Y. is de dochter van een Vlaamse moeder en Marokkaanse vader. In haar studententijd, bijna twintig jaar geleden, werd ze verkracht door een man die na haar avondshift in het café waar ze werkte met haar meeging naar haar kot om een joint te roken. Vandaag, op haar 37e, kan ze er met anderen over praten. 'Pas een jaar of vijf geleden ben ik dit echt serieus gaan nemen. Ik kon niet anders meer', vertelt ze.
...

Y. is de dochter van een Vlaamse moeder en Marokkaanse vader. In haar studententijd, bijna twintig jaar geleden, werd ze verkracht door een man die na haar avondshift in het café waar ze werkte met haar meeging naar haar kot om een joint te roken. Vandaag, op haar 37e, kan ze er met anderen over praten. 'Pas een jaar of vijf geleden ben ik dit echt serieus gaan nemen. Ik kon niet anders meer', vertelt ze. Om haar studie te betalen, is Y. aan de slag als afwasser in cocktailbar College in Leuven. Aan het eind van de avond raakt ze buiten het café aan de praat met een man. Uiteindelijk wandelt hij met haar mee naar haar kot. 'Er zijn veel hiaten in mijn herinneringen. Een trauma wordt niet chronologisch maar fragmentarisch opgeslagen. Maar ik herinner me nog perfect zijn gezicht. En toen hij meewandelde, dacht ik al: liever niet. Maar ik ben iemand die andere mensen wil vertrouwen. Daarom is wat nadien is gebeurd nog niet mijn schuld.' Op haar kot rookt de man wat. Ze zegt hem duidelijk dat ze geen seks wil, legt voor hem een matras op de grond en gaat slapen. Wanneer ze wakker wordt, ligt hij boven op haar. Hij is haar aan het verkrachten. Wie Y. vandaag ontmoet, ziet iemand met veel talenten. Ze werkt als hulpverlener en daarnaast zingt ze, speelt ze gitaar en toneel en treedt ze op als spokenwordartieste, met zelfgeschreven teksten over racisme of de zoektocht naar haar identiteit. Ook over haar verkrachting schreef ze recent een spokenwordgedicht. Ze is er nog niet mee naar buiten getreden, maar draagt het in een soort privévoorstelling aan me voor in het Brusselse park waar ik met haar heb afgesproken. De tekst is opgevat als een brief waarin ze haar twintig jaar jongere zelf toespreekt. Een passage: 'De dag erna is hij nog teruggekomen met een brief', zegt Y. 'Het was bijna een liefdesverklaring en ik dacht: what the fuck? Die man heeft totaal geen idee van wat hij mij heeft aangedaan.' Y. wordt daarna twee keer negen maanden opgenomen in psychiatrische instellingen, eerst in Duffel, daarna in Kortenberg. 'Tot voor kort had ik nooit het verband gelegd tussen de verkrachting en mijn opnames, ook omdat ik een kind ben van ouders met psychische problemen. Het leven is voor mijn zus en mij nooit makkelijk geweest. Aan het begin van mijn studententijd leefden mijn ouders tijdelijk gescheiden. Maar mama had zowel fysieke als psychische beperkingen. Mijn zus en ik moesten ervoor zorgen dat ze at, haar medicatie nam, gewassen werd. In die context is de verkrachting gebeurd. Daarom heb ik de feiten weggeduwd en er met niemand over gesproken, zelfs niet met mijn zus, die voor mij de belangrijkste persoon in de wereld is. Maar ik werd depressief en haatte mezelf. Ik begon opnieuw aan zelfverminking en andere destructieve coping te doen. Die dingen had ik vroeger ook al gedaan, maar ik was ermee gestopt.' Haar psychische problemen liggen intussen al lang achter haar, maar het trauma van de verkrachting bleef haar achtervolgen, tot ze er jaren later bijna letterlijk tegenaan botste. 'Vijftien jaar later zag ik hem toevallig, in het voorbijfietsen, in Leuven op een bankje zitten. Toen pas begon ik te beseffen wat voor een impact de verkrachting heeft gehad.' De confrontatie met de dader, zo veel jaren later, viel Y. erg zwaar. 'En dan komt de vraag: wat kan en wat moet ik hiermee? Ik heb nu pas, twintig jaar later, de woorden gevonden om het te benoemen. Maar om een klacht in te dienen is het te laat. Die verjaringstermijn van tien jaar bij een verkrachting: dat moet stoppen. Sowieso is de politie voor mij nooit een veilige omgeving geweest. Ik ben een Marokkaanse, en mijn papa heeft me te veel verhalen verteld over hoe de politie hem onrechtvaardig behandelde. En toch wou ik dat ik wél een klacht had ingediend, want wie weet heeft die man hetzelfde nog met anderen gedaan. Daar zit ik mee.' Y. heeft contact opgenomen met slachtofferhulp maar voelt dat ze specifieke en meer intensieve therapie nodig heeft. 'Ik word de laatste tijd vaak sterk getriggerd. Onlangs werd ik seksueel geïntimideerd op de trein. Dan lijkt het alsof die verkrachting iets van gisteren is. Ik wil door de pijn heen gaan en er niet langer omheen draaien. Nu is het een open wonde. Ik hoop dat het ooit een litteken wordt dat herinnert aan oude pijn.' Ook de vele recente berichten over studentes die worden aangerand of verkracht in het nachtleven maken haar opstandig en verdrietig. 'We leven in een verkrachtingscultuur. Op allerlei manieren beschermen wij mannen, zodat ze kunnen blijven doen wat ze doen. Als mensen zeggen dat ze niets hebben gemerkt, in verband met Bart De Pauw of anderen, denk ik: jullie hebben niet gekeken. Het interesseert jullie gewoon niet. Geloof vrouwen. Geloof overlevers. Ik heb geen enkele vriendin die geen seksuele intimidatie of seksueel geweld heeft meegemaakt. Vrouwen dragen het doorgaans in stilte. Maar dat verdoken leed is in alle opzichten een grote kostenpost voor de samenleving. Voed mensen toch gewoon op. Leer jongens dat ze grenzen moeten respecteren, in plaats van vrouwen te zeggen hoe ze zich moeten kleden, ze op zelfverdedigingscursus te sturen, of ze op andere manieren weerbaar te proberen maken.'