De raadkamer in Hasselt ging normaal gezien op 7 juni beslissen wie van de achttien leden van studentenclub Reuzegom voor de strafrechter moet verschijnen voor de fatale doop van Sanda Dia. Advocaat Joris Van Cauter diende echter net voordien een wrakingsverzoek in tegen de voorzitster van die raadkamer. Volgens Van Cauter toonde de voorzitster zich vooringenomen in communicatie die ze hem bezorgde.

Van Cauter had haar op 3 juni gemeld dat hij conclusies wilde neerleggen en dat hij dat verzoek indien nodig nog op de raadkamerzitting van 7 juni verder mondeling kon toelichten. Hij had de voorzitster gevraagd of ze ook aan de andere advocaten kon meedelen dat het de bedoeling was om op de zitting van 7 juni enkel conclusietermijnen vast te leggen. De voorzitster had hem een dag later via een faxbericht meegedeeld dat het neerleggen van conclusies niet van toepassing is op het niveau van de raadkamer (al kan het wel worden toegestaan, nvdr.) en dat 'de zaak behandeld ging worden'.

Van Cauter was van mening dat de voorzitster al een beslissing over de conclusietermijnen had genomen, nog voordat hij de kans had gekregen zijn verzoek mondeling toe te lichten op zitting. Bovendien hadden alle andere advocaten een andere fax gekregen, met de melding dat 'de zaak voor behandeling wordt gesteld', wat volgens hem een neutralere formulering was. Uit dit alles bleek volgens hem een zekere vooringenomenheid, waardoor de voorzitster niet meer objectief over de zaak zou kunnen oordelen.

Cassatieberoep

De voorzitster weigerde zich terug te trekken, waardoor het aan het hof van beroep was om te oordelen of ze al dan niet kon aanblijven in de zaak. Het hof zag maandag geen reden om haar te vervangen. 'Het faxbericht van 4 juni impliceert geenszins dat de voorzitster al een beslissing zou hebben genomen over zijn vraag tot het vastleggen van een conclusiekalender of dat hij zijn verzoek niet meer mondeling zou mogen toelichten.'

De gebruikte bewoordingen 'de zaak zal behandeld worden' waren volgens het hof een algemene formulering die niet betekende dat er geen andere verzoeken meer geformuleerd konden worden. 'Het enige wat de voorzitster voorafgaand beslist heeft, is om niet in te gaan op zijn verzoek om de andere advocaten in te lichten dat er enkel conclusietermijnen gingen vastgelegd worden.' Ook het feit dat de andere advocaten een andere fax hadden gekregen dan Van Cauter veranderde volgens het hof niets aan de zaak. 'Hoewel niet woordelijk identiek, de boodschap in de faxberichten was inhoudelijk hetzelfde', stelde het hof.

Het wrakingsverzoek werd afgewezen, bij gebrek aan bewijs van de beweerde partijdigheid van de voorzitster. Van Cauter heeft nu vijftien dagen de tijd om eventueel nog cassatieberoep aan te tekenen.

Reuzegom

Op 7 december 2018 overleed de 20-jarige Sanda Dia in het ziekenhuis. Hij was onder meer onderkoeld en kampte met meervoudig orgaanfalen. De doop van studentenclub Reuzegom startte twee dagen eerder in Leuven, maar kende een vervolg aan een chalet in Vorselaar.

Naast onopzettelijke doding kunnen de achttien Reuzegommers beticht worden van het opzettelijk toedienen van schadelijke stoffen met de dood tot gevolg, mensonterende behandeling en schuldig verzuim. (Belga)

De raadkamer in Hasselt ging normaal gezien op 7 juni beslissen wie van de achttien leden van studentenclub Reuzegom voor de strafrechter moet verschijnen voor de fatale doop van Sanda Dia. Advocaat Joris Van Cauter diende echter net voordien een wrakingsverzoek in tegen de voorzitster van die raadkamer. Volgens Van Cauter toonde de voorzitster zich vooringenomen in communicatie die ze hem bezorgde. Van Cauter had haar op 3 juni gemeld dat hij conclusies wilde neerleggen en dat hij dat verzoek indien nodig nog op de raadkamerzitting van 7 juni verder mondeling kon toelichten. Hij had de voorzitster gevraagd of ze ook aan de andere advocaten kon meedelen dat het de bedoeling was om op de zitting van 7 juni enkel conclusietermijnen vast te leggen. De voorzitster had hem een dag later via een faxbericht meegedeeld dat het neerleggen van conclusies niet van toepassing is op het niveau van de raadkamer (al kan het wel worden toegestaan, nvdr.) en dat 'de zaak behandeld ging worden'. Van Cauter was van mening dat de voorzitster al een beslissing over de conclusietermijnen had genomen, nog voordat hij de kans had gekregen zijn verzoek mondeling toe te lichten op zitting. Bovendien hadden alle andere advocaten een andere fax gekregen, met de melding dat 'de zaak voor behandeling wordt gesteld', wat volgens hem een neutralere formulering was. Uit dit alles bleek volgens hem een zekere vooringenomenheid, waardoor de voorzitster niet meer objectief over de zaak zou kunnen oordelen. De voorzitster weigerde zich terug te trekken, waardoor het aan het hof van beroep was om te oordelen of ze al dan niet kon aanblijven in de zaak. Het hof zag maandag geen reden om haar te vervangen. 'Het faxbericht van 4 juni impliceert geenszins dat de voorzitster al een beslissing zou hebben genomen over zijn vraag tot het vastleggen van een conclusiekalender of dat hij zijn verzoek niet meer mondeling zou mogen toelichten.' De gebruikte bewoordingen 'de zaak zal behandeld worden' waren volgens het hof een algemene formulering die niet betekende dat er geen andere verzoeken meer geformuleerd konden worden. 'Het enige wat de voorzitster voorafgaand beslist heeft, is om niet in te gaan op zijn verzoek om de andere advocaten in te lichten dat er enkel conclusietermijnen gingen vastgelegd worden.' Ook het feit dat de andere advocaten een andere fax hadden gekregen dan Van Cauter veranderde volgens het hof niets aan de zaak. 'Hoewel niet woordelijk identiek, de boodschap in de faxberichten was inhoudelijk hetzelfde', stelde het hof. Het wrakingsverzoek werd afgewezen, bij gebrek aan bewijs van de beweerde partijdigheid van de voorzitster. Van Cauter heeft nu vijftien dagen de tijd om eventueel nog cassatieberoep aan te tekenen.Op 7 december 2018 overleed de 20-jarige Sanda Dia in het ziekenhuis. Hij was onder meer onderkoeld en kampte met meervoudig orgaanfalen. De doop van studentenclub Reuzegom startte twee dagen eerder in Leuven, maar kende een vervolg aan een chalet in Vorselaar. Naast onopzettelijke doding kunnen de achttien Reuzegommers beticht worden van het opzettelijk toedienen van schadelijke stoffen met de dood tot gevolg, mensonterende behandeling en schuldig verzuim. (Belga)