkingen is dan ook geen overbodige luxe. Dit is echter niet evident - enerzijds omdat wetenschappers niet altijd geschoold zijn in communicatie van onderzoeksresultaten naar een breed publiek en dit niet altijd als prioriteit zien; anderzijds omdat de druk vanuit de buitenwereld - zowel oprecht als via online 'getrol' - stelselmatig toeneemt. Wat staat ons te wachten, en welke lessen kunnen we trekken uit de aanpak van voedselschandalen in het verleden?Het dient gezegd, de virologen, epidemiologen, en modellenbouwers die nu frequent aan het woord komen over covid-19, communiceren duidelijk, en het vertrouwen van het publiek in de wetenschappers is voorlopig groot. Dit kan echter kenteren in de loop van een epidemie, wanneer bijvoorbeeld wijsheden, geponeerd zonder onzekerheden, later fout blijken.Correct communiceren zonder het vermelden van wetenschappelijke 'onzekerheid', is een uitdaging. Wetenschappers zijn het gewoon hun bevindingen te beschrijven samen met de hierbij horende inherente onzekerheden, deze onzekerheden weglaten is not done. In contrast hiermee is er het 'grote publiek' met toegang tot een immense hoeveelheid, al dan niet foute, informatie, dat tegelijkertijd duidelijkheid vraagt en enkel zekerheden aanvaardt. Dit spanningsveld wordt sterk benadrukt bij het opduiken van nieuwe opkomende ziekten waarbij het onduidelijkheid troef is. In een era van onzekerheden, met parameters die evolueren en gefinetuned worden, gaat het switchen tussen onder- en overschatten van gevaar soms snel. Naarmate de tijd voortschrijdt worden de modellen beter en de beste analyse wordt eigenlijk pas gemaakt eens alle data zijn verzameld. In het begin van de epidemie kan het, met een surplus aan onbekende factoren, echter lastig zijn om de juiste lijn te vatten. Soms gaat dit nog verder, en worden wetenschappers gedwongen zich op het gladde ijs van risicobeheer te begeven en hierover te communiceren, met als gevolg her en der kritische opmerkingen over democratische verantwoordelijkheid, en politici die duidelijke communicatie over lijden en overleden medeburgers - een boodschap waarmee niet bepaald wordt gescoord op electoraal vlak - schuwen. De ruis tussen wetenschap en politiek was tot nu toe al bij al beperkt. Maar her en der wordt nu al geopperd dat eens deze crisis haar kracht verliest, en keuzes meer en meer ideologisch worden, politici weer terug op het voorfront zullen trachten te komen. Bijna 30 jaar geleden brak de gekkekoeiencrisis uit. In de nasleep van deze crisis kwamen Europese regeringsleiders in 1999 in de Finse hoofdstad Helsinki samen, en uiteindelijk werd de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA opgericht. Een cruciaal principe binnen de voedselveiligheid is een duidelijke scheiding tussen drie pijlers: risicobeoordeling, risicobeheer en risicocommunicatie, waarbij risicobeoordeling door wetenschappers gebeurt, zonder inmenging van industrie, media en politiek. Het was Silvio Berlusconi die er toen met enige bombarie voor zorgde dat EFSA in het pittoreske Parma gevestigd werd en niet in Finland, wat toen al aanduidde dat het compleet buitenhouden van politieke inmenging in EFSA-evaluaties, niet eenvoudig zou zijn.De gekkekoeienziektecrisis is uiteraard niet vergelijkbaar met de huidige crisis, maar toch lijken er ook parallellen te trekken.Net als vandaag werd er tijdens de gekkekoeienziekte-crisis duchtig nagedacht over het snijvlak tussen economie en volksgezondheid, ook toen moesten er maatregelen worden genomen terwijl het risico gepaard ging met onzekerheden, ook toen sprak men van "tracing" en was er de race naar de beste diagnostische test, en ook toen werd er gedebatteerd over hoe het best cijfers rapporteren. Net als vandaag werden tijdens de gekkekoeienziekte lessen getrokken uit de risico-ervaringen in andere landen, waardoor de Verenigde Staten toen beter waren voorbereid dan het Verenigd Koningrijk, net zoals nu ook Europese landen de ervaringen uit Italië konden gebruiken als leerschool.De vinnige discussies rond het rapporteren van sterftecijfers, de discussie over het al dan niet veralgemeend testen van de bevolking, en de heisa rond het dragen van mondmaskers maken rapporteren en duiding geven - zoals ook tijdens de gekkekoeienziekte-crisis - een uitdaging.Het uitbarsten van de huidige crisis ging gepaard met een explosie van grafiekjes op Twitter, LinkedIn en Facebook met voorspellingen van de afgeplatte curve en mogelijke extra pieken, die veel 'likes' opleverden, maar waar de onderliggende veronderstellingen vaak minder duidelijk onder de motorkap blijven steken. Sinds het uitbarsten van de crisis voelen velen zich uiteraard geroepen om hun steentje bij te dragen, het domein van de volksgezondheid in te duiken en ideeën en predicties te lossen, vaak via sociale media. Dat is op zich - ondanks niet de weg die de wetenschap, met de gekende peer review, normaliter bewandelt - niet slecht omdat het kan leiden tot knappe nieuwe inzichten. Maar dit informatiebombardement kan ook tot rusteloosheid, angst en verzadiging leiden, waarbij het grote publiek de belangrijkste boodschappen dreigt te missen hetgeen met de tijd kan leiden tot een minder strikt opvolgen van de maatregelen. De recente ambitie van verschillende wetenschappers om in België inspanningen rond COVID-19 voorspellingsmodellen te bundelen en eenduidig te communiceren, lijkt in dat opzicht een goede zaak.Voorzorgsprincipe Aangezien er veel is dat we nog niet weten over het nieuwe virus, moeten de resultaten van de rekenmodellen zeer behoedzaam geïnterpreteerd worden. Het in risicobeheer soms gehanteerde voorzorgsprincipe stelt dat een wetenschappelijke risicobeoordeling soms te veel onzekerheden bevat om een beslissing te nemen en dat men beter het zekere voor het onzekere neemt, wat in de COVID-19-crisis zou betekenen, om genomen maatregelen heel voorzichtig af te bouwen, m.a.w. het beleid baseren op de bovengrenzen van de voorspelde sterftecurves. Risicobeheer is een kunst en vraagt continue evaluatie van het maatschappelijk draagvlak en dus het jongleren tussen het voorzorgsprincipe ("better safe than sorry") en een meer gebalanceerde risico-aanpak. Het rapporteren over onzekerheden lijkt aangewezen, maar dient ook te gebeuren met de nodige omzichtigheid. Tijdens de gekkekoeienziektecrisis werd de link gelegd tussen besmet vlees eten en de Creutzfeldt-Jakob-ziekte bij mensen, met bovengrenzen van sommige voorspellingen die op een nakende ramp wezen, gezien een grote massa reeds besmet vlees had geconsumeerd. Er kwamen curves op tafel met enorme aantallen patiënten, en gevraagd naar een voorspelling sprak Adrian Smith, de president van de Royal Statistical Society van nul tot miljoenen doden. Ook het vakblad Nature rapporteerde toen een zeer brede vork voor de vCJD-voorspellingen. De meest pessimistische voorspellingen bleken uiteindelijk fout, veel mensen werden ondanks het eten van besmet vlees niet ziek - en werden ook pas zeer laat ziek na de blootstelling. Het bleek toen dat modellen vooral van nut waren in het aanduiden van wat kán gebeuren, maar in de afwezigheid van alle informatie, soms moeilijk kunnen voorspellen wat er zál gebeuren. Vertrouwen, als essentieel onderdeel van een effectieve risicocommunicatie, groeit in functie van de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen, wat niet steeds eenvoudig is wanneer kennis onzekerheden meedraagt. Dit kan leiden tot individuele irrationaliteit: met een 50-50 kans dat het risico laag of hoog is zullen mensen geneigd zijn het risico te benaderen als groter dan het gemiddelde van het lage en het hoge risico. Het tonen van de meer 'conservatieve' worst case-voorspellingen kan dus soms paniek veroorzaken, zoals bij de communicatie van de Creutzfeldt-Jakob-schattingen, gebaseerd op onrealistische aannames. Een studie van het Winton Centre uit Cambridge toonde ook aan dat het publiek zich vaak niet realiseert dat de gemiddelde voorspelling meestal waarschijnlijker is dan de buitengrenzen van het onzekerheidsgebied.Uit het verleden kunnen we dus leren, dat het verfijnen van betrouwbaarheidsintervallen rond schattingen cruciaal is, en dit best al vanaf het begin van een epidemie. Dit noodzaakt een open-databeleid en een zware investering in onderzoek. Hierbij kan de grote focus op covid-19, die de aandacht wegneemt van andere, grote uitdagingen in de maatschappij, spijtig genoeg, nieuwe noodsituaties doen ontluiken. Het maken van de juiste keuzes zal ook gebeuren in het licht van onzekerheden. Wetenschappers lijken het best geplaatst om hiermee om te kunnen en zo gepast beleidsmakers te adviseren. Constructief samenwerken in overleg en ongeacht afkomst of stand, en nadien transparant communiceren lijkt hierbij de enige optie.Niko Speybroeck is professor epidemiologie aan de UCLouvain. Dit artikel geeft zijn persoonlijke mening weer.