De contactonderzoekers die mogelijk met corona besmette Belgen moeten opsporen om zo de verdere verspreiding van het virus aan banden te kunnen leggen zijn nu al enkele maanden aan de slag. Toch staat het systeem nog niet helemaal op punt, gaven patiënten en sector al aan. 'Af en toe glipt er iemand door de mazen van het net, of wordt iemand net te veel gebeld', geeft ook Joris Moonens van het Agentschap Zorg en Gezondheid toe.

Het klopt dat er een aantal kinderziektes is opgedoken, maar 'van systematische problemen van het registreren van of het contact opnemen met de risicocontacten is er geen indicatie', antwoordde Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) dinsdag op een vraag van Lise Vandecasteele (PVDA) in de Commissie Welzijn van het Vlaams parlement. 'De contactonderzoekers deden vorige week gemiddeld meer dan 200 telefoontjes per dag, wat resulteerde in meer dan 1.000 op te sporen contacten', aldus Beke, die wel toegaf dat 'verdere verbeteringen noodzakelijk zijn'.

Die zouden er de komende weken moeten komen. De federale overheid - die verantwoordelijk is voor het technisch beheer van de databank en het IT-platform waar de contactonderzoekers mee werken - plant de komende weken enkele belangrijke updates in, zei Beke. 'Daarmee worden de kinderziektes weggewerkt, is ons beloofd.' Op dit moment zijn er nog ongeveer 300 contactopspoorders actief in de Vlaamse callcenters. Dat aantal wordt nu verder afgebouwd naar een 150-tal zolang het aantal dagelijkse besmettingen dat toelaat, maar volgens Joris Moonens volstaat die bezetting voorlopig, ook met de lichte stijging in het aantal patiënten van de afgelopen dagen. Bovendien kan de capaciteit snel weer worden opgeschaald als dat nodig is, benadrukt Moonens.

De contactonderzoekers verzamelden vorige week 1.187 hoog- en laagrisicontacten. De gemiddelde patiënt geeft nu 4,5 contacten door. Een 'positieve evolutie' in vergelijking met de beginperiode van het contactonderzoek, 'maar het kan nog beter', aldus Moonens. Intussen rezen hier en daar ook vragen over de testcapaciteit, en of die voldoende groot is voor een mogelijke tweede grote golf van coronabesmettingen in het najaar. Beke zal daarover komende donderdag samenzitten met onder meer Vlaams minister-president Jan Jambon, federaal minister Philippe De Backer en Sciensano, zei hij in commissie, 'om te kijken wat de elementen zijn waar we nog verder in moeten versterken'.

De contactonderzoekers die mogelijk met corona besmette Belgen moeten opsporen om zo de verdere verspreiding van het virus aan banden te kunnen leggen zijn nu al enkele maanden aan de slag. Toch staat het systeem nog niet helemaal op punt, gaven patiënten en sector al aan. 'Af en toe glipt er iemand door de mazen van het net, of wordt iemand net te veel gebeld', geeft ook Joris Moonens van het Agentschap Zorg en Gezondheid toe. Het klopt dat er een aantal kinderziektes is opgedoken, maar 'van systematische problemen van het registreren van of het contact opnemen met de risicocontacten is er geen indicatie', antwoordde Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) dinsdag op een vraag van Lise Vandecasteele (PVDA) in de Commissie Welzijn van het Vlaams parlement. 'De contactonderzoekers deden vorige week gemiddeld meer dan 200 telefoontjes per dag, wat resulteerde in meer dan 1.000 op te sporen contacten', aldus Beke, die wel toegaf dat 'verdere verbeteringen noodzakelijk zijn'. Die zouden er de komende weken moeten komen. De federale overheid - die verantwoordelijk is voor het technisch beheer van de databank en het IT-platform waar de contactonderzoekers mee werken - plant de komende weken enkele belangrijke updates in, zei Beke. 'Daarmee worden de kinderziektes weggewerkt, is ons beloofd.' Op dit moment zijn er nog ongeveer 300 contactopspoorders actief in de Vlaamse callcenters. Dat aantal wordt nu verder afgebouwd naar een 150-tal zolang het aantal dagelijkse besmettingen dat toelaat, maar volgens Joris Moonens volstaat die bezetting voorlopig, ook met de lichte stijging in het aantal patiënten van de afgelopen dagen. Bovendien kan de capaciteit snel weer worden opgeschaald als dat nodig is, benadrukt Moonens. De contactonderzoekers verzamelden vorige week 1.187 hoog- en laagrisicontacten. De gemiddelde patiënt geeft nu 4,5 contacten door. Een 'positieve evolutie' in vergelijking met de beginperiode van het contactonderzoek, 'maar het kan nog beter', aldus Moonens. Intussen rezen hier en daar ook vragen over de testcapaciteit, en of die voldoende groot is voor een mogelijke tweede grote golf van coronabesmettingen in het najaar. Beke zal daarover komende donderdag samenzitten met onder meer Vlaams minister-president Jan Jambon, federaal minister Philippe De Backer en Sciensano, zei hij in commissie, 'om te kijken wat de elementen zijn waar we nog verder in moeten versterken'.