Iedere week zoekt Knack naar misleidende informatie op het internet.
...

Of het nu gaat om smeltende gletsjers, wegsijpelend drinkwater uit lekkende leidingen of de omvang van het kernafval in ons land: met de eenheid 'olympisch zwembad' kun je volumes van duizenden liters concreet illustreren. Ook minister van Energie Tinne Van der Straeten gebruikte het populaire beeld eind vorige maand, in een interview waarbij ze haar beleid rond de kernuitstap en de bouw van vervangende gascentrales verdedigde. Het is lang niet de eerste keer dat Van der Straeten of haar partij Groen de omvang van het kernafval in ons land uitdrukt in 'olympische zwembaden'. In mei 2020 plaatste Groen een filmpje op Facebook naar aanleiding van een enquête over de geologische berging van het kernafval, georganiseerd door het NIRAS, de Nationale Instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. Toen sprak Van der Straeten over 'vijf olympische zwembaden aan hoogradioactief afval' die onder de grond zouden worden gestopt. En in de Kamer sprak de minister recent nog over 'vier olympische zwembaden aan langlevend laag en middelradioactief afval' en 'één olympisch zwembad langlevend hoogradioactief afval'. Op Twitter sloegen allerlei voor- en tegenstanders van kernenergie prompt aan het rekenen: wat is nu de juiste hoeveelheid, en wat is precies de inhoud van zo'n olympisch zwembad? Dat het 50 meter lang is weten we allemaal, maar reken je met de minimaal vereiste diepte van 2 meter, of eerder met de aanbevolen diepte van 3 meter? De consensus blijkt dat een olympisch zwembad als inhoudsmaat gelijkstaat met 2,5 miljoen liter (of 2500 kubieke meter). Klopt het dan wat Van der Straeten beweerde over de omvang van het kernafval in ons land? Hoeveel is er precies voorhanden in België, en hoe gevaarlijk is het? Radioactief afval wordt opgedeeld in drie categorieën: laagactief, middelactief en hoogactief. Die laatste twee categorieën zijn veel kleiner in omvang, maar het zijn wel die types die het gevaarlijkst zijn en in hoofdzaak door kerncentrales worden geproduceerd. Maar niet alle nucleair afval is dus afkomstig van kerncentrales: kernenergie heeft ook onvervangbare toepassingen in de industrie en de geneeskunde, die vooral laagactief afval produceren. Waar blijven we overigens met dat kernafval? Tussen 1960 en 1982 was de oplossing eenvoudig: containers werden regelmatig gedumpt in zee. Men ging ervan uit dat het grote volume zeewater de radioactiviteit voldoende zou verdunnen. In die decennia organiseerde België 15 bergingsoperaties, waarbij in totaal bijna 30.000 ton aan radioactief afval gestort werd op de bodem van de Atlantische Oceaan. Nadat in 1983 die praktijk internationaal aan banden werd gelegd, begon België zijn radioactieve afval te stockeren. Dat gebeurt sindsdien vooral bij Belgoprocess in Dessel, waar bijna 23.000 kubieke meter kernafval opgeslagen ligt in betonnen bunkergebouwen. Dat zijn dus ongeveer 9 zwembaden - maar slechts 1,4 procent daarvan is hoogactief kernafval. Is dat dan alles? Nee, er ligt ook nog heel wat afval voorlopig opgeslagen op de sites van Doel en Tihange zelf. Ook de onvermijdelijke ontmanteling en afbraak van de kerncentrales zal in de toekomst nog een hoop bijkomend afval met zich meebrengen. Het NIRAS berekende dat tegen 2070 de totale omvang van het nucleaire afval in België - inclusief de afbraak van de kerncentrales - zal oplopen tot 85.000 kubieke meter. Dat zijn zelfs 34 olympische zwembaden, zij het opnieuw vooral laagactief afval. De definitieve oplossingen zijn schaars: oppervlakteberging, geologische berging diep in de Boomse kleilagen, of misschien wel nieuwe methodes waarbij het afval wordt gerecycleerd. Nee, zeggen voorstanders van kernenergie, verbruikte splijtstof mag je niet zomaar 'afval' noemen, we zullen dat in de toekomst kunnen oogsten als brandstof voor nieuwe types reactoren. Het aantal olympische zwembaden hangt dus vooral af van hoe en wat je telt. Tegenstanders van kernenergie gebruiken de beeldspraak om de omvang van het kernafvalprobleem te problematiseren. Het Nucleair Forum, de federatie en lobby van de kernenergiesector, verkiest geen zwembaden van 50 meter maar voetbalvelden van 120 meter lang om de hoeveelheden aan kernafval te visualiseren. Kernafval is als problematiek moeilijk bevattelijk voor te stellen: het is relatief 'onzichtbaar' en overstijgt de levensspanne van de individuele mens. Zelfs de halfwaardetijd van 30 jaar voor laagradioactief afval houdt in dat meerdere eeuwen nodig zijn voordat het een stralingsniveau bereikt dat de natuurlijke radioactiviteit benadert. Bij voorstanders van kernenergie heeft het 'kernafvalzwembad' bovendien een symbolische retorische tegenhanger: de radioactieve banaan. Om het punt te illustreren dat lage dosissen radioactiviteit gewoon in de natuur voorkomen, wordt steevast naar dat stuk fruit verwezen. Bananen bevatten van nature een lage dosis radioactief kalium, die je binnenkrijgt bij elk exemplaar dat je eet. Zelfs als het zou mislopen bij de geologische berging en er zouden binnen honderden of duizenden jaren containers kernafval beginnen te lekken, klinkt het dan sussend, zouden bewoners in de buurt hoogstens een dosis binnenkrijgen die overeenstemt met twee bananen. De recente rekensommetjes over olympische zwembaden kernafval zijn vooral exemplarisch voor de hevige discussies over kernenergie die met de regelmaat van de klok losbarsten op sociale media. Het huidige politieke debat spitst zich toe op een verlenging van de levensduur van de twee jongste kernreactoren in ons land - dat de overige vijf definitief zijn afgeschreven, daar is iedereen het over eens. Maar de problematiek van het kernafval is vooral een kwestie van de nu reeds gestockeerde containers en de nu reeds berekende aangroei die sowieso volgt uit de uiteindelijke ontmanteling van de centrales. Verwijzingen naar olympische zwembaden kernafval en radioactieve bananen zijn vooral een commentaar op de principekwestie 'wel of geen kernenergie', en op de historische erfenis van het kernafval waar de samenleving sowieso ooit mee zal moeten afrekenen.