Brubotics, het roboticacentrum van de VUB, heeft de leiding over een Europees onderzoeksproject naar zogenaamde 'zachte' robots. Die nieuwe generatie robots wordt gemaakt met meer flexibele materialen. Zo kunnen ze handiger omgaan met fragiele voorwerpen dan hun harde metalen collega's, en worden ze ook veiliger voor de mensen die ermee werken. Maar omdat ze zacht zijn, worden ze ook kwetsbaarder voor barsten en scheuren. Reparaties kosten veel tijd en geld, en daarom werkt Brubotics samen met onderzoekers van de University of Cambridge, L'École Supérieure de Physique et de Chimie Industrielles de la ville de Paris (ESPCI-Paris) en de Swiss Federal Laboratories for Materials Science and Technology (Empa) aan technologieën waarmee de robots zichzelf kunnen herstellen. Het consortium sloeg daarvoor de handen in elkaar met de Nederlandse polymeerproducent SupraPolix. Concreet is het de bedoeling dat de robots zichzelf kunnen herstellen als ze beschadigd zijn, zonder menselijke tussenkomst. Dat gebeurt met een flexibel zelfhelend materiaal dat schade kan detecteren en daarna volledig zelfstandig stappen kan ondernemen om het defect voorlopig te verhelpen zodat de robot de taken in uitvoering kan afronden. De Europese Commissie spijst het project met 3 miljoen euro steun. "De afgelopen jaren hebben we al de eerste stappen gezet door zelfhelend materiaal voor robots te creëren. We willen dit onderzoek verderzetten en we willen er vooral voor zorgen dat de robots die in onze werkomgeving worden gebruikt veiliger, maar ook duurzamer zijn" legt VUB-professor Bram Vanderborght uit. "Dankzij het zelfreparatiemechanisme van dit nieuwe soort robots kunnen complexe en dure reparaties tot het verleden behoren." (Belga)