De coronacommissie in het Vlaams parlement organiseerde de voorbije weken tientallen hoorzittingen met experten en mensen uit de sector om te achterhalen hoe de Vlaamse regering de coronacrisis heeft aangepakt. De focus lag in deze eerste fase van de werkzaamheden op de woonzorgcentra, één van de beleidsdomeinen waarvoor Vlaams Welzijnsminister Wouter Beke de politieke verantwoordelijkheid draagt.

Dat de woonzorgcentra de crisis onvoorbereid in gingen en er gehavend uit kwamen, was op voorhand al duidelijk: bijna twee op de drie patiënten die overleden aan corona in Vlaanderen, kwam uit een rusthuis. De experten en het werkveld bevestigden de verhalen unisono. Net als ziekenhuizen, andere zorgvoorzieningen en bij uitbreiding de hele samenleving, kampten ook de woonzorgcentra met een tekort aan beschermingsmateriaal als mondmaskers en schorten.

Communicatie bijzonder stroef

De communicatie met de overheid verliep bij momenten bijzonder stroef en personeel en bewoners werden pas erg laat getest op het coronavirus, doordat ons land in het begin van de crisis met een tekort aan testmateriaal kampte.

'Op een bepaald moment lieten we medewerkers rondrijden om hier en daar ongebruikt testmateriaal op te halen en de restjes samen te rapen om noodlijdende voorzieningen alsnog van enkele tests te voorzien', getuigde Dirk Dewolf, de administrateur van het Agentschap Zorg en Gezondheid, vrijdag nog.

Ingewikkelde bevoegdheidsverdeling

Hoewel verschillende getuigen aanstipten dat de Vlaamse overheid zich duidelijk heeft ingespannen om de crisis te beheersen, maar dat bijvoorbeeld de ingewikkelde bevoegdheidsverdeling niet hielp, wezen hier en daar toch ook vingers in de richting van Beke.

Zo zei Pedro Facon, de voorzitter van de interministeriële conferentie Volksgezondheid, dat de federale werkgroep eind maart al aanbevelingen had opgesteld voor de woonzorgcentra, maar dat de regionale ministers daar niet van wilden weten. 'Hun antwoord was dat ze verkozen om alles zelf te coördineren. Ik vond dat jammer', klonk het.

Dat intussen duidelijk is geworden dat het contactonderzoek, één van de belangrijkste barrières tegen een tweede coronagolf, vierkant draait, helpt de minister ook niet vooruit. De oppositie schreeuwde vorige week nog moord en brand toen Beke in Commissie benadrukte dat er inderdaad sprake is van kinderziektes, maar dat er 'geen indicatie is op systematische problemen met de registratie van patiënten of het bereiken van risicocontacten'.

Onder meer SP.A'er Hannes Anaf, Groen-parlementslid Celia Groothedde, Lise Vandecasteele van PVDA en Vlaams Belanger Chris Janssens spaarden de minister de afgelopen weken niet.

Pittige vragen

In elk geval mag Beke zich straks vanaf 14 uur aan een paar pittige vragen verwachten. 'We zijn in de coronacommissie niet op zoek naar een persoonlijk verantwoordelijke, maar er is natuurlijk wel een politieke verantwoordelijkheid', verduidelijkte voorzitter Björn Rzoska zondag nog eens.

'Beke zal straks met stevige antwoorden moeten komen op de terechte vragen die hij zal krijgen uit het parlement. We zullen daarna bekijken of zijn politieke verantwoordelijkheid in het vizier komt. Maar een Vlaamse regering die uit ramen begint te klimmen op het moment dat ze kritiek krijgt, ik denk in elk geval niet dat dit de juiste insteek is op het moment dat de bevolking met zoveel terechte vragen zit.'

Oppositie ruikt bloed

De oppositie mag dan bloed ruiken, de oud-CD&V-voorzitter kan wel rekenen op de volle steun van zijn partij en van de Vlaamse regering. Vlaams minister-president Jan Jambon sprong al meermaals voor Beke in de bres. CD&V-voorzitter Joachim Coens, het partijbestuur en de Vlaamse fractie bevestigden begin vorige week nog het explicite vertrouwen in de minister om een Vlaams zorgplan uit te voeren.

Maandagvoormiddag vanaf 9 uur is het eerst nog de beurt aan Karine Moykens, de secretaris-generaal van het Departement Welzijn en het hoofd van de Vlaamse coronataskforce, om een beeld van de crisis te komen schetsen. Om 14 uur volgt Wouter Beke.

De coronacommissie in het Vlaams parlement organiseerde de voorbije weken tientallen hoorzittingen met experten en mensen uit de sector om te achterhalen hoe de Vlaamse regering de coronacrisis heeft aangepakt. De focus lag in deze eerste fase van de werkzaamheden op de woonzorgcentra, één van de beleidsdomeinen waarvoor Vlaams Welzijnsminister Wouter Beke de politieke verantwoordelijkheid draagt. Dat de woonzorgcentra de crisis onvoorbereid in gingen en er gehavend uit kwamen, was op voorhand al duidelijk: bijna twee op de drie patiënten die overleden aan corona in Vlaanderen, kwam uit een rusthuis. De experten en het werkveld bevestigden de verhalen unisono. Net als ziekenhuizen, andere zorgvoorzieningen en bij uitbreiding de hele samenleving, kampten ook de woonzorgcentra met een tekort aan beschermingsmateriaal als mondmaskers en schorten. De communicatie met de overheid verliep bij momenten bijzonder stroef en personeel en bewoners werden pas erg laat getest op het coronavirus, doordat ons land in het begin van de crisis met een tekort aan testmateriaal kampte. 'Op een bepaald moment lieten we medewerkers rondrijden om hier en daar ongebruikt testmateriaal op te halen en de restjes samen te rapen om noodlijdende voorzieningen alsnog van enkele tests te voorzien', getuigde Dirk Dewolf, de administrateur van het Agentschap Zorg en Gezondheid, vrijdag nog. Hoewel verschillende getuigen aanstipten dat de Vlaamse overheid zich duidelijk heeft ingespannen om de crisis te beheersen, maar dat bijvoorbeeld de ingewikkelde bevoegdheidsverdeling niet hielp, wezen hier en daar toch ook vingers in de richting van Beke. Zo zei Pedro Facon, de voorzitter van de interministeriële conferentie Volksgezondheid, dat de federale werkgroep eind maart al aanbevelingen had opgesteld voor de woonzorgcentra, maar dat de regionale ministers daar niet van wilden weten. 'Hun antwoord was dat ze verkozen om alles zelf te coördineren. Ik vond dat jammer', klonk het. Dat intussen duidelijk is geworden dat het contactonderzoek, één van de belangrijkste barrières tegen een tweede coronagolf, vierkant draait, helpt de minister ook niet vooruit. De oppositie schreeuwde vorige week nog moord en brand toen Beke in Commissie benadrukte dat er inderdaad sprake is van kinderziektes, maar dat er 'geen indicatie is op systematische problemen met de registratie van patiënten of het bereiken van risicocontacten'. Onder meer SP.A'er Hannes Anaf, Groen-parlementslid Celia Groothedde, Lise Vandecasteele van PVDA en Vlaams Belanger Chris Janssens spaarden de minister de afgelopen weken niet. In elk geval mag Beke zich straks vanaf 14 uur aan een paar pittige vragen verwachten. 'We zijn in de coronacommissie niet op zoek naar een persoonlijk verantwoordelijke, maar er is natuurlijk wel een politieke verantwoordelijkheid', verduidelijkte voorzitter Björn Rzoska zondag nog eens. 'Beke zal straks met stevige antwoorden moeten komen op de terechte vragen die hij zal krijgen uit het parlement. We zullen daarna bekijken of zijn politieke verantwoordelijkheid in het vizier komt. Maar een Vlaamse regering die uit ramen begint te klimmen op het moment dat ze kritiek krijgt, ik denk in elk geval niet dat dit de juiste insteek is op het moment dat de bevolking met zoveel terechte vragen zit.'De oppositie mag dan bloed ruiken, de oud-CD&V-voorzitter kan wel rekenen op de volle steun van zijn partij en van de Vlaamse regering. Vlaams minister-president Jan Jambon sprong al meermaals voor Beke in de bres. CD&V-voorzitter Joachim Coens, het partijbestuur en de Vlaamse fractie bevestigden begin vorige week nog het explicite vertrouwen in de minister om een Vlaams zorgplan uit te voeren. Maandagvoormiddag vanaf 9 uur is het eerst nog de beurt aan Karine Moykens, de secretaris-generaal van het Departement Welzijn en het hoofd van de Vlaamse coronataskforce, om een beeld van de crisis te komen schetsen. Om 14 uur volgt Wouter Beke.