Kan je mensen hun vooroordelen veranderen? En hoe zou je dit dan best aanpakken? Dit zijn wellicht de vragen die door het hoofd van de onderzoeksrechter flitsten toen hij deze week Dries Van Langenhove aanmaande tot een bezoek aan de Dossinkazerne in Mechelen. Ter herinnering, dit museum toont de afgrijselijke gevolgen van racisme en vooroordelen van tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Er is geen toverstokje waardoor mensen de diverse samenleving omarmen. Zou dit bestaan, dan had men die toverstaf al lang toegepast, en waren de problemen van vooroordelen en discriminatie voor eeuwig en altijd opgelost. Ook een bezoek aan de kazerne zal helaas de wereld niet redden.

Waarom grijpt een onderzoeksrechter dan naar dergelijke pedagogische methoden om iemand van gedachten te doen veranderen? Het antwoord is eenvoudig. Omdat hij geen betere middelen heeft.

Rechterlijke onmacht

Algemeen gesproken heeft het recht 'slechts' een corrigerend effect op gedrag. Door te straffen leren mensen hopelijk hun hinderlijke gedrag af. Wie beboet wordt voor te snel rijden, zo luidt de redenering, zal de volgende keer het gaspedaal iets minder ver indrukken. Maar die straffen hebben vaak geen effect op de houdingen en normen van mensen. De hardrijder verandert zijn houding niet, want net achter die flitspaal gaat de snelheid weer omhoog.

Straffen hebben dus enkel een ontradend effect op de uiting van onverdraagzaamheid. Door bestraffing komen daders zelden tot inkeer en hun normen en houdingen veranderen nauwelijks, zeker niet als ze overtuigd zijn van hun eigen gelijk. Bij onverdraagzame individuen moet je van straffen dus geen corrigerende effecten 'in de diepte' verwachten.

Om dit onderhuids denkkader, die normen aan te passen, zijn er andere middelen nodig. Vandaar de keuze van de onderzoeksrechter om die belerende oplossing op te leggen.

Natuurlijk zijn er al pogingen ondernomen om de geest van de scholier en de burger te beroeren. Sommige van die belerende methoden zijn vrijblijvend en uitnodigend, andere confronterend en hard.

Op de zachte manier werkt het niet

Informeren, inleefreizen en het belichten van de positieve kant van het verhaal over diversiteit, zijn mogelijkheden om mensen met vooroordelen tot andere gedachten te brengen. Over deze methoden werd flink wat onderzoek gevoerd, vooral in Noord-Amerika. Alleen zijn deze methoden niet zo effectief als verhoopt. Wie dit materiaal het best vindt? Diegenen die sowieso al positief stonden tegenover diversiteit. Zij worden er het meest door gecharmeerd. Die positieve inschattingen - eigenlijk zijn het vals positieven - kunnen de indruk wekken dat deze methoden werken. Echter, mensen die negatief staan tegenover diversiteit en voor wie die methoden uiteindelijk ontwikkeld werden, reageren dikwijls averechts.

Op de harde manier dan maar?

Er zijn echter nog andere mogelijkheden. Mensen aan den lijve laten ervaren hoe verschrikkelijk het is om zelf gediscrimineerd te worden, is er een van. Jane Elliot, een Amerikaanse leerkracht, ontwikkelde een bekende methode die in dit rijtje past. Over Elliots methode zijn enkele documentaires gemaakt en het is een eyeopener voor iedereen.

Kort gesteld komt het erop neer dat Elliot een heus apartheidsregime van de ergste soort installeert, waarbij de deelnemers in twee groepen worden ingedeeld op basis van de oogkleur, die gedurende de dag heel verschillend behandeld worden. Blanke mensen (meestal met blauwe ogen) worden er naar hartenlust gediscrimineerd, in de hoop dat ze het later zelf nooit meer zullen doen. Maar of het helpt? Niet echt. Je moet zelf maar eens kijken naar zo'n documentaire.

Mensen worden eerder kwaad op Elliot dan zichzelf in vraag te stellen. De museumdirecteur van de Dossinkazerne is bij dezen gewaarschuwd.

'Ik zal je overtuigen dat je verkeerd bent'

Er is nog een ander punt dat aandacht verdient. In feite zegt de onderzoeksrechter tegen Dries Van Langenhove: 'Ik zal je overtuigen dat je verkeerd bent.'

Dit is geen goed idee. In de psychologie zijn er enkele beginselen die moeten voldaan zijn om mensen succesvol te beïnvloeden, of anders gesteld, van gedachten te doen veranderen. Een van die wetten luidt: 'Gij zult niet bekeren.' Wanneer iemand expliciet aankondigt een ander te willen overtuigen dat hij verkeerd zit, dan loopt het meestal verkeerd af.

De persoon die men wenst te beïnvloeden, graaft zich dan als het ware in de loopgraaf van het eigen grote gelijk. Hij komt in het verweer. Onze vrijheid van denken is belangrijk. Wij laten ons niet zeggen wat te denken. Dit is een normale menselijke reactie. Een ironisch gevolg hiervan is dat mensen juist nog meer overtuigd raken van hun eigen denkbeelden en dat deze zelfs nog extremer worden.

Door de rechtse bril

Als in bepaalde middens antiracisme en antidiscriminatie wetten afgedaan worden als propaganda en toegeschreven aan een wereldvreemde, politiek correcte elite, dan is de kans op positieve veranderingen uitermate klein. De rechter die Van Langehove richting Dossin stuurde zal in de ogen van de gemiddelde Vlaams Belang kiezer en mandataris deel uitmaken van die elite.

Hoe kan een rechter die aan de andere kant van het ideologische en waardenspectrum staat, enige impact hebben? Alles wat hij of zij zegt of voorstelt, druipt in het beste geval als water van een eend, of in het ergste geval wekt het weerzin op.

Niet te veel verwachten

De conclusie is eenvoudig. De onderzoeksrechter hoort tot 'het andere kamp' en de opmerkelijke keuze voor Dossin verduidelijkt dat Dries Van Langenhove zijn verkeerde zienswijzen zou moeten aanpassen. Dat is toch het ogenschijnlijk doel. De belerende middelen die ingezet worden, schieten vaak hun doel voorbij, zeker bij mensen die de diverse samenleving niet genegen zijn. Het is daarom duidelijk dat dit bezoek niet veel zal veranderen.

De rechter heeft dit middel alleen maar ingezet omdat er geen andere manier is om mensen van gedachten te doen veranderen. Een soort wanhoopspoging. In een democratische samenleving zijn de gedachten immers vrij.

Nu afwachten of er een proces komt waarin strafbare feiten aangetoond worden.