'Te lang is het academische, cerebrale deel van mezelf dominant geweest en heb ik de andere delen verwaarloosd. Dat moet nu anders.' Voor Yousra Benfquih (32) betekent dat: het academische en activistische inruilen voor het artistieke. Minder wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke strijd, en meer dichten, schrijven, schilderen.
...

'Te lang is het academische, cerebrale deel van mezelf dominant geweest en heb ik de andere delen verwaarloosd. Dat moet nu anders.' Voor Yousra Benfquih (32) betekent dat: het academische en activistische inruilen voor het artistieke. Minder wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke strijd, en meer dichten, schrijven, schilderen. In de schaduw van de trompetboom in de stadstuin van het huis waarop ze tijdelijk past, schikt ze vegan gebakjes op een schaal. Het is de eerste dag na haar officiële afscheid van het Hannah Arendt Instituut. Daar stond ze in voor de wetenschapsvalorisatie, de vertaling en ontsluiting van wetenschappelijk onderzoek naar een breder publiek. Als doctor in de mensenrechten, die altijd actief deelnam aan het publieke debat, leek die brugfunctie haar op het lijf geschreven. Ze had dat werk ook graag voortgezet. Maar haar lichaam besliste er anders over. Dat lichaam stribbelde al langer tegen. In de jaren dat ze zich smeet in het academische en vooral het publieke debat, nam de uitputting gestaag toe. Alsof de frustratie, onmacht en verbolgenheid haar van binnenuit verteerden. 'Ik ben heel ver gegaan in het laten domineren van mijn academische en vooral maatschappelijke engagement. Maar ik heb ook een artistiek been: schrijven, dichten, performen. Dat heb ik altijd gehad. En het is alsof ik dat jarenlang heb afgebonden. 'Het is deels mijn aard. Ik leef heel erg in mijn hoofd. Ik heb een contemplatieve, onderzoekende geest. Het academische leven zit me dan ook als gegoten. En als je met mensenrechten bezig bent, kun je niet anders dan verontwaardigd zijn over de wereld van vandaag.' Zoals over de mensen zonder papieren die een hongerstaking hielden in Brussel, bijvoorbeeld? Yousra Benfquih: Ja, hun schrijnende situatie herinnert ons aan de hypocrisie van de mensenrechten. Daar had Hannah Arendt het al over. Zij zag staatloosheid als hét probleem van de 20e eeuw. Het is ook het probleem van de 21e eeuw. Wie geen politieke status heeft, verliest zijn mensenrechten. Arendt wijst op de pijnlijke ironie daarvan, die het tekort blootlegt van het mensenrechtenbegrip zoals we dat voorstellen. Mensen die geen papieren hebben, hebben alleen nog hun mens-zijn. Maar die menselijkheid blijkt niet te volstaan om ook rechten te hebben: de staatloze strandt in een buitengerechtelijke lacune en wordt de rechteloze. Wat zegt dat over mensenrechten? Over wie we als mens zien, en wie niet? En waarom? Boeiende en essentiële vragen. Benfquih: Vragen die mij boeien als jurist én als schrijver. Maar het zijn ook vragen waarin je je kunt verliezen. En dat is mij overkomen. Als je enigszins oplet in deze wereld, kun je niet anders dan in de war zijn, gefrustreerd, kwaad. Die woede is een nodige motor van verandering en kan een belangrijke drijfveer zijn, maar het mag niet de enige zijn. Dat is te uitputtend. De vraag is ook: word ik gehoord als ik niet boos ben of me niet kritisch uitlaat over de maatschappij? Als ik pakweg een gedicht over de zee schrijf? Over de schoonheid om me heen? Over het gewone leven? Hoe bedoelt u? Benfquih: Al te vaak worden mensen van kleur, en andere mensen die niet tot de norm behoren, gereduceerd tot hun 'anders zijn' en tot hun verontwaardiging. Ze krijgen een stem als ze het verschil vertolken of hun frustratie. Dat kan heel krachtig zijn. Kijk naar de populariteit van spoken word en slampoëzie. Bijna altijd ligt er een maatschappelijke verontwaardiging aan de grondslag van die poëtica. Maar dat wordt gebruikt om het - ten onrechte - af te schrijven als 'geen echte poëzie', als mensen die wat kwaad op een podium staan te brullen. Merk je de catch 22? Je krijgt een plek door je boosheid, en wordt tegelijkertijd weggezet als alleen maar boos. U wilt niet langer boos zijn? Benfquih:Ik wil niet alléén maar boos zijn, alléén maar strijden. Het recht opeisen om gelukkig te zijn, dat is de ultieme daad van verzet. Daar raak ik steeds meer van overtuigd. Mijn eigen geluk is nooit een factor geweest in mijn denken. Wat maakt mij gelukkig? Pas sinds dit jaar leer ik die vraag voor mezelf te formuleren. Al worstel ik daar ook mee. Moet ik me schuldig voelen omdat ik me minder actief inzet in het maatschappelijk debat? Of toch op een andere, meer poëtische manier? Lijkt het alsof u verzaakt aan de positie die u bereikt hebt? En dat u anderen, mensen naar wie minder geluisterd wordt, in de steek laat? Benfquih: Ook dat is een catch 22. Ik heb een relatief privilege bereikt waarvoor ik keihard geknokt heb en dan wil je die macht, hoe beperkt ook, gebruiken. De Afro-Amerikaanse activiste en dichter Audre Lorde zei het al: your silence will not protect you. Het terugtrekken zal je niet beschermen, het aankaarten wel. Maar door alleen in die aankaartende, vechtende modus te zijn, blijft er weinig ruimte voor iets anders. En dat wil ik nu veranderen. Tijd om naar binnen te keren? Benfquih: Deels. Het concentreren op mijn schrijverschap betekent geen vlucht uit de wereld. Integendeel: een schrijver is net als een mensenrechtenjurist bezig met de wereld, vaak niet minder verbolgen dan die laatste. Bijtijds een retraite - je tijdelijk onttrekken aan de ruis - is noodzakelijk. Niet alleen om te schrijven maar ook - en bovenal - om het vol te houden in een wereld die op veel vlakken toxisch is: van de lucht die we inademen en de grond onder onze voeten tot racisme en islamofobie. Hoe blijf je in zo'n omgeving overeind? Ik ken te veel mensen van kleur die in burn-outs wegzinken van het almaar moeten roepen, het aanhoudend kloppen op dezelfde nagel, waarbij er ook nog eens weinig verandert. Ja, ik wil me inzetten voor de wereld, maar op een manier die mij niet leegzuigt. Dat is bij mij gebeurd. De bedoeling van verzet is leven, niet eraan kapot gaan. Heeft het u gesloopt? Benfquih: Ik ben heel ver meegegaan in het prestatiegerichte, competitieve academische model. Tegelijkertijd was ik losgekoppeld van mijn lichaam, mijn intuïtie, mijn artistieke kant. Maar ik heb beide nodig. Waarom is het zo moeilijk om dat evenwicht te vinden en te behouden? Waar raakten lichaam en geest gescheiden? Benfquih: Dat heb ik me vaak afgevraagd de voorbije jaren. Hoe ben ik zo in mijn hoofd gaan wonen? Als kind werd ik al gedreven door een ongelooflijke nieuwsgierigheid voor de wereld. Ik verslond boeken, schreef gedichten toen ik vijf jaar was, maar tuurde ook geboeid door de microscoop naar de insecten die ik in de tuin verzamelde. Ik had, en heb nog altijd, een onstilbare honger naar een begrip van de wereld. Waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Hoe kan het anders of beter? Die verwondering is mijn grondhouding als wetenschapper én als schrijver. Daarom ervaar ik de kantelbeweging die ik nu maak niet als een echte breuk: mijn wetenschappelijke en artistieke geest zijn vervlochten. Alleen kregen ze ongelijke aandacht en ruimte. Op school had ik goede punten, maar ik kreeg al heel vroeg te horen dat dat bijzonder was 'voor een Marokkaanse'. De onderhuidse boodschap? Ik zou extra hard mijn best moeten doen om gezien te worden. Dat resulteerde in chronische stress en een hyperalertheid, vanaf dan zat ik in een fight or flight- modus. Die is niet meer verdwenen. Bovendien voedt ons onderwijssysteem, dat zo gericht is op de arbeidsmarkt, weinig andere verlangens. Kunst komt nauwelijks aan bod, bewegen is beperkt tot twee uur sporten per week. Dan kweek je toch onvermijdelijk een onevenwicht? Ik ben 32 en ga nu pas voeding geven aan de verwaarloosde en onontwikkelde delen van mezelf. Wat heeft de doorslag gegeven bij die beslissing? Benfquih:Mijn gezondheid, al was dat een gradueel proces. De eerste tekenen waren er al vroeg, maar omdat ik zo losgekoppeld was van mijn lichaam, kon ik die signalen niet opvangen. Het ging niet eens over negeren, want dat impliceert dat je iets ziet, wat je vervolgens bewust de rug toekeert. Het was het tout court niet kunnen lezen van die signalen. Ik was een en al hoofd, intellect, mijn lichaam hooguit een vessel, een omhulsel dat dat hoofd moest volgen. Terwijl de vermoeidheid toenam, bleef ik gaan, puur op wilskracht. Grote en grootste onderscheiding, een master na master in Venetië, lesgeven aan de UAntwerpen, verhuizen naar New York. Vreemd genoeg loste in die stad mijn uitputting op. En dat lag niet aan mijn job: ik werkte als fellow voor de Verenigde Naties. Het strategische spel van de diplomatie frustreerde me mateloos, en herinnerde me eraan hoeveel waarde ik hecht aan vrij spreken en denken. Maar New York zélf was een bevrijdende, betoverende ervaring. Omdat uw kleur er geen rol speelde? Benfquih: Exact. In Venetië had ik dat ook ervaren, omdat ze dachten dat ik Italiaanse was, maar in New York werd ik voor het eerst in mijn leven positief aangesproken op mijn afkomst. Wat was dat een verademing. Ik voelde me meer thuis in New York, waar ik nog geen jaar woonde, dan in mijn eigen geboortestad. Daardoor ging er veel energie stromen. Maar die bent u weer verloren? Benfquih:Ja, vrij snel na mijn terugkeer. Omgeving is zo belangrijk voor je energie. Recent is die vermoeidheid ook opgehangen aan een auto-immune diagnose. Het is een chronische aandoening. Ik functioneer vaak op nog geen 10 procent van mijn capaciteit, maar dat zien mensen niet. Integendeel. Ik krijg te horen dat ik straal op het podium, dat mijn performances krachtig zijn. Veel van de pijn blijft onzichtbaar, onmededeelbaar. Hoewel het hele proces me dichter bij mezelf brengt, bij mijn eigen dromen en verlangens, is het ook een bron van veel angst en verdriet. Wat helpt om in al die tegenstrijdige gedachten, in die angst en in dat verdriet, toch rust te vinden? Benfquih: Ik navigeer tussen westerse en niet-westerse geneeskunde. Ik laat me opvolgen door klassieke en meer holistische artsen die met acupunctuur werken. Ik mediteer en doe yoga. Zo probeer ik kaders samen te brengen die traditioneel uit elkaar worden gehaald, net zoals ik dat doe met wetenschappen en kunst. En ik leer om kwetsbaar te zijn, om liefde en zorg toe te laten van mijn partner. Ook dat was ik niet gewend. Ik was de selfmade woman die het wel alleen zou doen. Hoewel ik altijd die nomade zal blijven, die het nodig heeft om soms weg te gaan, was dat ook een manier om mezelf te beschermen. Daar waar ik vrijheid en verbinding als onverzoenbaar ervaarde, probeer ik nu vrijheid ín verbinding te vinden. Het is misschien een triviale vraag, maar bent u de oudste? Benfquih: Nee, ik heb een oudere broer. Hij is tatoeageartiest, oprichter van Brabo's Hand, en mijn jongere zus geeft les op een middelbare school. Mijn broer was een rebel. Uit reactie werd ik het modelkind. In die zin is het geen triviale vraag. De verhouding tussen hoofd en lichaam is vroeg scheefgegroeid, de ernst nam het over van de speelsheid. Nu moet ik weer leren spelen. Ook in mijn schrijven. Ik maak de dingen snel te groot, te gewichtig en te heilig, waardoor ik terugdeins om eraan te beginnen. 'Schrijf gewoon, Yous', zeggen mijn vrienden. Gewoon is een goed woord. Ik moet me ervoor behoeden niet opnieuw te streven naar literaire excellentie, wat betekent dat überhaupt? Ik wil er plezier aan beleven. Dat wordt de uitdaging. Bent u religieus? Benfquih: Ken je het woord 'bricolage'? Ik ben een bricoleur. Ik beschouw mezelf als gelovig op een open, onderzoekende en fluïde manier. In een spokenwordgedicht, Nuchter op speeddate, zeg ik: 'ja, ik bid en doe ook aan mediteren, weet niet of ik daarom gematigd moet heten, gematigd dat is smakeloos eten, dat zijn flauwe optredens en monotone dates.' Vroeger zei ik altijd ' maar ik doe ook aan mediteren', nu zeg ik ' en'. Het gaat niet om een tegenstelling en ik wil me niet meer verdedigen. Sinds 9/11 rust er zo'n negatieve lading op de islam dat moslims voortdurend in een uitleggende, distantiërende rol worden geduwd. 'Nee, we zijn niet allemaal gewelddadig' en 'islam betekent vrede'. Dat we dat nog altijd moeten zeggen! Het perverse effect is dat ik amper heb kunnen exploreren wat religie voor mij betekent. De beoefening van spiritualiteit vereist rust, en die rust is in een islamofobe context niet aan de orde. Er zijn bijvoorbeeld zo veel boeiende feministische islamitische denkers, zo veel bronnen die niet tot de canon behoren. Ik wil graag de tijd nemen om die eindelijk eens te lezen. Om af te sluiten wil ik u graag een citaat voorleggen uit een van uw optredens die ik op YouTube bekeek: '80 procent van onze energie gaat verloren door te kijken.' Benfquih: Ah, dat komt van mijn onnavolgbare kundalini yogalerares Mona Ahmed. Ze bedoelt daarmee vooral: je ogen sluiten helpt voor een innerlijke focus. Ik vraag het soms aan mijn publiek, maar altijd vrijblijvend, om nog meer in het poëtische moment te kunnen komen. Maar om te schrijven of te schilderen is net dat kijken zo cruciaal, toch? Benfquih: Ja, ik hou heel erg van kijken, van het beeldende. Sinds twee jaar teken ik weer. Op termijn zie ik mezelf wegdrijven van de taal en me toeleggen op het beeldende, voorlopig bestaat veel van mijn taal uit beelden. De processen zijn ook erg parallel. Hoe je in het tekenen net als in het schrijven voorbij de anekdotiek moet kijken en proberen een essentie te vatten. Maar soms doet het deugd je ogen te sluiten. En je terug te trekken? Benfquih: Ja, heel even niets moeten. Om daarna verder te gaan.