De FOD Volksgezondheid schreef begin maart een openbare aanbesteding uit voor de levering van chirurgische mondmaskers. De firma van Mahmut Öz haalde de opdracht binnen en op 11 maart plaatste de FOD een bestelling voor 5 miljoen maskers. Zijn leverancier, een opkoper uit het Turkse Izmir, zou de maskers twee à drie dagen later kunnen leveren, maar dan moest het geld wel al in de namiddag van 12 maart op zijn rekening staan.

'Mijn cliënt heeft aan de FOD Volksgezondheid laten weten dat het dus van zeer groot belang was dat het overmaken van de gelden via een spoedoverschrijving gebeurde, maar de FOD heeft dat niet gedaan waardoor het geld niet tijdig tot bij zijn leverancier geraakte', zegt Walter Damen.

Öz had volgens zijn advocaten meteen de FOD ingelicht dat een levering op 13 of 14 maart niet meer haalbaar was. 'Volgens het contract, dat een levering binnen zeven dagen na bestelling stipuleerde, had hij nog tot 18 maart om de maskers geleverd te krijgen. Hij wilde er ook alles aan doen om dat in orde te krijgen, maar dan werd hij ineens gearresteerd op 13 maart, tijdens een vergadering met de FOD Volksgezondheid.'

Er bleek klacht te zijn ingediend wegens oplichting. Öz werd urenlang verhoord en de volgende dag vrijgelaten. 'Hij kreeg van de politie te horen dat de deadline voor de levering zou verstrijken op 15 maart om middernacht, wat niet conform het contract is. Maar uit schrik om opnieuw opgepakt te worden, besloot hij toen om zich terug te trekken', zegt Damen.

Öz kwam met de Turkse leverancier overeen dat die het volledige bedrag zou terugstorten. Op 16 maart werd 2.968.000 euro overgeschreven naar de FOD Volksgezondheid. Het voorschot van 420.000 euro volgt zo spoedig mogelijk.

'Mijn cliënt is altijd transparant geweest in zijn communicatie met de FOD Volksgezondheid. Minister De Block wist dus dat de kans klein was die mondmaskers dat weekend geleverd gingen worden. Ze bleef tegenover de pers de schijn ophouden om dan uiteindelijk te zeggen dat er fraude zou zijn gepleegd. Mijn cliënt werd afgeschilderd als een crimineel, terwijl er van oplichting of fraude helemaal geen sprake was.'

De FOD Volksgezondheid schreef begin maart een openbare aanbesteding uit voor de levering van chirurgische mondmaskers. De firma van Mahmut Öz haalde de opdracht binnen en op 11 maart plaatste de FOD een bestelling voor 5 miljoen maskers. Zijn leverancier, een opkoper uit het Turkse Izmir, zou de maskers twee à drie dagen later kunnen leveren, maar dan moest het geld wel al in de namiddag van 12 maart op zijn rekening staan. 'Mijn cliënt heeft aan de FOD Volksgezondheid laten weten dat het dus van zeer groot belang was dat het overmaken van de gelden via een spoedoverschrijving gebeurde, maar de FOD heeft dat niet gedaan waardoor het geld niet tijdig tot bij zijn leverancier geraakte', zegt Walter Damen. Öz had volgens zijn advocaten meteen de FOD ingelicht dat een levering op 13 of 14 maart niet meer haalbaar was. 'Volgens het contract, dat een levering binnen zeven dagen na bestelling stipuleerde, had hij nog tot 18 maart om de maskers geleverd te krijgen. Hij wilde er ook alles aan doen om dat in orde te krijgen, maar dan werd hij ineens gearresteerd op 13 maart, tijdens een vergadering met de FOD Volksgezondheid.' Er bleek klacht te zijn ingediend wegens oplichting. Öz werd urenlang verhoord en de volgende dag vrijgelaten. 'Hij kreeg van de politie te horen dat de deadline voor de levering zou verstrijken op 15 maart om middernacht, wat niet conform het contract is. Maar uit schrik om opnieuw opgepakt te worden, besloot hij toen om zich terug te trekken', zegt Damen. Öz kwam met de Turkse leverancier overeen dat die het volledige bedrag zou terugstorten. Op 16 maart werd 2.968.000 euro overgeschreven naar de FOD Volksgezondheid. Het voorschot van 420.000 euro volgt zo spoedig mogelijk. 'Mijn cliënt is altijd transparant geweest in zijn communicatie met de FOD Volksgezondheid. Minister De Block wist dus dat de kans klein was die mondmaskers dat weekend geleverd gingen worden. Ze bleef tegenover de pers de schijn ophouden om dan uiteindelijk te zeggen dat er fraude zou zijn gepleegd. Mijn cliënt werd afgeschilderd als een crimineel, terwijl er van oplichting of fraude helemaal geen sprake was.'