Het lijkt nog ver weg, zeker nu de coronapandemie alle regeringen in crisismodus heeft gebracht, maar het is goed om alvast vooruit te kijken naar het jaar 2024. In de eerste zes maanden van dat jaar is België voorzitter van de Raad van de Europese Unie, in de volksmond 'EU-voorzitter'. Dat betekent dat Belgische ministers dat halfjaar de agenda bepalen van hun vergaderingen met Europese collega's, maar ook dat België zich politiek, wetenschappelijk en cultureel kan profileren.

Het EU-voorzitterschap gaat gepaard met allerlei evenementen in het voorzittende land. Die evenementen kosten geld. De Belgische politiek zou nu alvast een debat moeten beginnen over hoe die evenementen zullen worden gefinancierd.

De afgelopen jaren is er namelijk een zorgelijke trend ontstaan die de reputatie van de EU schaadt: bedrijfssponsoring van het Raadsvoorzitterschap. Ik schrijf erover in mijn nieuwste boek over de EU, Het lijkt Washington wel: Hoe lobbyisten Brussel in hun greep hebben.

Het gaat nog niet zover dat wanneer ministers na vergaderingen journalisten te woord staan, ze dat doen met op de achtergrond een verzameling bedrijfslogo's, zoals we gewend zijn uit de sport. Maar het is wel eerder regel dan uitzondering geworden dat EU-lidstaten een deel van de kosten dekken door gebruik te maken van bijdragen van private ondernemingen.

Zal België zijn EU-voorzitterschap laten sponsoren?

Soms gaat dat met een financiële bijdrage, soms leveren bedrijven een dienst in ruil voor een vermelding. Zo worden hoogwaardigheidsbekleders al sinds 2012 rondgereden in auto's die fabrikanten beschikbaar stellen als onderdeel van een sponsordeal. Ook bedrijven als Heineken, Microsoft, Orange en Philips waren al sponsors van EU-voorzitterschappen.

Vorig jaar begonnen Europarlementariërs zich openlijk zorgen te maken over deze ontwikkeling, toen bleek dat Coca-Cola een van de sponsors was van het Roemeense EU-voorzitterschap. De indruk werd volgens hen gewekt dat de multinational hiermee invloed kreeg op EU-beleid. Bijna honderd leden ondertekenden in april 2019 een brief aan de premier van Finland -- het land dat enkele maanden later voorzitter zou worden -- met het verzoek om alle sponsoring te weigeren. 'De sponsoring van de huidige en vorige voorzitterschappen door auto-, software- en drankenbedrijven, waarvan velen een actief belang hebben bij het beïnvloeden van de besluitvorming in de EU, is politiek schadelijk,' schreven de Europarlementariërs.

Onder de ondertekenaars bevonden zich vier Belgische leden: Marie Arena (PS), Philippe Lamberts (Ecolo), Bart Staes (Groen) en Marc Tarabella (PS). Ze vroegen om een algeheel verbod op bedrijfssponsoring van het EU-voorzitterschap. Finland nam echter het standpunt in dat elk land zelf verantwoordelijk was voor de financiering van het halfjaarlijks voorzitterschap.

Ook na een onderzoek van de Europese Ombudsman zijn EU-lidstaten niet bereid om sponsoring EU-breed te verbieden. Dat blijft aan elke lidstaat zelf. Wel heeft de Raad van de EU besloten om richtlijnen vast te stellen, die de transparantie moet verbeteren en burgers moeten overtuigen dat sponsoring geen invloed heeft op het maken van EU-beleid. De Raad verzekerde deze maand de Europese Ombudsman ervan dat de Raad zelf alle formele activiteiten die te maken hebben met wetgeving financiert, en dat lidstaten sponsoring alleen gebruiken voor hun culturele, toeristische en wetenschappelijke evenementen.

Het Europees Parlement heeft stelling genomen tegen de sponsorpraktijken. Het uitte in oktober vorig jaar in een resolutie formeel haar bezorgdheid over 'de mogelijke reputatieschade en het risico van verlies van vertrouwen' van burgers in de EU. Het Parlement beveelde de Raad 'met klem' aan om alle kosten van de voorzitterschappen op te nemen in de eigen begroting.

Die aanbeveling maakt niet veel kans: het zou betekenen dat de EU-begroting structureel omhoog zou moeten. Lidstaten zouden dus meer moeten bijdragen aan de gezamenlijke pot, om evenementen te financieren waar individuele lidstaten van profiteren. Politici zouden een hogere EU-begroting moeten verdedigen, wetende dat ze binnen vier of vijf jaar herkozen willen worden, terwijl het 'probleem' van de financiering van het halfjaarlijkse EU-voorzitterschap bij 27 lidstaten slechts eens in de 13,5 jaar voorbij komt.

Zo'n resolutie van het Europees Parlement heeft geen juridisch bindende gevolgen, maar is wel een belangrijk politiek signaal. De tekst werd aangenomen met een enorme meerderheid van 95 procent: behalve de leden van Vlaams Belang, die zich onthielden van stemming, stemden alle aanwezige Belgische Europarlementariërs vóór de tekst.

De N-VA, CD&V, Open VLD, sp.a en Groen hebben dus alle verklaard tegenstander te zijn van het laten sponsoren van het EU-voorzitterschap, net als alle Franstalige partijen die in het EP vertegenwoordigd zijn, waaronder MR.

Het is natuurlijk nog onduidelijk of de huidige coalitie onder leiding van Sophie Wilmès (MR) stand houdt na de pandemie, maar de kans is heel groot dat er een coalitie komt bestaande uit politieke partijen die alle hebben verklaard dat lidstaten -- dus ook België -- geen bedrijfssponsoring zouden moeten ontvangen. De vraag die voor 2024 dan ook beantwoord zal moeten worden is: Blijft het bij mooie woorden alleen, of komen er ook daden?

Peter Teffer is onderzoeksjournalist en auteur van Het lijkt Washington wel: Hoe lobbyisten Brussel in hun greep hebben. De profielfoto bij dit artikel werd gemaakt door de fotograaf Geert Snoeijer.

Uitgeverij Volt
© Uitgeverij Volt
Het lijkt nog ver weg, zeker nu de coronapandemie alle regeringen in crisismodus heeft gebracht, maar het is goed om alvast vooruit te kijken naar het jaar 2024. In de eerste zes maanden van dat jaar is België voorzitter van de Raad van de Europese Unie, in de volksmond 'EU-voorzitter'. Dat betekent dat Belgische ministers dat halfjaar de agenda bepalen van hun vergaderingen met Europese collega's, maar ook dat België zich politiek, wetenschappelijk en cultureel kan profileren. Het EU-voorzitterschap gaat gepaard met allerlei evenementen in het voorzittende land. Die evenementen kosten geld. De Belgische politiek zou nu alvast een debat moeten beginnen over hoe die evenementen zullen worden gefinancierd. De afgelopen jaren is er namelijk een zorgelijke trend ontstaan die de reputatie van de EU schaadt: bedrijfssponsoring van het Raadsvoorzitterschap. Ik schrijf erover in mijn nieuwste boek over de EU, Het lijkt Washington wel: Hoe lobbyisten Brussel in hun greep hebben.Het gaat nog niet zover dat wanneer ministers na vergaderingen journalisten te woord staan, ze dat doen met op de achtergrond een verzameling bedrijfslogo's, zoals we gewend zijn uit de sport. Maar het is wel eerder regel dan uitzondering geworden dat EU-lidstaten een deel van de kosten dekken door gebruik te maken van bijdragen van private ondernemingen.Soms gaat dat met een financiële bijdrage, soms leveren bedrijven een dienst in ruil voor een vermelding. Zo worden hoogwaardigheidsbekleders al sinds 2012 rondgereden in auto's die fabrikanten beschikbaar stellen als onderdeel van een sponsordeal. Ook bedrijven als Heineken, Microsoft, Orange en Philips waren al sponsors van EU-voorzitterschappen.Vorig jaar begonnen Europarlementariërs zich openlijk zorgen te maken over deze ontwikkeling, toen bleek dat Coca-Cola een van de sponsors was van het Roemeense EU-voorzitterschap. De indruk werd volgens hen gewekt dat de multinational hiermee invloed kreeg op EU-beleid. Bijna honderd leden ondertekenden in april 2019 een brief aan de premier van Finland -- het land dat enkele maanden later voorzitter zou worden -- met het verzoek om alle sponsoring te weigeren. 'De sponsoring van de huidige en vorige voorzitterschappen door auto-, software- en drankenbedrijven, waarvan velen een actief belang hebben bij het beïnvloeden van de besluitvorming in de EU, is politiek schadelijk,' schreven de Europarlementariërs. Onder de ondertekenaars bevonden zich vier Belgische leden: Marie Arena (PS), Philippe Lamberts (Ecolo), Bart Staes (Groen) en Marc Tarabella (PS). Ze vroegen om een algeheel verbod op bedrijfssponsoring van het EU-voorzitterschap. Finland nam echter het standpunt in dat elk land zelf verantwoordelijk was voor de financiering van het halfjaarlijks voorzitterschap.Ook na een onderzoek van de Europese Ombudsman zijn EU-lidstaten niet bereid om sponsoring EU-breed te verbieden. Dat blijft aan elke lidstaat zelf. Wel heeft de Raad van de EU besloten om richtlijnen vast te stellen, die de transparantie moet verbeteren en burgers moeten overtuigen dat sponsoring geen invloed heeft op het maken van EU-beleid. De Raad verzekerde deze maand de Europese Ombudsman ervan dat de Raad zelf alle formele activiteiten die te maken hebben met wetgeving financiert, en dat lidstaten sponsoring alleen gebruiken voor hun culturele, toeristische en wetenschappelijke evenementen.Het Europees Parlement heeft stelling genomen tegen de sponsorpraktijken. Het uitte in oktober vorig jaar in een resolutie formeel haar bezorgdheid over 'de mogelijke reputatieschade en het risico van verlies van vertrouwen' van burgers in de EU. Het Parlement beveelde de Raad 'met klem' aan om alle kosten van de voorzitterschappen op te nemen in de eigen begroting.Die aanbeveling maakt niet veel kans: het zou betekenen dat de EU-begroting structureel omhoog zou moeten. Lidstaten zouden dus meer moeten bijdragen aan de gezamenlijke pot, om evenementen te financieren waar individuele lidstaten van profiteren. Politici zouden een hogere EU-begroting moeten verdedigen, wetende dat ze binnen vier of vijf jaar herkozen willen worden, terwijl het 'probleem' van de financiering van het halfjaarlijkse EU-voorzitterschap bij 27 lidstaten slechts eens in de 13,5 jaar voorbij komt.Zo'n resolutie van het Europees Parlement heeft geen juridisch bindende gevolgen, maar is wel een belangrijk politiek signaal. De tekst werd aangenomen met een enorme meerderheid van 95 procent: behalve de leden van Vlaams Belang, die zich onthielden van stemming, stemden alle aanwezige Belgische Europarlementariërs vóór de tekst. De N-VA, CD&V, Open VLD, sp.a en Groen hebben dus alle verklaard tegenstander te zijn van het laten sponsoren van het EU-voorzitterschap, net als alle Franstalige partijen die in het EP vertegenwoordigd zijn, waaronder MR. Het is natuurlijk nog onduidelijk of de huidige coalitie onder leiding van Sophie Wilmès (MR) stand houdt na de pandemie, maar de kans is heel groot dat er een coalitie komt bestaande uit politieke partijen die alle hebben verklaard dat lidstaten -- dus ook België -- geen bedrijfssponsoring zouden moeten ontvangen. De vraag die voor 2024 dan ook beantwoord zal moeten worden is: Blijft het bij mooie woorden alleen, of komen er ook daden?Peter Teffer is onderzoeksjournalist en auteur van Het lijkt Washington wel: Hoe lobbyisten Brussel in hun greep hebben. De profielfoto bij dit artikel werd gemaakt door de fotograaf Geert Snoeijer.