Zestien was hij. In de woonkamer van zijn huis in Desenzano del Garda, aan de oevers van het Italiaanse Gardameer, zat hij aan de tv gekluisterd. Het was 8 april 2007, paaszondag. In de straten van Meerbeke, meer dan duizend kilometer verderop, streden Alessandro Ballan en Leif Hoste om de overwinning in de 91e Ronde van Vlaanderen. Ballan won na een ultieme jump, Hoste nam zijn vaste stek in: alweer tweede, de blik op het asfalt gericht. In de achtergrond won Luca Paolini de spurt om de derde plek.
...

Zestien was hij. In de woonkamer van zijn huis in Desenzano del Garda, aan de oevers van het Italiaanse Gardameer, zat hij aan de tv gekluisterd. Het was 8 april 2007, paaszondag. In de straten van Meerbeke, meer dan duizend kilometer verderop, streden Alessandro Ballan en Leif Hoste om de overwinning in de 91e Ronde van Vlaanderen. Ballan won na een ultieme jump, Hoste nam zijn vaste stek in: alweer tweede, de blik op het asfalt gericht. In de achtergrond won Luca Paolini de spurt om de derde plek. In Desenzano del Garda ontvlamde een jongenshart. 'Toen ik Ballan de armen in de lucht zag gooien, werd ik overmand door emoties', zegt Sonny Colbrelli. 'Zoiets had ik nog nooit gevoeld.' Hij maakte een sprongetje, kwam heel even van de bank af en schreeuwde van puur geluk. 'Ik zei tegen mezelf: "Op een dag wil ik daar ook rijden en meestrijden voor de overwinning." De afwisseling van de bergjes en de kasseistroken, de massale belangstelling van de supporters, de historie: sinds die dag is Il Giro delle Fiandre mijn favoriete wedstrijd.' Elf jaar later heeft Colbrelli zijn jongensdroom bereikt. Hij is bijna 27 nu, en is een van de kanshebbers voor winst in de Ronde van Vlaanderen. Bij zijn eerste deelname, vorig jaar, werd hij meteen tiende. 'Het was afzien van begin tot eind, maar ik dacht de hele dag aan het gevoel dat ik bij de overwinning van Ballan had. Dat stuwde me vooruit. En het gejoel van de supporters, natuurlijk. Nog luider dan ik had verwacht.' Dit jaar mikt hij hoger. De ervaring en de kracht namen de voorbije maanden toe. Hij werd negende in Milaan-Sanremo en was een van de smaakmakers van het Belgische openingsweekend: achtste in de Omloop, derde in Kuurne-Brussel-Kuurne. 'Ik voel me sterker dan vorig jaar', zegt Colbrelli. 'Ik heb deze winter extra getraind op de specifieke inspanningen tijdens wedstrijden als de Omloop en de Ronde.' 'Hoe dan?' vraag ik. 'Veel interval. Blokjes van twee à drie minuten voluit bergop, en vijf minuten op vlakke kasseistroken.' 'Beschouw je jezelf als een mogelijke winnaar?' 'Ja. Als ik in deze topconditie blijf en als het wedstrijdverloop meezit, kan ik winnen. Mijn ideale scenario? In een kleine groep de laatste keer over de Oude Kwaremont raken, en van dan af is alles mogelijk. Als we met vier of vijf naar de streep gaan, maak ik een goede kans.' Ik vertel hem dat de laatste twee Italiaanse oud-winnaars van de Ronde, Andrea Tafi en Alessandro Ballan, me een vraag voor hem hebben toegestuurd. Tafi wilde weten in hoeverre de overwinning van ploegmaat Vincenzo Nibali in Sanremo de ploegtactiek voor de Ronde heeft veranderd. 'Niet', zegt Colbrelli. 'Vincenzo komt in eerste instantie nog altijd om de kasseien te verkennen voor de Tourrit naar Roubaix. Maar als hij me kan helpen in de finale, zoveel te beter.' We ontmoeten elkaar in een hotel bij het station in Kortrijk. Colbrelli ruikt naar massageolie, zijn blik is alert en open. Het is de dag voor de E3 Prijs Harelbeke. 'Ik heb er zin in', zegt hij. 'De bronchitis die me hinderde in de Tirreno-Adriatico is bijna verdwenen.' De truitjes, de volgauto's, de fietsen: Bahrain-Merida is een team met stijl. Rik Verbrugghe is een van de ploegleiders, maar Belgische renners heeft het team niet in de rangen. Nochtans zouden ze welkom zijn, ter ondersteuning van Colbrelli. 'In de Vlaamse klassiekers is de kracht van het team cruciaal', zegt hij. 'Dat besef ik ook. We hebben een goede selectie, maar er kan altijd nog versterking bij. Ik heb geprobeerd om enkele Belgische renners te overtuigen, maar dat is nog niet gelukt. Oliver Naesen van AG2R, die zou ik er het liefst bij hebben. Ik hou van zijn manier van koersen.' Ook al wordt hij straks 27, dit is pas Colbrelli's tweede seizoen op World Tour-niveau. Daarvoor was hij actief bij het kleine Italiaanse team Bardiani-CSF. 'Ik zat vast aan een langdurig contract, maar achteraf bekeken hebben die jaren op een lager niveau me goed gedaan. Ik kon er rustig groeien. Bahrain-Merida is natuurlijk een veel grotere en rijkere ploeg, dat merk je aan alles, maar toch voelt het als een familie. Zoals bij Bardiani.' En zoals aan de boorden van het Gardameer. Colbrelli is een familieman: om de zoveel weken post hij op Instagram een foto van zijn honden, twee kloeke mastiffs. Zijn vriendin Adelina pendelt het hele voorjaar tussen Vlaanderen en Italië, vader Federico en moeder Florelisa glommen van trots bij de start van de Omloop. Hun zoon in koerskledij, aangemoedigd door tientallen Belgen? Pazzo! 'Ze zijn apetrots, dat heb je goed gezien', lacht Colbrelli. 'Maar ze relativeren het ook. Toen ik als tiener vertelde dat ik wilde koersen, wisten ze niet veel van de sport af. Ze hebben hun hele leven in dezelfde fabriek gewerkt, ze maakten deurklinken, en verder dan een beetje wandelen aan het meer gaat hun sportieve ambitie niet.' Hij was een levendig kind, altijd buiten, altijd in beweging. Zwemmen in het meer, skiën in de winter, mountainbiken in de zomer. En voetbal, vanzelfsprekend. 'Zoals elke Italiaanse jongen, maar lang heeft het niet geduurd. Ik had al snel door dat mijn talenten ergens anders lagen. Tussen ons: ik vond het nogal saai.' Zijn eerste racefiets leek op de Belgische driekleur: een knalrood frame met geel opschrift ('Alan') en zwarte velgen. Een natuurtalent was hij niet, moet hij toegeven. 'Als kind had ik last van overgewicht, waardoor ik nog harder mijn best moest doen dan de anderen om in conditie te komen.' Toch won hij op zijn achtste al zijn eerste wedstrijd, in de bergen rond het Gardameer. 'Een korte tijdrit, ik gaf alles van begin tot einde. Ik had eerst niet eens door dat ik had gewonnen.' De poster op zijn jongenskamer zou iets profetisch krijgen. 'Tom Boonen!' zegt hij grijnzend. 'Zoals die over de kasseien en de bergjes vloog! Ik zat er met open mond naar te kijken.' Met Boonen deelt Colbrelli een voorliefde voor vierwielers. Hij studeerde mechanica, sleutelde eerst aan auto's en pas dan aan zijn carrière. 'Ik ging niet graag naar school en koos al snel voor een meer praktijkgerichte opleiding. Aan oude auto's werken leek me wel wat. Na de middelbare school kon ik meteen aan de slag in een garage in de buurt. 's Ochtends lag ik onder een chassis, 's middags ging ik trainen.' Dat regime hield hij een jaar vol. Tot hij als amateur steeds meer wedstrijden begon te winnen en de jongensdroom binnen handbereik kwam. 'Mijn pa zei dat ik moest kiezen: ofwel stopte ik met koersen en ging ik voltijds in de garage werken, ofwel zette ik alles op de fiets en probeerde ik het als prof. Dat laatste leek me toch iets aantrekkelijker. Maar als het niet gelukt was, werkte ik waarschijnlijk nog altijd in die garage.' Colbrelli sloeg zijn vleugels uit. Leven en erelijst stegen boven de grenzen van provincie, regio en land uit. Hij won de Ronde van de Apennijnen, de Memorial Marco Pantani en de Coppa Sabatini in 2014, de Ronde van de Limousin in 2015, de Grote Prijs van Lugano in 2016. Dat jaar maakte ook het grote publiek voor het eerst kennis met de zachtaardige Italiaan. In Milaan-Sanremo sprintte hij naar de negende plaats, en na de Amstel Gold Race stond hij lachend op het podium: derde. 'Die dag was een keerpunt in mijn leven', zegt Colbrelli. 'Ik voelde voor het eerst dat ik met de grote jongens meekon, en dat de wedstrijden in België en Nederland me lagen.' In 2017 volgde de grote doorbraak. In Parijs-Nice won hij een rit, in de E3 Prijs Harelbeke werd hij zevende, in de Ronde van Vlaanderen tiende, in de Amstel Gold Race negende, en als apotheose van een sterk voorjaar won hij de Brabantse Pijl. In de herfst schreef hij nog de Coppa Bernocchi, een Italiaanse semiklassieker, bij op zijn erelijst. 'Vorig jaar ging het uitstekend, ja. Ik was ontzettend gelukkig met mijn resultaten. En toch probeer ik het dit jaar nog beter te doen.' Met onder meer Matteo Trentin en Gianni Moscon maakt Sonny Colbrelli deel uit van een nieuwe generatie Italianen die voluit op de klassieke voorjaarskoersen mikt (zie kader). Sinds de jaren 1990 en 2000 was de spoeling dun. Filippo Pozzato, ja. Maar achter hem? Het zwarte gat. 'In Italië zeggen we over koersen in Vlaanderen: lo ami o lo odi', zegt Colbrelli. 'Je houdt ervan of je haat het, er is geen middenweg. De voorbije tien jaar waren er kennelijk weinig jonge renners die ervan hielden. De meesten legden zich toe op het rondewerk. We zijn nog altijd niet met veel, maar het begint stilaan weer te kantelen.' Moreno Argentin, Gianni Bugno, Michele Bartoli, Guanluca Bortolami, Andrea Tafi, Alessandro Ballan: rond alle Italiaanse Rondewinnaars van de voorbije dertig jaar hangt een indringende dopinggeur. Sommigen van hen werden betrapt en geschorst. 'Ik weet het', zegt Colbrelli. 'Maar in elk land kun je wel een lijst opmaken van betrapte of verdachte renners, jammer genoeg. In Italië zijn er te veel middelmatige renners geweest die bij een topteam tekenden en ineens hun toevlucht namen tot verboden middelen om aan de top te blijven meedraaien. Zulke types hebben niets van deze sport begrepen, nulla.' Ironisch genoeg deelt hij zijn bijnaam, Il Cobra, met Ricardo Ricco, levenslang geschorst na een reeks dopingschandalen. Anders dan Ricco is Colbrelli heel geliefd in Vlaanderen. Voor, tijdens en na wedstrijden wordt hij met open armen onthaald. Zijn populariteit is snel uitgelegd. Colbrelli heeft charisma, is sympathiek en bereikbaar, en - niet onbelangrijk - zijn naam roept beelden van palmbomen en glamourvrouwen op. Proef die lettergrepen: Sonny Colbrelli. 'Mijn vader was een grote fan van Miami Vice, de politiereeks uit de jaren tachtig', zegt Colbrelli. 'Hij heeft me vernoemd naar het hoofdpersonage, James 'Sonny' Crockett, gespeeld door Don Johnson. Af en toe zet ik eens een aflevering op. Ik ben een fan, maar toch minder dan mijn vader.' Hij houdt van bergwandelingen en trekt na het seizoen steevast naar eilanden voor de Afrikaanse kust. Zanzibar of Madagaskar - zolang de namen maar even zangerig klinken als de zijne. Zijn vriendin houdt van opera maar Colbrelli zul je sneller in een disco dan in een bonbonnière vinden. 'Ik zal ooit weleens meegaan met Adelina, maar nu nog even niet. Laten we zeggen dat ik voorlopig liever naar iets commerciëlere muziek luister.' Tijd om afscheid te nemen. De renner moet rusten. Ik zeg nog dat Alessandro Ballan wil weten hoeveel Colbrelli ervoor over heeft om hem in zijn team te hebben, komende zondag. 'Voor een goede Ballan? Veel', lacht hij. 'Waar moet ik tekenen?'