De persconferentie van de Europese Commissie voorbije woensdag was een zeldzame verademing voor menig natuur- en klimaatactivist. Op die persconferentie stelde vicevoorzitter Frans Timmermans twee nieuwe strategieën voor die de 'Green New Deal' voor Europa mee moeten vormgeven. De nieuwe biodiversiteitsstrategie en de 'van-boer-tot-bord'-strategie bevatten een verzameling maatregelen die de Europese natuurbescherming moeten versterken en de landbouw verduurzamen. De Commissie lijkt daardoor een direct antwoord te bieden op de veelvoudige crisissen waar we vandaag in zitten: de biodiversiteitscrisis, de gezondheidscrisis en de klimaatcrisis.

3 miljard bomen

Bossen spelen vooral in de biodiversiteitsstrategie een centrale rol. In lijn met onder andere Greta Thunbergs roep om 'natuurlijke oplossingen' (in plaats van technologische 'fixes') doet de Europese Commissie beroep op bomen als biodiversiteitshotspots, verkoelende factor in de klimaatopwarming en opslorpers voor broeikasgassen. De Commissie pleit voor de aanplanting voor maar liefst drie miljard nieuwe bomen in Europa. Daarmee lijkt vice-president Frans Timmermans een bestaande trend te volgen: onder andere Justin Trudeau en zelfs Donald Trump deden het hem al voor.

Zal Frans Timmermans onze bossen redden?

De Brusselse milieu-bubbel hield voor de aankondiging het hart vast. De zoektocht naar 'natuurlijke oplossingen' voor de klimaatcrisis klinkt dan wel erg wollig, toch is de kans op een strategisch kapen groot. Bebossing is immers een gemakkelijke manier om je klimaatuitstoot groen te wassen zonder veel wezenlijks te veranderen: een boom planten is nu eenmaal makkelijker dan een economische omwenteling doorduwen. Die bomen halen het echter lang niet altijd, en hun meerwaarde zal pas na jaren groeien zichtbaar zijn. Tegelijkertijd gaat het aanplanten van nieuwe bossen ironisch genoeg vaak gepaard met een continue verlies en degradatie van oudere - lees: ecologisch een pak waardevollere - bossen door houtontginning, energieproductie, landbouw of industrie.

Holistische aanpak

Gelukkig lijkt het er op dat de Commissie de boodschap begrepen heeft en wel degelijk een holistischere aanpak nastreeft. Behalve het aanplanten van nieuwe bossen, wordt ook de Europese bescherming voor bestaand natuurgebied uitgebreid naar 30 procent van het totale Europese grondgebied. Dat is 10 procent meer dan wat daarvoor onder Europese bescherming viel, maar - eerlijk is eerlijk - slechts 4 procent meer dan wat vandaag beschermd is door Europa en de lidstaten samen.

Belangrijk is evenwel dat een derde van dat gebied onder een 'strikte' bescherming zal vallen die in niets de natuurlijke ontwikkeling in de weg mag staan - de alleroudste en waardevolste bossen zullen dus niet ontgind mogen worden. Daarmee lijkt de Commissie nu de hand in eigen boezem te steken en te reageren op eerdere beschuldigingen van neokolonialisme door Brazilië, Indonesië en Malaysië. Daarbovenop wordt ingezet op herstel van gedegradeerde gebieden en worden een aantal andere beleidsdoelstellingen waarvan we weten dat ze slecht zijn voor onze bossen - zoals het gebruik van biomassa voor 'groene' energie - worden herbekeken.

Van strategie naar beleid

Toch lopen we best niet te hard van stapel. Veel doelstellingen blijven nog vaag en moeten verdere uitwerking krijgen. De ambitie van deze plannen staat of valt dan ook met de details. Hoeveel natuurgebied zal er precies hersteld moeten worden? En tot welk niveau? Welke gebieden zullen precies vallen onder de 'strikte' bescherming? Zullen scenario's zoals in het Duitse Hambachwoud, waarin bijzonder waardevol natuurgebied op de schop ging voor bruinkoolontginning, kunnnen worden vermeden? En als er een 'strikte' bescherming bestaat, wat houdt de 'gewone' bescherming dan in? Hoogstwaarschijnlijk zal die voortbouwen op de huidige 'win-win'-mentaliteit waarbij ecologische doelstellingen mogen gecombineerd worden met economische ontginning. Zeker landen voor wie houtproductie economisch erg belangrijk is, zoals Finland, zullen een ander scenario wellicht niet zien zitten. Ontginning houdt bossen echter relatief jong en dus minder waardevol vanuit klimaat- en biodiversiteitsperspectief.

Ook nieuwe richtlijnen omtrent het gebruik van biomassa zullen staan of vallen met de uitwerking. Deze richtlijnen zijn misschien wel de belangrijkste voorwaarde om windowdressing te vermijden. Vandaag gaan immers maar al te vaak hele bomen de ovens in, die zo een makkelijke omschakeling maken van 'vuile' steenkoolcentrales naar 'groene' biomassacentrales. Klimaat- en biodiversiteitsgewijs is zulke energieproductie echter een ramp, aangezien enorme stukken bos eenvoudigweg worden weggevaagd. Het valt af te wachten of landen met een sterke steenkool/biomassasector, zoals Polen, een echte vergroening van de energiedoelstellingen zullen mogelijk maken.

De huidige strategie is dan ook maar dat: een strategie. De concrete uitwerking zal nog een lang politiek process moeten ondergaan in trialogen tussen de Commissie, het Parlement, en de lidstaten. Er kan nog wel wat gebakkelei verwacht worden over wie wat strikt moet beschermen en wie waar mag blijven kappen, over de 'objectieve' criteria die beslissingen zullen sturen en over de mate van afdwingbaarheid. Maar ondertussen is het optimisme van Frans Timmermans toch al mooi hartverwarmend.

De persconferentie van de Europese Commissie voorbije woensdag was een zeldzame verademing voor menig natuur- en klimaatactivist. Op die persconferentie stelde vicevoorzitter Frans Timmermans twee nieuwe strategieën voor die de 'Green New Deal' voor Europa mee moeten vormgeven. De nieuwe biodiversiteitsstrategie en de 'van-boer-tot-bord'-strategie bevatten een verzameling maatregelen die de Europese natuurbescherming moeten versterken en de landbouw verduurzamen. De Commissie lijkt daardoor een direct antwoord te bieden op de veelvoudige crisissen waar we vandaag in zitten: de biodiversiteitscrisis, de gezondheidscrisis en de klimaatcrisis. Bossen spelen vooral in de biodiversiteitsstrategie een centrale rol. In lijn met onder andere Greta Thunbergs roep om 'natuurlijke oplossingen' (in plaats van technologische 'fixes') doet de Europese Commissie beroep op bomen als biodiversiteitshotspots, verkoelende factor in de klimaatopwarming en opslorpers voor broeikasgassen. De Commissie pleit voor de aanplanting voor maar liefst drie miljard nieuwe bomen in Europa. Daarmee lijkt vice-president Frans Timmermans een bestaande trend te volgen: onder andere Justin Trudeau en zelfs Donald Trump deden het hem al voor. De Brusselse milieu-bubbel hield voor de aankondiging het hart vast. De zoektocht naar 'natuurlijke oplossingen' voor de klimaatcrisis klinkt dan wel erg wollig, toch is de kans op een strategisch kapen groot. Bebossing is immers een gemakkelijke manier om je klimaatuitstoot groen te wassen zonder veel wezenlijks te veranderen: een boom planten is nu eenmaal makkelijker dan een economische omwenteling doorduwen. Die bomen halen het echter lang niet altijd, en hun meerwaarde zal pas na jaren groeien zichtbaar zijn. Tegelijkertijd gaat het aanplanten van nieuwe bossen ironisch genoeg vaak gepaard met een continue verlies en degradatie van oudere - lees: ecologisch een pak waardevollere - bossen door houtontginning, energieproductie, landbouw of industrie. Gelukkig lijkt het er op dat de Commissie de boodschap begrepen heeft en wel degelijk een holistischere aanpak nastreeft. Behalve het aanplanten van nieuwe bossen, wordt ook de Europese bescherming voor bestaand natuurgebied uitgebreid naar 30 procent van het totale Europese grondgebied. Dat is 10 procent meer dan wat daarvoor onder Europese bescherming viel, maar - eerlijk is eerlijk - slechts 4 procent meer dan wat vandaag beschermd is door Europa en de lidstaten samen. Belangrijk is evenwel dat een derde van dat gebied onder een 'strikte' bescherming zal vallen die in niets de natuurlijke ontwikkeling in de weg mag staan - de alleroudste en waardevolste bossen zullen dus niet ontgind mogen worden. Daarmee lijkt de Commissie nu de hand in eigen boezem te steken en te reageren op eerdere beschuldigingen van neokolonialisme door Brazilië, Indonesië en Malaysië. Daarbovenop wordt ingezet op herstel van gedegradeerde gebieden en worden een aantal andere beleidsdoelstellingen waarvan we weten dat ze slecht zijn voor onze bossen - zoals het gebruik van biomassa voor 'groene' energie - worden herbekeken. Toch lopen we best niet te hard van stapel. Veel doelstellingen blijven nog vaag en moeten verdere uitwerking krijgen. De ambitie van deze plannen staat of valt dan ook met de details. Hoeveel natuurgebied zal er precies hersteld moeten worden? En tot welk niveau? Welke gebieden zullen precies vallen onder de 'strikte' bescherming? Zullen scenario's zoals in het Duitse Hambachwoud, waarin bijzonder waardevol natuurgebied op de schop ging voor bruinkoolontginning, kunnnen worden vermeden? En als er een 'strikte' bescherming bestaat, wat houdt de 'gewone' bescherming dan in? Hoogstwaarschijnlijk zal die voortbouwen op de huidige 'win-win'-mentaliteit waarbij ecologische doelstellingen mogen gecombineerd worden met economische ontginning. Zeker landen voor wie houtproductie economisch erg belangrijk is, zoals Finland, zullen een ander scenario wellicht niet zien zitten. Ontginning houdt bossen echter relatief jong en dus minder waardevol vanuit klimaat- en biodiversiteitsperspectief. Ook nieuwe richtlijnen omtrent het gebruik van biomassa zullen staan of vallen met de uitwerking. Deze richtlijnen zijn misschien wel de belangrijkste voorwaarde om windowdressing te vermijden. Vandaag gaan immers maar al te vaak hele bomen de ovens in, die zo een makkelijke omschakeling maken van 'vuile' steenkoolcentrales naar 'groene' biomassacentrales. Klimaat- en biodiversiteitsgewijs is zulke energieproductie echter een ramp, aangezien enorme stukken bos eenvoudigweg worden weggevaagd. Het valt af te wachten of landen met een sterke steenkool/biomassasector, zoals Polen, een echte vergroening van de energiedoelstellingen zullen mogelijk maken.De huidige strategie is dan ook maar dat: een strategie. De concrete uitwerking zal nog een lang politiek process moeten ondergaan in trialogen tussen de Commissie, het Parlement, en de lidstaten. Er kan nog wel wat gebakkelei verwacht worden over wie wat strikt moet beschermen en wie waar mag blijven kappen, over de 'objectieve' criteria die beslissingen zullen sturen en over de mate van afdwingbaarheid. Maar ondertussen is het optimisme van Frans Timmermans toch al mooi hartverwarmend.