Sinds de aanval op het Amerikaanse Congres is de vraag opnieuw actueler dan ooit: hoe verdedigt een democratie zich tegen mensen die van hun democratische rechten misbruik maken om haar te ondermijnen of omver te werpen?

Dat enkele sociale mediagiganten nu actie ondernemen tegen Donald Trump en Parler is duidelijk niet het einde van het verhaal, integendeel. Trump groeide uit tot een levensgrote bedreiging voor onze democratie juist tengevolge van de laksheid in het dagdagelijks beleid van die sociale media giganten. En nog essentiëler is de bovenmaatse rol die zij zich in het publieke debat wereldwijd hebben toegemeten. Vandaag zijn zij het immers, die bepalen wie er op hun kanalen komt en welke boodschappen al dan niet worden gewist of gedoogd.

Zelfregulering in en door de sociale media is een pleister op een houten been.

Het debat simpelweg herleiden tot een kwestie van censuur of niet, lijkt ons echter iets te eenvoudig. Waar het werkelijk om gaat is om de almacht in onze samenleving van enkele spelers die het digitale debat hosten en waarop we absoluut geen greep hebben--niet op wat ze publiceren, maar evenmin op hoe ze censureren. En zolang daar geen paal en perk wordt aan gesteld, dreigt het debat te verzanden in steriele slogans en valse tegenstellingen. Het gaat immers niet over meningen - die zijn vrij en moeten dat blijven -, maar wel over het (niet) verspreiden van die meningen door sociale mediabedrijven met een schier oncontroleerbare macht en die daar geen enkele verantwoordelijkheid moeten voor afleggen.

Onmacht en onwil

Inmiddels hebben die machtige sociale mediaconglomeraten bewezen dat ze die rol niet aankunnen. De voorbije jaren zagen we tal van goede bedoelingen, maar vooral van gebroken beloften. Mark Zuckerberg heeft tientallen keren excuses moeten aanbieden voor zware nalatigheden en misstappen die Facebook beging. Het beleid van Facebook werd echter nooit bijgestuurd. En wat Twitter de laatste dagen en weken met Trump deed, is niet meer dan het toepassen van de eigen regels, nadat ze die nota bene jarenlang zelf negeerde. Beter laat dan nooit zou je kunnen zeggen, maar het onderstreept vooral één ding en dat is dat zelfregulering in en door de sociale media gewoon een pleister is op een houten been en simpelweg niet werkt.

Waarom dat zo is, valt niet zo moeilijk om te begrijpen.

Zelfregulering om bijvoorbeeld haatspeech of ondermijning van onze democratische waarden in te dijken, staat haaks op hun bedrijfsmodel. Facebook weet in feite al jaren dat dat model (en de algoritmen waarop het is gestoeld) de polarisering in de hand werkt. Uit eigen onderzoek is gebleken dat twee op de drie mensen die lid werden van extremistische Facebookgroepen daar naartoe werden geleid door Facebook zélf. 'Zonder controle', stelde een bedrijfspresentatie uit 2018, leiden hun algoritmen tot 'meer en meer verdelende content om de aandacht van gebruikers te trekken en hun tijd op het platform te verlengen'. Zonder bijsturing van hun business model zal het plaatsen van leugens of het spuwen van haat op hun platforms dus altijd uitmonden in meer leugens en meer haat. En omgekeerd, kan die spiraal van toenemend en zelfvoedend extremisme op het internet slechts paal en perk worden gesteld, door een verplichte transparantie af te dwingen over de door hen gebruikte algoritmen.

Maar dat zal niet volstaan om het tij te keren. Het is ook een kwestie van gewicht: zolang een handvol bedrijven een dominante plaats bezetten op het internet, zullen ze altijd geneigd zijn daar misbruik van te maken, snel geld te verdienen en iedere kritiek af te wimpelen. Europa heeft nauwelijks stappen gezet om hun alleenrecht te breken. De verwachting is de VS daar in de komende jaren misschien wel werk van gaan maken. Het zal een werk van lange adem zijn, waartegen Big Tech veel geld en energie zal inzetten.

Zo dus blijft de vraag bestaan, hoe je het probleem in tussentijd op een realistische manier kan aanpakken.

Aansprakelijkheid is hier het sleutelwoord. Dat betekent concreet dat de sociale mediagiganten als uitgevers zouden worden behandeld, met alle onmiskenbare verantwoordelijkheden over wat ze publiceren en hoe ze er controle op uitoefenen. Dat is in ieder geval de redenering achter de nieuwe EU-wet op digitale diensten en digitale markten. Zij trekt de rechten en de plichten van de echte wereld door naar de virtuele wereld. De verplichtingen voor de platforms worden uitgeklaard en de overheden krijgen duidelijker bevoegdheden om ze te handhaven. Parallel worden de fundamentele rechten van de gebruikers tegenover die platforms vastgelegd. Zware boetes worden ingevoerd voor wie de regels niet naleeft. Meer nog, ook het opbreken van die spelers die hun macht systematisch misbruiken, wordt mogelijk gemaakt.

Welk arsenaal we ook uit onze hoge hoed toveren, uiteindelijk moeten we hopen dat er een wisselwerking ontstaat tussen zulke nieuwe wetgevingen en de toekomstige technologische ontwikkelingen. Dat is althans ook wat Francis Fukuyama verwacht in zijn nieuwste artikel How to save democracy from technology (Foreign Affairs, januari 2021). Een goed voorbeeld daarvan is de nieuwe Europese privacywetgeving genaamd GDPR. Die bepaalt dat burgers het recht hebben over hun eigen data te beschikken, en die desnoods 'mee te nemen' naar een ander platform als dat ze dat willen. Het gevolg is dat ruimte wordt geschapen voor nieuwe platforms en nieuwe bedrijven, die tussen Big Tech en de consument komen te staan ('middleware'). Bedrijven en platforms die dan kunnen aantonen dat ze betere, meer betrouwbare diensten kunnen leveren dan diegene die nu bij Big Tech beschikbaar zijn. Als gebruikers sterker staan, verzwakken de aanbieders automatisch.

Kortom laten we ons niet blind staren op wat er nu in Silicon Valley gebeurt, maar laten we vooral kijken naar wat er in Brussel en Washington geschiedt. Het is tijd om aldaar een nieuw wettelijk kader te creëren dat eindelijk gezonde concurrentie waarborgt en dit zonder de vrijheid en het vrij initiatief van wie ook aan banden te leggen.

In die zin kunnen de dramatische gebeurtenissen in Capitol Hill wel degelijk voor een kantelmoment zorgen. Als onwaarheden en haat als wapens worden ingezet om onze vrijheden zelf op te blazen, dan moet de samenleving grenzen trekken. Zich beroepen op de vrijheid en de woorden van Voltaire om met leugens en haat, de vrijheid van anderen aan banden te leggen, is geen vrijheid, maar tirannie!

Sinds de aanval op het Amerikaanse Congres is de vraag opnieuw actueler dan ooit: hoe verdedigt een democratie zich tegen mensen die van hun democratische rechten misbruik maken om haar te ondermijnen of omver te werpen?Dat enkele sociale mediagiganten nu actie ondernemen tegen Donald Trump en Parler is duidelijk niet het einde van het verhaal, integendeel. Trump groeide uit tot een levensgrote bedreiging voor onze democratie juist tengevolge van de laksheid in het dagdagelijks beleid van die sociale media giganten. En nog essentiëler is de bovenmaatse rol die zij zich in het publieke debat wereldwijd hebben toegemeten. Vandaag zijn zij het immers, die bepalen wie er op hun kanalen komt en welke boodschappen al dan niet worden gewist of gedoogd.Het debat simpelweg herleiden tot een kwestie van censuur of niet, lijkt ons echter iets te eenvoudig. Waar het werkelijk om gaat is om de almacht in onze samenleving van enkele spelers die het digitale debat hosten en waarop we absoluut geen greep hebben--niet op wat ze publiceren, maar evenmin op hoe ze censureren. En zolang daar geen paal en perk wordt aan gesteld, dreigt het debat te verzanden in steriele slogans en valse tegenstellingen. Het gaat immers niet over meningen - die zijn vrij en moeten dat blijven -, maar wel over het (niet) verspreiden van die meningen door sociale mediabedrijven met een schier oncontroleerbare macht en die daar geen enkele verantwoordelijkheid moeten voor afleggen.Inmiddels hebben die machtige sociale mediaconglomeraten bewezen dat ze die rol niet aankunnen. De voorbije jaren zagen we tal van goede bedoelingen, maar vooral van gebroken beloften. Mark Zuckerberg heeft tientallen keren excuses moeten aanbieden voor zware nalatigheden en misstappen die Facebook beging. Het beleid van Facebook werd echter nooit bijgestuurd. En wat Twitter de laatste dagen en weken met Trump deed, is niet meer dan het toepassen van de eigen regels, nadat ze die nota bene jarenlang zelf negeerde. Beter laat dan nooit zou je kunnen zeggen, maar het onderstreept vooral één ding en dat is dat zelfregulering in en door de sociale media gewoon een pleister is op een houten been en simpelweg niet werkt.Waarom dat zo is, valt niet zo moeilijk om te begrijpen.Zelfregulering om bijvoorbeeld haatspeech of ondermijning van onze democratische waarden in te dijken, staat haaks op hun bedrijfsmodel. Facebook weet in feite al jaren dat dat model (en de algoritmen waarop het is gestoeld) de polarisering in de hand werkt. Uit eigen onderzoek is gebleken dat twee op de drie mensen die lid werden van extremistische Facebookgroepen daar naartoe werden geleid door Facebook zélf. 'Zonder controle', stelde een bedrijfspresentatie uit 2018, leiden hun algoritmen tot 'meer en meer verdelende content om de aandacht van gebruikers te trekken en hun tijd op het platform te verlengen'. Zonder bijsturing van hun business model zal het plaatsen van leugens of het spuwen van haat op hun platforms dus altijd uitmonden in meer leugens en meer haat. En omgekeerd, kan die spiraal van toenemend en zelfvoedend extremisme op het internet slechts paal en perk worden gesteld, door een verplichte transparantie af te dwingen over de door hen gebruikte algoritmen. Maar dat zal niet volstaan om het tij te keren. Het is ook een kwestie van gewicht: zolang een handvol bedrijven een dominante plaats bezetten op het internet, zullen ze altijd geneigd zijn daar misbruik van te maken, snel geld te verdienen en iedere kritiek af te wimpelen. Europa heeft nauwelijks stappen gezet om hun alleenrecht te breken. De verwachting is de VS daar in de komende jaren misschien wel werk van gaan maken. Het zal een werk van lange adem zijn, waartegen Big Tech veel geld en energie zal inzetten. Zo dus blijft de vraag bestaan, hoe je het probleem in tussentijd op een realistische manier kan aanpakken. Aansprakelijkheid is hier het sleutelwoord. Dat betekent concreet dat de sociale mediagiganten als uitgevers zouden worden behandeld, met alle onmiskenbare verantwoordelijkheden over wat ze publiceren en hoe ze er controle op uitoefenen. Dat is in ieder geval de redenering achter de nieuwe EU-wet op digitale diensten en digitale markten. Zij trekt de rechten en de plichten van de echte wereld door naar de virtuele wereld. De verplichtingen voor de platforms worden uitgeklaard en de overheden krijgen duidelijker bevoegdheden om ze te handhaven. Parallel worden de fundamentele rechten van de gebruikers tegenover die platforms vastgelegd. Zware boetes worden ingevoerd voor wie de regels niet naleeft. Meer nog, ook het opbreken van die spelers die hun macht systematisch misbruiken, wordt mogelijk gemaakt.Welk arsenaal we ook uit onze hoge hoed toveren, uiteindelijk moeten we hopen dat er een wisselwerking ontstaat tussen zulke nieuwe wetgevingen en de toekomstige technologische ontwikkelingen. Dat is althans ook wat Francis Fukuyama verwacht in zijn nieuwste artikel How to save democracy from technology (Foreign Affairs, januari 2021). Een goed voorbeeld daarvan is de nieuwe Europese privacywetgeving genaamd GDPR. Die bepaalt dat burgers het recht hebben over hun eigen data te beschikken, en die desnoods 'mee te nemen' naar een ander platform als dat ze dat willen. Het gevolg is dat ruimte wordt geschapen voor nieuwe platforms en nieuwe bedrijven, die tussen Big Tech en de consument komen te staan ('middleware'). Bedrijven en platforms die dan kunnen aantonen dat ze betere, meer betrouwbare diensten kunnen leveren dan diegene die nu bij Big Tech beschikbaar zijn. Als gebruikers sterker staan, verzwakken de aanbieders automatisch. Kortom laten we ons niet blind staren op wat er nu in Silicon Valley gebeurt, maar laten we vooral kijken naar wat er in Brussel en Washington geschiedt. Het is tijd om aldaar een nieuw wettelijk kader te creëren dat eindelijk gezonde concurrentie waarborgt en dit zonder de vrijheid en het vrij initiatief van wie ook aan banden te leggen.In die zin kunnen de dramatische gebeurtenissen in Capitol Hill wel degelijk voor een kantelmoment zorgen. Als onwaarheden en haat als wapens worden ingezet om onze vrijheden zelf op te blazen, dan moet de samenleving grenzen trekken. Zich beroepen op de vrijheid en de woorden van Voltaire om met leugens en haat, de vrijheid van anderen aan banden te leggen, is geen vrijheid, maar tirannie!