Er rijden geen Belgen in de formule 1, maar aan Belgische genen is er geen gebrek in de paddock. Drie F1-rijders hebben een Belgische moeder: Max Verstappen, Lance Stroll en Lando Norris. En nu is er Maya Weug. Ze heeft een Nederlandse vader, een Belgische moeder, is opgegroeid in Spanje en tegenwoordig bivakkeert ze in Maranello, Midden-Italië.
...

Er rijden geen Belgen in de formule 1, maar aan Belgische genen is er geen gebrek in de paddock. Drie F1-rijders hebben een Belgische moeder: Max Verstappen, Lance Stroll en Lando Norris. En nu is er Maya Weug. Ze heeft een Nederlandse vader, een Belgische moeder, is opgegroeid in Spanje en tegenwoordig bivakkeert ze in Maranello, Midden-Italië. Elke racefan weet waar Maranello voor staat: het is de geboorteplaats van Enzo Ferrari en zijn mythische automerk. Weug leert het vak aan de Ferrari Driver Academy, als eerste en enige vrouw. Van de negentien alumni van die racersacademie zijn er al vijf in de F1 geraakt. Weug wil de zesde worden. De laatste vrouw die deelnam aan een officiële F1-race was de Italiaanse Lella Lombardi, in 1976. 'Natuurlijk droom ik ervan om haar op te volgen', zegt Weug. 'Maar als het mij niet lukt, dan iemand anders. De tijd is er rijp voor.' Weug kwam bij Ferrari terecht door Girls on Track te winnen, een talentenjacht georganiseerd door de Internationale Automobielfederatie (FIA). 'Girls on Track was een genadeloze afvalrace, het heftigste wat ik ooit heb meegemaakt', zegt ze. 'Met twintig meisjes begonnen we aan een kartingstage, waarna er twaalf afvielen. De anderen moesten zich bewijzen in formule 4- auto's, indrukwekkende machines waar niemand van ons ervaring mee had. Samen met twee Braziliaanse meisjes en een Française werd ik tot de finale toegelaten: we mochten een week meedraaien op de academie van Ferrari in Maranello, waar alles zo mooi en groots is. Ik leerde die week enorm veel - voor mijn gevoel had ik daarmee de prijs al binnen. De vijf seconden voor ze de winnaar bekendmaakten waren de langste van mijn leven. En dat euforische gevoel toen bleek dat ik de gelukkige was... Onwerkelijk.' Wat mag de leek zich voorstellen bij de Ferrari Driver Academy? Maya Weug: Het is een allesomvattende opleiding tot professioneel racer. Ik volg workshops over motorafstelling en aerodynamica. Niet van de poes, maar als racer kun je niet anders. Je moet begrijpen waarom een auto reageert zoals hij reageert. Daarnaast zijn er fysieke trainingen, mentale trainingen, mediatraining, lessen Italiaans... Het leukste zijn natuurlijk de racesessies. Die gaan verder dan wat rondjes rijden. We moeten voortdurend nagaan waar de afstelling van de auto beter kan. Dat detailwerk ligt niet alle racers, maar ik hou ervan. Het moet me klaarstomen voor het Italiaanse F4-kampioenschap, dat dit weekend begint in Frankrijk. Toen je tekende bij Ferrari werd je geïnterviewd door de NOS. Je sprak met een Nederlands accent. Vandaag hoor ik West-Vlaamse klanken. Weug: Ik kan switchen. (lacht) Mijn moeder komt van Kortrijk, mijn vader van Nederland. Ze hebben elkaar leren kennen aan een Engelse universiteit en zijn naar Spanje uitgeweken. Ik ben opgegroeid aan de Costa Blanca. Mijn thuis is in Spanje, maar vakanties spendeer ik meestal in België, al is het door de coronacrisis lang geleden dat ik opa en oma heb bezocht. Ik kom niet uit een typische racersfamilie. Mijn vader kartte voor het plezier. O ja, en mijn oma deed aan rallyrijden. Dat lijkt anders een eerder zeldzame hobby onder grootmoeders. Weug: Misschien. (lacht) En toch is het allemaal heel toevallig gegaan. Ik stond aan de kant van het circuit toen mijn vader kartte. Hij merkte dat ik geboeid toekeek en op mijn zevende kreeg ik een kart. Sindsdien ben ik niet meer gestopt. Je ouders moeten over stalen zenuwen beschikken, met hun zevenjarige die in een kart ronddenderde. Hoe snel gaat zo'n ding? Weug: 50, 60 kilometer per uur. Zeven jaar klinkt voor mij ook best jong, nu ik erop terugkijk. (lacht) Gelukkig durfden mijn ouders het aan, want die ervaring is waardevol. Als ik een paar jaar later was begonnen, zat ik nu niet bij Ferrari. Mijn ouders gaven me de kans om te ontdekken waar mijn grenzen lagen, ze hebben mijn keuze nooit ter discussie gesteld. In het begin ga je sowieso vrij traag. Eigenlijk is dát de gevaarlijke fase, omdat je nog niet de volledige controle over die kart hebt. Ik oefende zo veel ik kon. Ieder vrij moment zat ik in mijn kart, ze moesten me van het circuit sleuren. Ik vond het zo fijn om te merken dat ik beter en beter werd. De snelheid, de adrenaline... Het was liefde op het eerste gezicht. Bovendien ben ik heel competitief. Zodra ik tegen anderen kon racen, was ik helemaal verkocht. Ben je nooit bang? Weug: Niet als ik zelf rij. Dan ben ik zo gefocust op presteren dat er geen ruimte is voor andere gedachten. Je wilt niet crashen, hè. Niet vanwege het crashen zelf, maar omdat je dan stilstaat. (lacht) Pas wanneer je naast het circuit staat, dringt tot je door hoe verdomd snel er gereden wordt. Maar echte angst? Nee, dat nu ook weer niet. Mijn sterke punt als racer is dat ik nadenk voor ik handel en tóch snel blijf. Wie er wild invliegt, gaat vroeg of laat uit de bocht. Mij zal het niet snel overkomen. Dat kalme, dat je bijvoorbeeld ook ziet bij Ferrari-rijder Charles Leclerc, heb ik van nature. Snel racen is het mooiste gevoel dat er bestaat. Ik kan zó genieten van de perfecte bocht! Het moment dat je instinctief weet: hier win ik tijd op anderen. Geweldig! Wanneer wist je dat een carrière als racer erin zat? Weug: In 2015 werd ik tweede in het Spaanse kartingkampioenschap. Ik was teleurgesteld, want had nipt niet gewonnen, maar dat resultaat was mijn visitekaartje. Ik leerde mensen kennen die mijn carrière op de rails zetten en mocht meedoen aan het WSK-kartingkampioenschap in Italië. Dat betekent internationaal racen tegen ijzersterke tegenstanders. Aan het eind van dat jaar won ik de WSK Final Cup. Toen besefte ik: dit zou wel eens mijn beroep kunnen worden. Ik heb er altijd van gedroomd om professioneel racer te worden, maar die droom leek onbereikbaar. Misschien maar goed ook, want ik voelde daardoor nooit veel druk. Ik ben stapje voor stapje gegroeid. Deze kans bij Ferrari is natuurlijk een reuzenstap. Ook omdat het zo'n mythisch merk is. Zoals iedere autoliefhebber ben ik gek op Ferrari. Je draagt een T-shirt in rosso corsa, het iconische dieprood dat al sinds de jaren 1920 Ferrari's kleurt. Weug: Ik heb van het team een paar officiële shirts gekregen. Normaal dragen we die alleen bij evenementen van Ferrari, maar als ik kon droeg ik ze iedere dag. Iets aan die kleur doet mensen omkijken. Heb je al contact gehad met het F1-team van Ferrari? Weug: Niet echt. Er lopen op Maranello natuurlijk ingenieurs van het F1-team rond, maar ik heb nog niet de kans gehad om met die mensen te spreken. Carlos Sainz jr., de teammaat van Leclerc, heb ik wel al ontmoet. Hij kwam langs in de finaleweek van Girls on Track. Hij is nieuw bij het team en het was toevallig zijn eerste dag. Hij voelde zich zelf nog een beetje onwennig, wat best grappig was. Hij vroeg me hoe het circuit erbij lag. Was je vroeger het enige meisje op de kartingbaan? Weug: Zelden het enige, maar we waren wel sterk in de minderheid. In een startveld van zestig karters had je drie meisjes of zo. Vandaag kantelt dat: meer en meer meisjes ontdekken de sport. Jongens vinden het allesbehalve leuk wanneer een meisje hen verslaat, heb ik gemerkt. Maar voor een echte racer is het sowieso verschrikkelijk om het onderspit te moeten delven, dus dat begrijp ik wel. Echt negatieve opmerkingen heb ik nog niet gehad. Dat ik een meisje ben, geeft voor mij ook geen extra druk. Zodra we onze helmen opzetten, zijn we allemaal hetzelfde. Ik hoop wel dat ik een rolmodel kan zijn voor andere meisjes. Zelf keek ik op naar vrouwelijke racers als de Spaanse Marta Garcia en de Nederlandse Beitske Visser. Zij toonden me dat geen enkel doel te hoog gegrepen is. Heb je eigenlijk al een rijbewijs? Weug: Ik ben nog maar zestien, nee dus. (lacht) In Spanje mag je op je achttiende examen doen, dus ik zal zorgen dat ik meteen geslaagd ben. Voetballers met een dubbele nationaliteit kiezen vaak hun nationale ploeg volgens het principe: welk deel van de familie zal het meest ontgoocheld zijn als ik niet voor hun land kies? Weet je al welke nationaliteit jij zult kiezen? Weug: Ik heb nog geen idee. Zowel de Nederlandse als de Belgische tak van mijn familie zou er geen probleem van maken. Ze zijn trots op me, no matter what. Het wordt een belangrijke beslissing, waarbij ik met heel wat factoren rekening zal moeten houden. Ik zal het doorspreken met mijn team en mijn familie. Gelukkig kan ik dat nog wel een paar jaar voor me uitschuiven. Ferrari heeft je een plaats gegeven in het Iron Dames-team in de Italiaanse F4. Het seizoen start dit weekend op het circuit van Paul Ricard, bij Marseille. Wat zijn je ambities? Weug: Ik wil veel leren. Het is een grote stap van karten naar eenzitters die 230 kilometer per uur halen en in de bochten enorme G-krachten op je lijf zetten. Maar de trainingen lopen bijzonder goed. Ik voel me op mijn gemak in de auto, dat is veel waard. Resultaten zijn uiteraard belangrijk, maar nog belangrijker is dat ik progressie maak: daar is het me dit jaar om te doen.