7 mei 2018
...

khalid el Jafoufi: Ontoelaatbaar was het, de weigering van schepen Marc Hendrickx om het Mechelse koppel te trouwen. De bruid had op voorhand vriendelijk aangegeven dat ze hem niet onrespectvol wilde behandelen, dat het louter een kwestie van individuele ethiek was. In een liberale rechtsstaat moet dat kunnen. De burger heeft het recht om zijn eigen fysieke grens te trekken. Al gauw bleek dat er geen juridische redenen waren om het huwelijk tegen te houden. Natuurlijk kon de schepen zich beroepen op de vrijheid van geweten. Maar toen hij weigerde, had onmiddellijk iemand anders het huwelijk moeten sluiten. Aanvankelijk weigerde ook burgemeester Bart Somers (Open VLD) dat. El Jafoufi: Er was veel druk vanuit de media en de publieke opinie. Somers' paniekreactie kan ik wel begrijpen, maar zodra politici een functie opnemen, moeten ze die neutraal uitoefenen. Dat Somers het huwelijk uiteindelijk sloot, was goed, al had zijn juridische dienst hem wellicht verteld dat er geen andere optie was. Het kalf was toen al verdronken, want het echtpaar was publiek te schande gemaakt. Iemand geen hand hoeven te geven, is dat een kwestie van godsdienstvrijheid? El Jafoufi: Godsdienstvrijheid gaat in de eerste plaats over rituelen. Dat je iemand geen hand hoeft te geven, hoort daar niet per se bij. Ik heb net zoveel respect voor iemand met smetvrees die dat niet wil. In Mechelen draaide het op 7 mei gewoonweg om de individuele vrijheid van elke burger. Op dat vlak moet de overheid niet te veel tussenbeide komen, anders wordt ze te autoritair. Hoe moeten we met zulke problemen omgaan? El Jafoufi: Er is meer wederzijds begrip voor culturele verschillen nodig. En we mogen mensen vooral niet wijsmaken dat we terug kunnen naar een homogene samenleving. Dat stadium zijn we al een paar decennia voorbij. Voor een betere verstandhouding heeft het toneelstuk van Hendrickx in elk geval niet gezorgd. Toneelstuk? El Jafoufi: Hij speelde de moraalridder in het zoveelste symbooldossier, zoals ook dat rond de boerkini er een is. Veel politici vergroten de verschillen in de samenleving uit. Ze doen alsof meer diversiteit tot soumission zal leiden. Daarmee creëren ze bij de kiezer angst voor diversiteit. Dat levert stemmen op, en zo kun je mensen van het harde besparingsbeleid afleiden. Natuurlijk zijn er altijd politici geweest die de diversiteit geproblematiseerd hebben. Maar vroeger formuleerden ze hun kritiek vaak in socio-economische termen, bijvoorbeeld door te beweren dat door migratie de sociale zekerheid onbetaalbaar zou worden. Nu is het een identitaire kwestie - alsof de autochtone bevolking afstand zou moeten doen van haar eigen tradities. Op dat vlak is er een opbod bezig. Zelfs centrumpolitici zijn nu op zijn minst sceptisch tegenover moslims.