Onze voetbalbobo's liggen met klamme handjes en badend in het zweet in bed. Niet van Operatie Propere Handen, want al wie boter op het hoofd heeft, of een Rolexje teveel rond de pols, is al bij de onderzoeksrechter op visite geweest. Het is nog wachten op de Raadkamer voor de afhandeling. Justitie heeft korte beentjes maar lange armpjes. Het graaigajes bibbert nu vooral voor de overheid die, onder druk van het parlement, eindelijk van plan lijkt de pamperfiscaliteit voor de sjotters buitenspel te zetten, want op weinig andere plaatsen wordt de welvaart duidelijker naar buiten gekotst dan in de loges en de skyboxen van onze voetbaltempels. De omerta is er de voertaal. Voetbal is mensenhandel en makelaars zijn mensenhandelaars die spelers per opbod versjacheren op een veredelde kamelenmarkt. Die sportpooiers passeren hier zelf jaarlijks aan de kassa voor 40 tot 50 miljoen euro. Het bedrag dat de sportief directeur onder de tafel terugkrijgt nog niet meegerekend.

'Club-doelman Simon Mignolet moet op zijn jaarwedde van 3,4 miljoen euro maar evenveel sociale bijdragen betalen als de poetsvrouw van het stadion, hijzelf betaalt 3.763 euro en zijn club 7.198 euro', is het populistisch riedeltje waardoor de goegemeente eindelijk wakker geschoten is. De RSZ-kwijtschelding in het voetbalseizoen 2019-2020 beliep niet minder dan 105.624.068 euro. We moeten echter oppassen dat we het gepamperd kindje met het badwater niet weggooien. Rancune en afgunst zijn slechte raadgevers.

Zelfs voor de pensioenbijdragen omzeilen voetbalbobo's de buitenspelregels.

Het verhogen van de RSZ-bijdragen zal het rechtvaardigheidsgevoel misschien verhogen maar aan die wantoestanden niet veel verhelpen. Een gelijkaardige regeling waarbij topverdieners weinig sociale bijdragen betalen, bestaat overigens al in het zelfstandigenstatuut. Al zou Victor Soudal wekelijks een miljoentje bijlijmen op zijn bankrekening, dan moet hij ook niet meer sociale bijdragen ophoesten dan een wielrenner uit zijn Lotto-Soudalploeg. Voor zelfstandigen of vrije beroepen is dit namelijk maximum een kleine 16.000 euro op jaarbasis, of 20,5% op maximum 89.051 euro, ongeacht hoe groot hun inkomen ook is.

Topsporters daarentegen staan "onder gezag en toezicht" en kunnen niet vluchten in allerhande vennootschapsconstructies zoals menige managers van bedrijven en beoefenaars van vrije beroepen. Maffieuze sportpooiers als Bayat, Veljkovic en Henrotay zetten ze dan maar zelf op. Een duivelszak is immers nooit vol. Met een ondoordachte verhoging van de RSZ zouden bovendien alle sporten getroffen worden, van volleybalploegen tot wielerteams. Op een loonmassa van 14 miljoen euro in het wielrennen, verdient één derde van onze coureurs minder dan 28.000 euro per jaar, een ander derde minder dan 54.000 euro en slechts 12% meer dan 108.000 euro.

Het (para)fiscaal gunstregime voor het voetbal is compleet scheef gegroeid. Aan de basis van de exorbitante ontsporing, die een miljoenendans oplevert voor de graaiende voetbalbobo's, ligt niet alleen de verlaagde RSZ-bijdrage maar vooral de vrijstelling van het doorstorten van de bedrijfsvoorheffing. In het seizoen 2019-2020 werd er aan de clubs van de Jupiler Pro League niet minder dan 93.757.545 euro (!) aan belastingkortingen gegeven. Het werd een magneet voor de aantrekking van de handel in goedkope buitenlandse spelers. In 1992 voerde Financiënminister Philippe Maystadt een exclusief belastingtarief in van 18% voor buitenlandse sportbeoefenaars en podiumkunstenaars die occasioneel optraden in ons land. "Occasioneel" werd al vlug opgerekt naar een verblijf van 3 tot 4 jaar. De wet werd nog versoepeld door Didier Reynders op 15 mei 2002 en in 2004, op vraag van Johan Vande Lanotte die tweedehands basketters uit Amerika en de Balkan nodig had voor zijn BCO Oostende. Op 4 mei 2007 volgde dan de dijkbreuk. Vanaf toen mochten de clubs 80% van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op alle spelerslonen zelf in kas houden. Op voorwaarde dat de helft van de ingehouden heffing op spelerslonen van sporters ouder dan 26 jaar geïnvesteerd werd in jeugdwerking, inclusief lonen van jeugdtrainers, medewerkers en spelers jonger dan 23 jaar (ook buitenlandse!). Het was de bedoeling dat die sociale gulheid zou dienen voor opleiding van de jeugd. Maar door gebrek aan controle kreeg de graaicultuur vrij spel om met dit extra budget spelers te kopen, toplonen uit te keren of in onroerend goed te investeren.

Het effect werkte omgekeerd. Niet minder dan 57,6% van de spelers in eerste klasse zijn buitenlanders, en met 30% aan niet-EU-spelers op de grasmat zijn we Europees koploper in de voetballersimport. De Belgische clubs kunnen dankzij die gulle sociale subsidieregelingen, samen goed voor een cadeau van 200 miljoen euro, die sjotters goedkoop in de etalage zetten voor doorverkoop. Toch zijn nauwelijks 5 van de 18 clubs uit de Jupiler Pro League uit de rode cijfers. Ze hadden in bovenvermeld seizoen een gecumuleerd verlies van 91,3 miljoen euro. Alle poen gaat immers naar de toppers. In het coronajaar zijn de lonen zelfs met 35% gestegen tot gemiddeld 430.352 euro. Begrijpe wie kan.

Voor sporters bestaat er en plus een afwijkend aanvullend pensioen, een soort tweede pensioenpijler. Voetbalclubs zijn verplicht een bijdrage te storten in een pensioenfonds volgens een barema gebaseerd op de hoogte van het spelersloon. Sporters kunnen deze verzekering op hun 35ste opnemen tegen een aanslagvoet van 20% op de werkgeverstoelagen, in plaats van ten vroegste op 65-jarige leeftijd voor een gewone werknemer. Het werd uitgedokterd in 1985 door Jean-Luc Dehaene en verzekeraar Assubel, respectievelijk supporter en sponsor van Club Brugge, om spelers als Jan Ceulemans en Eric Gerets in het land te houden. Maar ook deze regeling wordt weerom misbruikt. Nagenoeg alle clubs in de Pro League dokterden een inventief systeem uit om er aan te ontsnappen: het "tekengeld". Bij het ondertekenen van de contracten wordt het loon zo laag mogelijk gehouden en het tekengeld zo hoog mogelijk. Tot 40% van de inkomsten van de speler wordt zo als tekengeld bestempeld. Dit wordt dan ook in maandelijkse schijven uitbetaald aan de spelers, maar de clubs moeten daarop geen bijdrage betalen voor het pensioenfonds.

Dat 'sportasceet en academische keuterboer' (vrij naar Hugo Camps) Frank Vandenbroucke dit pensioenplan nu volledig wil afschaffen is een tjevenstreek. Toen hij minister van Sociale Zaken was heeft hij het, onder druk van basketballobbyist Johan Vande Lanotte, met zijn wet van 28 april 2003, zelf uitgebreid naar alle teamsporten! Het hoeft niet afgeschaft te worden. Het is een financiële springplank gebleken voor sporters om een tweede carrière op te starten met een gedoogbeleid voor de zelf opgespaarde centen. Niet alle topsporters kunnen na hun loopbaan immers rentenieren. Vroeger kon je enkel hopen op je naambekendheid om een café open te houden. Het volstaat deze frauduleuze praktijken van de voetbalbobo's te controleren en het tekengeld aan een pensioenbijdrage te onderwerpen.

Een ander oud zeer dat dringend dient aangepakt te worden zijn de lage minimumlonen voor niet-EU-spelers. In 2003 diende ik al een wetsvoorstel in "Tot invoering van een minimumsalaris voor niet-Europese sportbeoefenaars en trainers" (nr. 2-1609/1). Deze sporters moeten hier maar acht keer het minimumsalaris voor een betaalde sportbeoefenaar verdienen of 81.000 euro per jaar. Een habbekrats in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland. In Nederland mogen 18- en 19-jarige voetballers van buiten de Europese Unie maar aan de slag wanneer ze meer dan 220.000 euro verdienen. Zijn ze 20 of ouder, dan loopt dat op tot minstens 440.000 euro of anderhalve keer het gemiddelde jaarloon in eredivisie.

Zo is ons land het Mekka geworden voor sjotters van tweede garnituur uit de ganse wereld, maar vooral uit Afrika. Het aankooprisico is toch miniem. In het beste geval worden ze doorverkocht, in het slechtste geval belanden ze in de illegaliteit op een voetbalpleintje in 't stad. Als we onze Noorderburen volgen is die koloniale handel meteen opgelost. Doen, Vandenbroucke. Gehaaide buitenlandse clubs en investeringsgroepen namen onze clubs over om deze koopwaar als interimkantoor in de etalage te plaatsen. Zeven clubs in eerste klasse (1A), en nagenoeg allemaal in tweede (1B) zijn in handen van (dikwijls dubieuze) geldwolven, van de Russische oligarch Dmitry Rybolovkov tot de Britse gokmiljardair Tony Bloomen of de Turkse leverancier van militaire uitrustingen Oktay Erçan. De rest volgt. Club Brugge verkocht al een aandelenpakket aan het Amerikaanse Orkila Capital, en bij KAA Gent hebben Michel Louwagie en Ivan De Witte hun verkoopakte al klaar, maar de supporters moeten eerst nog wat gesust worden.

Met overheidscontrole, met het stelselmatig terugdringen van de vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing en met een graduele maar geplafonneerde sociale bijdragenregeling wordt het sociaal voetbalonrecht al grotendeels hersteld. Naast het aanpakken van het tekengeld en de verhoging van de lonen voor niet-EU-spelers is er ook nog heel wat hoog- en laaghangend fruit. In principe moeten de spelers zelf de makelaarsvergoedingen betalen. Maar in de praktijk nemen de clubs die mensenhandelfee ten laste. Deze moeten als Voordeel van Alle Aard (VAA) beschouwd worden, gecontroleerd en dito belast zoals in de ons omringende landen. Een solidariteitsbijdrage van 10% op de transfers behoort ook tot de mogelijkheden...(zie mijn wetsvoorstel 55 1151/001 dd. 08.04.2020)

Verder heb ik het ook niet voor doorgeschoten voetbalmiljonairs die op de loonlijst staan van sjeiks en oligarchen, en die dan - vol gespleten devotie tegen racisme - modieus knielen op een met slavenbloed doordrenkt voetbalveld van een islamitische enclave. Lui die knielen voor het slavernijverleden maar meespelen in het slavernijheden. Maar dit is een ander verhaal. De bal moet ook blijven rollen, en dit kan zonder van de RSZ-bijdragen een politieke fetisj te maken.

Onze voetbalbobo's liggen met klamme handjes en badend in het zweet in bed. Niet van Operatie Propere Handen, want al wie boter op het hoofd heeft, of een Rolexje teveel rond de pols, is al bij de onderzoeksrechter op visite geweest. Het is nog wachten op de Raadkamer voor de afhandeling. Justitie heeft korte beentjes maar lange armpjes. Het graaigajes bibbert nu vooral voor de overheid die, onder druk van het parlement, eindelijk van plan lijkt de pamperfiscaliteit voor de sjotters buitenspel te zetten, want op weinig andere plaatsen wordt de welvaart duidelijker naar buiten gekotst dan in de loges en de skyboxen van onze voetbaltempels. De omerta is er de voertaal. Voetbal is mensenhandel en makelaars zijn mensenhandelaars die spelers per opbod versjacheren op een veredelde kamelenmarkt. Die sportpooiers passeren hier zelf jaarlijks aan de kassa voor 40 tot 50 miljoen euro. Het bedrag dat de sportief directeur onder de tafel terugkrijgt nog niet meegerekend.'Club-doelman Simon Mignolet moet op zijn jaarwedde van 3,4 miljoen euro maar evenveel sociale bijdragen betalen als de poetsvrouw van het stadion, hijzelf betaalt 3.763 euro en zijn club 7.198 euro', is het populistisch riedeltje waardoor de goegemeente eindelijk wakker geschoten is. De RSZ-kwijtschelding in het voetbalseizoen 2019-2020 beliep niet minder dan 105.624.068 euro. We moeten echter oppassen dat we het gepamperd kindje met het badwater niet weggooien. Rancune en afgunst zijn slechte raadgevers. Het verhogen van de RSZ-bijdragen zal het rechtvaardigheidsgevoel misschien verhogen maar aan die wantoestanden niet veel verhelpen. Een gelijkaardige regeling waarbij topverdieners weinig sociale bijdragen betalen, bestaat overigens al in het zelfstandigenstatuut. Al zou Victor Soudal wekelijks een miljoentje bijlijmen op zijn bankrekening, dan moet hij ook niet meer sociale bijdragen ophoesten dan een wielrenner uit zijn Lotto-Soudalploeg. Voor zelfstandigen of vrije beroepen is dit namelijk maximum een kleine 16.000 euro op jaarbasis, of 20,5% op maximum 89.051 euro, ongeacht hoe groot hun inkomen ook is. Topsporters daarentegen staan "onder gezag en toezicht" en kunnen niet vluchten in allerhande vennootschapsconstructies zoals menige managers van bedrijven en beoefenaars van vrije beroepen. Maffieuze sportpooiers als Bayat, Veljkovic en Henrotay zetten ze dan maar zelf op. Een duivelszak is immers nooit vol. Met een ondoordachte verhoging van de RSZ zouden bovendien alle sporten getroffen worden, van volleybalploegen tot wielerteams. Op een loonmassa van 14 miljoen euro in het wielrennen, verdient één derde van onze coureurs minder dan 28.000 euro per jaar, een ander derde minder dan 54.000 euro en slechts 12% meer dan 108.000 euro. Het (para)fiscaal gunstregime voor het voetbal is compleet scheef gegroeid. Aan de basis van de exorbitante ontsporing, die een miljoenendans oplevert voor de graaiende voetbalbobo's, ligt niet alleen de verlaagde RSZ-bijdrage maar vooral de vrijstelling van het doorstorten van de bedrijfsvoorheffing. In het seizoen 2019-2020 werd er aan de clubs van de Jupiler Pro League niet minder dan 93.757.545 euro (!) aan belastingkortingen gegeven. Het werd een magneet voor de aantrekking van de handel in goedkope buitenlandse spelers. In 1992 voerde Financiënminister Philippe Maystadt een exclusief belastingtarief in van 18% voor buitenlandse sportbeoefenaars en podiumkunstenaars die occasioneel optraden in ons land. "Occasioneel" werd al vlug opgerekt naar een verblijf van 3 tot 4 jaar. De wet werd nog versoepeld door Didier Reynders op 15 mei 2002 en in 2004, op vraag van Johan Vande Lanotte die tweedehands basketters uit Amerika en de Balkan nodig had voor zijn BCO Oostende. Op 4 mei 2007 volgde dan de dijkbreuk. Vanaf toen mochten de clubs 80% van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op alle spelerslonen zelf in kas houden. Op voorwaarde dat de helft van de ingehouden heffing op spelerslonen van sporters ouder dan 26 jaar geïnvesteerd werd in jeugdwerking, inclusief lonen van jeugdtrainers, medewerkers en spelers jonger dan 23 jaar (ook buitenlandse!). Het was de bedoeling dat die sociale gulheid zou dienen voor opleiding van de jeugd. Maar door gebrek aan controle kreeg de graaicultuur vrij spel om met dit extra budget spelers te kopen, toplonen uit te keren of in onroerend goed te investeren. Het effect werkte omgekeerd. Niet minder dan 57,6% van de spelers in eerste klasse zijn buitenlanders, en met 30% aan niet-EU-spelers op de grasmat zijn we Europees koploper in de voetballersimport. De Belgische clubs kunnen dankzij die gulle sociale subsidieregelingen, samen goed voor een cadeau van 200 miljoen euro, die sjotters goedkoop in de etalage zetten voor doorverkoop. Toch zijn nauwelijks 5 van de 18 clubs uit de Jupiler Pro League uit de rode cijfers. Ze hadden in bovenvermeld seizoen een gecumuleerd verlies van 91,3 miljoen euro. Alle poen gaat immers naar de toppers. In het coronajaar zijn de lonen zelfs met 35% gestegen tot gemiddeld 430.352 euro. Begrijpe wie kan.Voor sporters bestaat er en plus een afwijkend aanvullend pensioen, een soort tweede pensioenpijler. Voetbalclubs zijn verplicht een bijdrage te storten in een pensioenfonds volgens een barema gebaseerd op de hoogte van het spelersloon. Sporters kunnen deze verzekering op hun 35ste opnemen tegen een aanslagvoet van 20% op de werkgeverstoelagen, in plaats van ten vroegste op 65-jarige leeftijd voor een gewone werknemer. Het werd uitgedokterd in 1985 door Jean-Luc Dehaene en verzekeraar Assubel, respectievelijk supporter en sponsor van Club Brugge, om spelers als Jan Ceulemans en Eric Gerets in het land te houden. Maar ook deze regeling wordt weerom misbruikt. Nagenoeg alle clubs in de Pro League dokterden een inventief systeem uit om er aan te ontsnappen: het "tekengeld". Bij het ondertekenen van de contracten wordt het loon zo laag mogelijk gehouden en het tekengeld zo hoog mogelijk. Tot 40% van de inkomsten van de speler wordt zo als tekengeld bestempeld. Dit wordt dan ook in maandelijkse schijven uitbetaald aan de spelers, maar de clubs moeten daarop geen bijdrage betalen voor het pensioenfonds. Dat 'sportasceet en academische keuterboer' (vrij naar Hugo Camps) Frank Vandenbroucke dit pensioenplan nu volledig wil afschaffen is een tjevenstreek. Toen hij minister van Sociale Zaken was heeft hij het, onder druk van basketballobbyist Johan Vande Lanotte, met zijn wet van 28 april 2003, zelf uitgebreid naar alle teamsporten! Het hoeft niet afgeschaft te worden. Het is een financiële springplank gebleken voor sporters om een tweede carrière op te starten met een gedoogbeleid voor de zelf opgespaarde centen. Niet alle topsporters kunnen na hun loopbaan immers rentenieren. Vroeger kon je enkel hopen op je naambekendheid om een café open te houden. Het volstaat deze frauduleuze praktijken van de voetbalbobo's te controleren en het tekengeld aan een pensioenbijdrage te onderwerpen.Een ander oud zeer dat dringend dient aangepakt te worden zijn de lage minimumlonen voor niet-EU-spelers. In 2003 diende ik al een wetsvoorstel in "Tot invoering van een minimumsalaris voor niet-Europese sportbeoefenaars en trainers" (nr. 2-1609/1). Deze sporters moeten hier maar acht keer het minimumsalaris voor een betaalde sportbeoefenaar verdienen of 81.000 euro per jaar. Een habbekrats in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland. In Nederland mogen 18- en 19-jarige voetballers van buiten de Europese Unie maar aan de slag wanneer ze meer dan 220.000 euro verdienen. Zijn ze 20 of ouder, dan loopt dat op tot minstens 440.000 euro of anderhalve keer het gemiddelde jaarloon in eredivisie. Zo is ons land het Mekka geworden voor sjotters van tweede garnituur uit de ganse wereld, maar vooral uit Afrika. Het aankooprisico is toch miniem. In het beste geval worden ze doorverkocht, in het slechtste geval belanden ze in de illegaliteit op een voetbalpleintje in 't stad. Als we onze Noorderburen volgen is die koloniale handel meteen opgelost. Doen, Vandenbroucke. Gehaaide buitenlandse clubs en investeringsgroepen namen onze clubs over om deze koopwaar als interimkantoor in de etalage te plaatsen. Zeven clubs in eerste klasse (1A), en nagenoeg allemaal in tweede (1B) zijn in handen van (dikwijls dubieuze) geldwolven, van de Russische oligarch Dmitry Rybolovkov tot de Britse gokmiljardair Tony Bloomen of de Turkse leverancier van militaire uitrustingen Oktay Erçan. De rest volgt. Club Brugge verkocht al een aandelenpakket aan het Amerikaanse Orkila Capital, en bij KAA Gent hebben Michel Louwagie en Ivan De Witte hun verkoopakte al klaar, maar de supporters moeten eerst nog wat gesust worden.Met overheidscontrole, met het stelselmatig terugdringen van de vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing en met een graduele maar geplafonneerde sociale bijdragenregeling wordt het sociaal voetbalonrecht al grotendeels hersteld. Naast het aanpakken van het tekengeld en de verhoging van de lonen voor niet-EU-spelers is er ook nog heel wat hoog- en laaghangend fruit. In principe moeten de spelers zelf de makelaarsvergoedingen betalen. Maar in de praktijk nemen de clubs die mensenhandelfee ten laste. Deze moeten als Voordeel van Alle Aard (VAA) beschouwd worden, gecontroleerd en dito belast zoals in de ons omringende landen. Een solidariteitsbijdrage van 10% op de transfers behoort ook tot de mogelijkheden...(zie mijn wetsvoorstel 55 1151/001 dd. 08.04.2020)Verder heb ik het ook niet voor doorgeschoten voetbalmiljonairs die op de loonlijst staan van sjeiks en oligarchen, en die dan - vol gespleten devotie tegen racisme - modieus knielen op een met slavenbloed doordrenkt voetbalveld van een islamitische enclave. Lui die knielen voor het slavernijverleden maar meespelen in het slavernijheden. Maar dit is een ander verhaal. De bal moet ook blijven rollen, en dit kan zonder van de RSZ-bijdragen een politieke fetisj te maken.