Op 14 februari van dit jaar trok Benjamin Griveaux zich terug als kandidaat-burgemeester van Parijs na de verspreiding - tegen zijn wil - van seksueel getinte berichten en videobeelden die hij met een hiermee instemmende partner had uitgewisseld.

We kunnen uiteraard alleen maar betreuren dat de verkiezingscampagne in de Franse hoofdstad werd verstoord door informatie over het privéleven van een kandidaat die op geen enkele manier verband hield met het mandaat dat hij ambieerde, maar dit atypische geval van wraakporno of revenge porn (de verspreiding van seksueel getinte inhoud zonder de toestemming van de betrokkene) heeft wel de verdienste dat het fenomeen nu alle aandacht krijgt. Het thema werd ook behandeld in de Vier-reeks 'Help, mijn borsten staan online'.

Wraakporno: beter voorkomen dan genezen.

Het specifieke geval uit Parijs is atypisch: het slachtoffer is een volwassen man en de dader beroept zich op politiek-artistieke motieven (die op zijn minst discutabel zijn). Uit de - helaas al te schaarse - gegevens waarover we beschikken, blijkt namelijk dat de slachtoffers van dit soort geweld voor het merendeel vrouwen zijn (90 tot 95% van de gevallen volgens de voorbereidende documenten voor de Belgische en Franse wetgeving die rond dit thema wordt opgesteld) en zelfs zeer jonge vrouwen. In een resolutie van 2018 over maatregelen ter voorkoming en bestrijding van pesterijen en seksuele intimidatie, liet het Europees Parlement zelfs optekenen 'dat in het kader van het wijdverspreide gebruik van online- en sociale media naar schatting een op de tien meisjes al een vorm van cybergeweld had ervaren toen zij de leeftijd van 15 jaar bereikte'. De meeste mensen die zich over het thema uitspreken, zijn het er dan ook over eens dat het een fenomeen is dat een bijzonder zware impact op tienermeisjes heeft. Canada, een van de eerste landen die werk maakten van een specifieke wetgeving op dit vlak, kwam trouwens in actie na de zelfdoding van twee tienermeisjes.

Wetgeving in de steigers

Toevallig werkt de Belgische wetgever net op dit moment - en tot nader order in de grootste discretie - aan een tekst om daders van wraakporno zwaardere straffen op te leggen. De tekst, die ter bespreking voorligt in het parlement, legt de daders een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar op, en voorziet in een specifieke procedure die een snelle verwijdering van de gewraakte beelden mogelijk moet maken. Daarnaast wordt een specifieke inbreukprocedure in het leven geroepen tegen tussenpersonen (platforms, operatoren of websitebeheerders) die geen gevolg geven aan het bevel tot verwijdering van de beelden.

We kunnen dit initiatief alleen maar toejuichen, net als de belangstelling die het kreeg van verschillende politieke partijen die tot de technische verbetering van de ingediende tekst bijdroegen, vooral met betrekking tot de aspecten inzake tussenpersonen. De tekst stelt specifieke maatregelen voor indien het slachtoffer minderjarig is. Daar staat echter tegenover dat de strafsanctie voor de dader sowieso voor volwassen daders bedacht is. Deze tekst zal dus nooit volstaan om de verspreiding van dit fenomeen onder adolescenten doeltreffend tegen te gaan.

Opvoeden om te voorkomen

Het onderwijs blijft ontegensprekelijk het voornaamste instrument om op een doeltreffende manier de strijd aan te binden met deze vormen van geweld waarvan de minderjarige daders de gevolgen niet schijnen te overzien. Onder adolescenten lijkt revenge porn gewoon een zoveelste vorm van onlinepestgedrag waaronder vooral jonge meisjes te lijden hebben.

In de hierboven vermelde resolutie verzoekt het Europees Parlement bijgevolg om "[...] het fenomeen van cyberpesten op te nemen in de onderwijsprogramma's van scholen en universiteiten, [...] teneinde pesterijen en seksuele intimidatie te bestrijden en jongeren als toekomstige burgers van de EU meer te doen stilstaan bij de noodzaak van een gelijkere behandeling van vrouwen en mannen en respect voor vrouwen."

In het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ging de invoering van specifieke wetten rond dit thema overigens gepaard met een grootschalige communicatiecampagne in de scholen om jongeren bewust te maken van de schade die hun gebruik van de sociale netwerken kan veroorzaken.

Dat wraakporno plots het Franse politieke leven verstoort, kan een kans zijn om het moeilijke thema in de Belgische klaslokalen aan te snijden, maar dan moeten we er wel voor zorgen dat onze leerkrachten beslagen op het ijs komen. Alleen zo kunnen we voorkomen dat de boodschap die wordt meegegeven ervoor zorgt dat slachtoffers nog meer worden geculpabiliseerd en dat meisjes het legitieme recht wordt ontnomen om in de virtuele wereld aanwezig te zijn (zogenaamd om hen te beschermen). Het zijn de potentiële daders die moeten worden opgevoed, niet hun slachtoffers.

Nathalie François is lid van de Vrijdaggroep en jurist gespecialiseerd in publiek recht. Ze werkt als manager bij een adviesbureau met expertise op het gebied van sociale bescherming in Parijs.

Op 14 februari van dit jaar trok Benjamin Griveaux zich terug als kandidaat-burgemeester van Parijs na de verspreiding - tegen zijn wil - van seksueel getinte berichten en videobeelden die hij met een hiermee instemmende partner had uitgewisseld.We kunnen uiteraard alleen maar betreuren dat de verkiezingscampagne in de Franse hoofdstad werd verstoord door informatie over het privéleven van een kandidaat die op geen enkele manier verband hield met het mandaat dat hij ambieerde, maar dit atypische geval van wraakporno of revenge porn (de verspreiding van seksueel getinte inhoud zonder de toestemming van de betrokkene) heeft wel de verdienste dat het fenomeen nu alle aandacht krijgt. Het thema werd ook behandeld in de Vier-reeks 'Help, mijn borsten staan online'. Het specifieke geval uit Parijs is atypisch: het slachtoffer is een volwassen man en de dader beroept zich op politiek-artistieke motieven (die op zijn minst discutabel zijn). Uit de - helaas al te schaarse - gegevens waarover we beschikken, blijkt namelijk dat de slachtoffers van dit soort geweld voor het merendeel vrouwen zijn (90 tot 95% van de gevallen volgens de voorbereidende documenten voor de Belgische en Franse wetgeving die rond dit thema wordt opgesteld) en zelfs zeer jonge vrouwen. In een resolutie van 2018 over maatregelen ter voorkoming en bestrijding van pesterijen en seksuele intimidatie, liet het Europees Parlement zelfs optekenen 'dat in het kader van het wijdverspreide gebruik van online- en sociale media naar schatting een op de tien meisjes al een vorm van cybergeweld had ervaren toen zij de leeftijd van 15 jaar bereikte'. De meeste mensen die zich over het thema uitspreken, zijn het er dan ook over eens dat het een fenomeen is dat een bijzonder zware impact op tienermeisjes heeft. Canada, een van de eerste landen die werk maakten van een specifieke wetgeving op dit vlak, kwam trouwens in actie na de zelfdoding van twee tienermeisjes.Toevallig werkt de Belgische wetgever net op dit moment - en tot nader order in de grootste discretie - aan een tekst om daders van wraakporno zwaardere straffen op te leggen. De tekst, die ter bespreking voorligt in het parlement, legt de daders een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar op, en voorziet in een specifieke procedure die een snelle verwijdering van de gewraakte beelden mogelijk moet maken. Daarnaast wordt een specifieke inbreukprocedure in het leven geroepen tegen tussenpersonen (platforms, operatoren of websitebeheerders) die geen gevolg geven aan het bevel tot verwijdering van de beelden.We kunnen dit initiatief alleen maar toejuichen, net als de belangstelling die het kreeg van verschillende politieke partijen die tot de technische verbetering van de ingediende tekst bijdroegen, vooral met betrekking tot de aspecten inzake tussenpersonen. De tekst stelt specifieke maatregelen voor indien het slachtoffer minderjarig is. Daar staat echter tegenover dat de strafsanctie voor de dader sowieso voor volwassen daders bedacht is. Deze tekst zal dus nooit volstaan om de verspreiding van dit fenomeen onder adolescenten doeltreffend tegen te gaan.Het onderwijs blijft ontegensprekelijk het voornaamste instrument om op een doeltreffende manier de strijd aan te binden met deze vormen van geweld waarvan de minderjarige daders de gevolgen niet schijnen te overzien. Onder adolescenten lijkt revenge porn gewoon een zoveelste vorm van onlinepestgedrag waaronder vooral jonge meisjes te lijden hebben. In de hierboven vermelde resolutie verzoekt het Europees Parlement bijgevolg om "[...] het fenomeen van cyberpesten op te nemen in de onderwijsprogramma's van scholen en universiteiten, [...] teneinde pesterijen en seksuele intimidatie te bestrijden en jongeren als toekomstige burgers van de EU meer te doen stilstaan bij de noodzaak van een gelijkere behandeling van vrouwen en mannen en respect voor vrouwen." In het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ging de invoering van specifieke wetten rond dit thema overigens gepaard met een grootschalige communicatiecampagne in de scholen om jongeren bewust te maken van de schade die hun gebruik van de sociale netwerken kan veroorzaken.Dat wraakporno plots het Franse politieke leven verstoort, kan een kans zijn om het moeilijke thema in de Belgische klaslokalen aan te snijden, maar dan moeten we er wel voor zorgen dat onze leerkrachten beslagen op het ijs komen. Alleen zo kunnen we voorkomen dat de boodschap die wordt meegegeven ervoor zorgt dat slachtoffers nog meer worden geculpabiliseerd en dat meisjes het legitieme recht wordt ontnomen om in de virtuele wereld aanwezig te zijn (zogenaamd om hen te beschermen). Het zijn de potentiële daders die moeten worden opgevoed, niet hun slachtoffers.Nathalie François is lid van de Vrijdaggroep en jurist gespecialiseerd in publiek recht. Ze werkt als manager bij een adviesbureau met expertise op het gebied van sociale bescherming in Parijs.