De Britse econoom John Maynard Keynes schreef in 1930 een korte tekst 'Economic possibilities for our grandchildren' waarin hij zichzelf toeliet even in de toekomst te kijken. De mensen, zo voorspelde hij, zouden in 2030 (nog negen jaar te gaan!) dermate veel weelde en overvloed kennen, dat ze nog maar 15 uur per week moeten werken om een comfortabel leven te leiden. De rest van hun tijd zouden ze kunnen spenderen aan "the arts of life as well as the activities of purpose."

Zal de coronacrisis leiden tot een nieuwe levensstijl?

Gelet op de huidige manische levensstijl lijkt het erop dat Keynes' profetie zich niet zal realiseren. De drukte zit eigenlijk op allerlei manieren in onze levensstijl vervat. In het Engels zijn er een aantal acroniemen die de essentie goed weergeven. YOLO (You Only Live Once): omdat men maar één keer leeft moet het allemaal in het hier en nu gebeuren. Was vroeger het credo 'memento mori' (wees je ervan bewust dat je op elk moment kunt sterven en dat je vroomheid voor het tribunaal van God zal worden beoordeeld) dominant, nu is dat ingeruild voor een ander credo, namelijk 'memento vivere' (wees je ervan bewust dat elk moment je laatste kan zijn en dat je maar één leven hebt waarvan je maar best zo maximaal mogelijk geniet). De mentale en fysieke ballast werd daarmee echter gewoon van schouder verplaatst: angst voor het 'hiernamaals' is nu angst voor het 'hiernumaals'. Die angst komt tot uiting in FOMO (Fear Of Missing Out). Het gaat over de paniek en de beklemming wanneer men denkt dat iedereen aan het genieten is behalve jezelf. FOJI (Fear Of Joining In) is een ander acroniem dat die angst mooi capteert: men verschuilt zichzelf in een zekere anonimiteit omdat wordt gevreesd dat het eigen leven (ogenschijnlijk) te banaal is om erover te praten en om het (op sociale media) te tonen.

Je leeft maar één keer

Die hectische levensstijl heeft natuurlijk vele oorzaken. Eén element dat ertoe bijdraagt, is dat het traditionele gezin dat bestond uit een mannelijke kostwinner en een niet-verdienende huisvrouw is vervangen door een tweeverdienersgezin. Mannen (en zeker ook vrouwen) combineren de feitelijke arbeid die ze gewoonlijk buitenshuis verrichten, met de hang naar een carrière en de zorg voor de kinderen en het huishouden. Daarmee gaat niet alleen persoonlijke stress, maar ook sociale druk samen. Wanneer een vrouw zich bijvoorbeeld toespitst op het huishouden, dan is zij zogenaamd niet geëmancipeerd en wanneer zij teveel tijd spendeert aan een carrière zou ze geen goede moeder zijn. De moderne man ontsnapt ook niet aan deze dubbelheid. Ook van hem wordt verwacht hard te werken, carrière te maken en betrokken te zijn bij de opvoeding van het kind en het bestieren van het huishouden. Ook singles en nieuw samengestelde gezinnen ondervinden door de specifieke situatie waarin ze zich bevinden behoorlijk wat druk.

Aangedreven door goede marketing, lijkt het erop dat alles binnen handbereik is, en dat mensen het gevoel hebben dat ze van alles moeten proeven en dat ze overal moeten zijn geweest. "You can't have a favorite place until you've seen them all."

Mensen hollen zichzelf voorbij en lijken voortdurend te kampen met tijdsgebrek, met een klacht van aanhoudende vermoeidheid als gevolg. Ze werken zich te pletter, brengen de kinderen van hot naar her en zelfs in de vrije tijd gaan ze niet meer 'vrij uit'. Ook dan moet er immers gepresteerd worden, want aan anderen moet getoond worden hoe interessant de vrijetijdsbeleving wel is en hoe hard er wordt genoten. In die zin is de manier waarop de vrije tijd wordt doorgemaakt, illustratief voor iemands sociale status. Kan men bijvoorbeeld vandaag op de vraag naar de hobby's nog zonder schaamrood aangeven dat men niet 'verder' geraakt dan 'lezen, koken en een wekelijks partijtje badminton'? Hoort 'reizen' zo langzamerhand niet ook in dat lijstje te staan? En, kan er dan nog gezegd worden dat men op reis naar de Belgische kust gaat? Moet er niet vooral een exotisch klinkende bestemming worden vermeld?

Paradox

Dat Keynes' voorspelling niet zal uitkomen is jammer en tegelijk vreemd. De weelde waarover hij het had, is er wel (hoewel die niet goed verdeeld is), maar er lijkt bij de moderne mens geen werkelijke drang te bestaan naar die rust waarover hij het had. Dat is iets wat ook deze door Covid-19 gedomineerde periode leert: heel wat mensen geven aan dat ze de rust die de vertraging van de gebruikelijke ratrace met zich meebrengt willen omarmen, maar tegelijk staan ze omzeggens te springen om er terug in te stappen. Dat is een lastige paradox.

Wat Keynes klaarblijkelijk heeft onderschat, is niet de economische groei, maar wel de mate waarin de mens tot rust kan komen en daarvan kan genieten. Geplaatst voor de keuze tussen minder werken en evenveel inkomen of meer werken en meer inkomen, zullen velen wellicht de tweede optie aanvinken. Mensen willen zich blijven onderscheiden van de rest en daartoe dient ook de arbeid en de door de arbeid gegenereerde welvaart. Dat is zeker het geval wanneer er in het sociale ethos voortdurend op dezelfde nagel van productiviteit, concurrentie, consumptie, bevrediging, imago en zelfrealisatie wordt geklopt. Hoe kan men tegen de achtergrond van dit ethos waarlijk tot rust komen? Wie het doet, is niet zelden iemand waarvan wordt gedacht dat hij heeft 'gefaald', waardoor hij als een 'loser' wordt afgedankt.

Zou het daarom kunnen dat men eerst zelf tot rust moet zijn gekomen, om vervolgens ook effectief rustig te kunnen leven? Rustig willen leven, zonder niet eerst rustig te zijn, dat lukt volgens mij niet. Vandaar dat ik soms ook wat sceptisch ben ten opzichte van de hype die thans bestaat rond yoga, mindfullness, meditatie, etc. Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar het is toch een beetje zoals iemand willen doen lachen die niet vrolijk is. Moet men niet eerst al in een goede bui zijn (en de lach willen toelaten), alvorens men werkelijk met een grap kan lachen? Moet men niet eerst al wat rustig zijn, alvorens het effect van yoga zich werkelijk kan laten gelden? Een glimlach toveren op een droevig gezicht, maakt van die persoon geen vrolijk iemand, net zoals iemand die via yoga wat 'tips and tricks' kent om rustig te worden in een door stress gedomineerde tijd, eerder een overlevingsstrategie heeft aangeleerd, dan een werkelijk nieuwe levensstijl. De yogamat is als het oprolbaar schild dat iemand even bewapent, maar het etaleert tegelijk ook diens kwetsbaarheid in een samenleving die door alle drukte zo bedreigend aanvoelt.

Sisyfus

Zie hier, volgens mij, waarom de mens ook in 2021 zo vaak met zijn hoofd tegen de muur zal lopen. Hij wil misschien wel tot rust komen, maar hij kan het niet (omdat hij het nog niet is) en omdat hij het niet kan, wil hij het niet echt en stort hij zich op iets dat hij wel kan tot op het punt dat hij zich erin verliest, en uiteindelijk noodgedwongen met een depressie en/of burn-out zal moeten rusten. Dat onvermogen om te rusten - de weerstand die het oproept - benoemen, begrijpen en ombuigen, daarin ligt volgens mij een manier waarop de samenleving voorwaarts kan. Zo niet blijven we voortdurend geconfronteerd met de mens die zichzelf kwelt, zoals Sisyfus die een rotsblok over een steile berg moest duwen. Telkens als hij boven was, rolde de blok weer naar beneden en moest hij herbeginnen.

Moeilijkheid van het leven

De moeilijkheid van het leven schuilt niet noodzakelijk in het feit dat men veel werkt (arbeid heeft vele louterende effecten), dat het leven lastig of moeilijk verloopt (via diepe dalen en vale vlakten bereikt men niet zelden hemelse hoogten), maar heeft er wel mee te maken dat mensen er geen werkelijke controle over lijken te hebben. En dat is precies het geval met de jachtigheid die het moderne leven zo kenmerkt. De frequentie van burn-outs en heel wat andere mentale klachten zou moeten leiden tot een diepe bevraging van de manier waarop de moderne mens eigenlijk in het leven staat en waarom hij zichzelf zo vaak voorbij holt.

Over Covid-19 is heel wat inkt gevloeid. Het zou jammer zijn indien er niet ook stevig werd geïnsisteerd op de noodzaak van een werkelijke herijking van het moderne (samen)leven. 'Rust' hoeft niet iets te zijn om bang voor te zijn. Eertijds werd een zekere 'luiheid' zelfs als een teken van welvaart gezien, terwijl wie het zich nu kan permitteren om lui te zijn, vaak een 'workaholic' is en dat woord als een soort ereteken met zich meedraagt.

Mensen zitten geklemd in een destructief westers consumptiespiraal. Het is me niet geheel duidelijk van wie deze uitspraak is, maar ze vat het goed samen: "Van geld dat we niet hebben, kopen we dingen die we niet nodig hebben om indruk te maken op mensen die we niet mogen." De zinsnede "en die finaal de aarde mee naar de vaantjes helpen" had de uitspraak misschien compleet gemaakt.

Alle goede wil ten spijt, maar ik vrees dus dat ook 2021 zal worden gedicteerd door wat in het Frans mooi als volgt klinkt: "Je sais bien, mais quand même..." Mensen willen wel de rust, maar ze doen het niet, omdat het leven hen dat amper toelaat. Ze willen rust, maar hebben in een samenleving die voortdurend in overdrive gaat, niet geleerd hoe stil te staan en zich daar niet schuldig bij te voelen.

François Levrau (dr. Sociale Wetenschappen en verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de UAntwerpen).

-

De Britse econoom John Maynard Keynes schreef in 1930 een korte tekst 'Economic possibilities for our grandchildren' waarin hij zichzelf toeliet even in de toekomst te kijken. De mensen, zo voorspelde hij, zouden in 2030 (nog negen jaar te gaan!) dermate veel weelde en overvloed kennen, dat ze nog maar 15 uur per week moeten werken om een comfortabel leven te leiden. De rest van hun tijd zouden ze kunnen spenderen aan "the arts of life as well as the activities of purpose."Gelet op de huidige manische levensstijl lijkt het erop dat Keynes' profetie zich niet zal realiseren. De drukte zit eigenlijk op allerlei manieren in onze levensstijl vervat. In het Engels zijn er een aantal acroniemen die de essentie goed weergeven. YOLO (You Only Live Once): omdat men maar één keer leeft moet het allemaal in het hier en nu gebeuren. Was vroeger het credo 'memento mori' (wees je ervan bewust dat je op elk moment kunt sterven en dat je vroomheid voor het tribunaal van God zal worden beoordeeld) dominant, nu is dat ingeruild voor een ander credo, namelijk 'memento vivere' (wees je ervan bewust dat elk moment je laatste kan zijn en dat je maar één leven hebt waarvan je maar best zo maximaal mogelijk geniet). De mentale en fysieke ballast werd daarmee echter gewoon van schouder verplaatst: angst voor het 'hiernamaals' is nu angst voor het 'hiernumaals'. Die angst komt tot uiting in FOMO (Fear Of Missing Out). Het gaat over de paniek en de beklemming wanneer men denkt dat iedereen aan het genieten is behalve jezelf. FOJI (Fear Of Joining In) is een ander acroniem dat die angst mooi capteert: men verschuilt zichzelf in een zekere anonimiteit omdat wordt gevreesd dat het eigen leven (ogenschijnlijk) te banaal is om erover te praten en om het (op sociale media) te tonen.Die hectische levensstijl heeft natuurlijk vele oorzaken. Eén element dat ertoe bijdraagt, is dat het traditionele gezin dat bestond uit een mannelijke kostwinner en een niet-verdienende huisvrouw is vervangen door een tweeverdienersgezin. Mannen (en zeker ook vrouwen) combineren de feitelijke arbeid die ze gewoonlijk buitenshuis verrichten, met de hang naar een carrière en de zorg voor de kinderen en het huishouden. Daarmee gaat niet alleen persoonlijke stress, maar ook sociale druk samen. Wanneer een vrouw zich bijvoorbeeld toespitst op het huishouden, dan is zij zogenaamd niet geëmancipeerd en wanneer zij teveel tijd spendeert aan een carrière zou ze geen goede moeder zijn. De moderne man ontsnapt ook niet aan deze dubbelheid. Ook van hem wordt verwacht hard te werken, carrière te maken en betrokken te zijn bij de opvoeding van het kind en het bestieren van het huishouden. Ook singles en nieuw samengestelde gezinnen ondervinden door de specifieke situatie waarin ze zich bevinden behoorlijk wat druk.Aangedreven door goede marketing, lijkt het erop dat alles binnen handbereik is, en dat mensen het gevoel hebben dat ze van alles moeten proeven en dat ze overal moeten zijn geweest. "You can't have a favorite place until you've seen them all." Mensen hollen zichzelf voorbij en lijken voortdurend te kampen met tijdsgebrek, met een klacht van aanhoudende vermoeidheid als gevolg. Ze werken zich te pletter, brengen de kinderen van hot naar her en zelfs in de vrije tijd gaan ze niet meer 'vrij uit'. Ook dan moet er immers gepresteerd worden, want aan anderen moet getoond worden hoe interessant de vrijetijdsbeleving wel is en hoe hard er wordt genoten. In die zin is de manier waarop de vrije tijd wordt doorgemaakt, illustratief voor iemands sociale status. Kan men bijvoorbeeld vandaag op de vraag naar de hobby's nog zonder schaamrood aangeven dat men niet 'verder' geraakt dan 'lezen, koken en een wekelijks partijtje badminton'? Hoort 'reizen' zo langzamerhand niet ook in dat lijstje te staan? En, kan er dan nog gezegd worden dat men op reis naar de Belgische kust gaat? Moet er niet vooral een exotisch klinkende bestemming worden vermeld?Dat Keynes' voorspelling niet zal uitkomen is jammer en tegelijk vreemd. De weelde waarover hij het had, is er wel (hoewel die niet goed verdeeld is), maar er lijkt bij de moderne mens geen werkelijke drang te bestaan naar die rust waarover hij het had. Dat is iets wat ook deze door Covid-19 gedomineerde periode leert: heel wat mensen geven aan dat ze de rust die de vertraging van de gebruikelijke ratrace met zich meebrengt willen omarmen, maar tegelijk staan ze omzeggens te springen om er terug in te stappen. Dat is een lastige paradox.Wat Keynes klaarblijkelijk heeft onderschat, is niet de economische groei, maar wel de mate waarin de mens tot rust kan komen en daarvan kan genieten. Geplaatst voor de keuze tussen minder werken en evenveel inkomen of meer werken en meer inkomen, zullen velen wellicht de tweede optie aanvinken. Mensen willen zich blijven onderscheiden van de rest en daartoe dient ook de arbeid en de door de arbeid gegenereerde welvaart. Dat is zeker het geval wanneer er in het sociale ethos voortdurend op dezelfde nagel van productiviteit, concurrentie, consumptie, bevrediging, imago en zelfrealisatie wordt geklopt. Hoe kan men tegen de achtergrond van dit ethos waarlijk tot rust komen? Wie het doet, is niet zelden iemand waarvan wordt gedacht dat hij heeft 'gefaald', waardoor hij als een 'loser' wordt afgedankt.Zou het daarom kunnen dat men eerst zelf tot rust moet zijn gekomen, om vervolgens ook effectief rustig te kunnen leven? Rustig willen leven, zonder niet eerst rustig te zijn, dat lukt volgens mij niet. Vandaar dat ik soms ook wat sceptisch ben ten opzichte van de hype die thans bestaat rond yoga, mindfullness, meditatie, etc. Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar het is toch een beetje zoals iemand willen doen lachen die niet vrolijk is. Moet men niet eerst al in een goede bui zijn (en de lach willen toelaten), alvorens men werkelijk met een grap kan lachen? Moet men niet eerst al wat rustig zijn, alvorens het effect van yoga zich werkelijk kan laten gelden? Een glimlach toveren op een droevig gezicht, maakt van die persoon geen vrolijk iemand, net zoals iemand die via yoga wat 'tips and tricks' kent om rustig te worden in een door stress gedomineerde tijd, eerder een overlevingsstrategie heeft aangeleerd, dan een werkelijk nieuwe levensstijl. De yogamat is als het oprolbaar schild dat iemand even bewapent, maar het etaleert tegelijk ook diens kwetsbaarheid in een samenleving die door alle drukte zo bedreigend aanvoelt.Zie hier, volgens mij, waarom de mens ook in 2021 zo vaak met zijn hoofd tegen de muur zal lopen. Hij wil misschien wel tot rust komen, maar hij kan het niet (omdat hij het nog niet is) en omdat hij het niet kan, wil hij het niet echt en stort hij zich op iets dat hij wel kan tot op het punt dat hij zich erin verliest, en uiteindelijk noodgedwongen met een depressie en/of burn-out zal moeten rusten. Dat onvermogen om te rusten - de weerstand die het oproept - benoemen, begrijpen en ombuigen, daarin ligt volgens mij een manier waarop de samenleving voorwaarts kan. Zo niet blijven we voortdurend geconfronteerd met de mens die zichzelf kwelt, zoals Sisyfus die een rotsblok over een steile berg moest duwen. Telkens als hij boven was, rolde de blok weer naar beneden en moest hij herbeginnen. De moeilijkheid van het leven schuilt niet noodzakelijk in het feit dat men veel werkt (arbeid heeft vele louterende effecten), dat het leven lastig of moeilijk verloopt (via diepe dalen en vale vlakten bereikt men niet zelden hemelse hoogten), maar heeft er wel mee te maken dat mensen er geen werkelijke controle over lijken te hebben. En dat is precies het geval met de jachtigheid die het moderne leven zo kenmerkt. De frequentie van burn-outs en heel wat andere mentale klachten zou moeten leiden tot een diepe bevraging van de manier waarop de moderne mens eigenlijk in het leven staat en waarom hij zichzelf zo vaak voorbij holt. Over Covid-19 is heel wat inkt gevloeid. Het zou jammer zijn indien er niet ook stevig werd geïnsisteerd op de noodzaak van een werkelijke herijking van het moderne (samen)leven. 'Rust' hoeft niet iets te zijn om bang voor te zijn. Eertijds werd een zekere 'luiheid' zelfs als een teken van welvaart gezien, terwijl wie het zich nu kan permitteren om lui te zijn, vaak een 'workaholic' is en dat woord als een soort ereteken met zich meedraagt. Mensen zitten geklemd in een destructief westers consumptiespiraal. Het is me niet geheel duidelijk van wie deze uitspraak is, maar ze vat het goed samen: "Van geld dat we niet hebben, kopen we dingen die we niet nodig hebben om indruk te maken op mensen die we niet mogen." De zinsnede "en die finaal de aarde mee naar de vaantjes helpen" had de uitspraak misschien compleet gemaakt. Alle goede wil ten spijt, maar ik vrees dus dat ook 2021 zal worden gedicteerd door wat in het Frans mooi als volgt klinkt: "Je sais bien, mais quand même..." Mensen willen wel de rust, maar ze doen het niet, omdat het leven hen dat amper toelaat. Ze willen rust, maar hebben in een samenleving die voortdurend in overdrive gaat, niet geleerd hoe stil te staan en zich daar niet schuldig bij te voelen. François Levrau (dr. Sociale Wetenschappen en verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de UAntwerpen).-