Het is al meer dan 40 jaar geleden dat James Lovelock zijn beruchte Gaia-hypothese op de mensheid losliet. Lovelock beargumenteerde dat we de aarde, met zijn levende en dode natuur, moeten benaderen als een levend en zelfregulerend organisme. Het leidde tot hoongelach. Richard Dawkins meende dat Lovelocks these in tegenspraak was met Darwins evolutietheorie. Ondertussen is duidelijk geworden dat Lovelocks theorie in sé nog niet zo gek was. Er is wel degelijk sprake van een wederzijdse feedback-loop tussen de biosfeer en ons klimaat.

Enter de ecologische catastrofe die zich op vandaag voltrekt in het Braziliaanse Amazonewoud. De Franse president Macron had het nog over 'ons huis dat in brand staat', terwijl anderen het dan weer hebben over het vergiftigen van 'onze eigen longen'. Met een oppervlakte van 6.9 miljoen vierkante kilometer en 10% van alle biomassa op onze planeet omvattend, staat het planetaire belang van het Amazonewoud buiten kijf.

Als Gaia ergens moet opduiken, is het hier wel. Het Amazonewoud werkt namelijk als een grote spons, die grote hoeveelheden CO2 opslaat en op die manier van cruciaal belang is voor het globale klimaat. De wouden produceren volgens recente studies ook 'invisible floating rivers of vapors', onzichtbare rivieren van waterdamp die ervoor gezorgd hebben dat de woestijnvorming in Zuid-Amerika nooit echt van de grond is gekomen.

Wordt in het Amazonewoud een straffeloze moord gepleegd op moeder natuur?

De Braziliaanse president Bolsonaro heeft echter lak aan Gaia. Zijn vocale steun aan de grootgrondbezitters en landeigenaars creëert een klimaat van wetteloosheid, waardoor de drang naar nieuw land voor veeteelt het haalt op milieubewustzijn. Bolsonaro doet de internationale reacties af als voorbijgestreefd Westers kolonialisme. 'De Amazone is van Brazilië, wij doen wat we willen', zo luidt het.

Hij gaf impliciet ook Macron een veeg uit de pan: 'een land had wel de onbeschaamdheid om het te hebben over onze Amazone. Ze willen een deel van onze Amazone voor henzelf en gebruiken hun kritiek om onze landbouw en economie te beschadigen.'

Spagaat in het internationaal recht

Bolsonaro's discours legt een steeds terugkerend spagaat in het internationaal recht bloot. Voor de Braziliaanse president, zelf een disbeliever wanneer het gaat over de door de mens veroorzaakte klimaatverandering, primeert de nationale soevereiniteit - inclusief het recht om te mikken op langdurige economische groei - op het recht van toekomstige generaties op een ongeschonden regenwoud en duurzaam klimaat.

Dat mag wraakroepend lijken maar juridisch bekeken heeft Bolsonaro misschien wel ergens een punt. Het beginsel van de 'permanente soevereiniteit over de natuurlijke rijkdommen' vormt inderdaad de hoeksteen van ons internationaal recht. Het beginsel gaat terug tot verschillende resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties uit de woelige jaren zestig, de tijd van de dekolonisatie. Het erkent de soevereine keuze van ieder land bij de ontwikkeling van zijn economische beleid. Hoewel de komst van vele internationale milieuverdragen de scherpe randjes van het soevereiniteitsbeginsel afvijlden, blijft de onderliggende boodschap nog sterk resoneren, vooral wanneer nieuwe milieuregels op de proppen komen.

Het beginsel staat bijvoorbeeld ook expliciet vermeld in een aantal baanbrekende milieuovereenkomsten, zoals het Biodiversiteitsverdrag uit 1992, en verklaart de halfslachtige bewoordingen in de klimaatakkoorden van de voorbije decennia.

Meest illustratief voor de moeizame manier waarop het internationaal recht omspringt met de natuurcrisis is het concept 'gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid'. Men zou namelijk geneigd zijn aan te nemen dat ook het Amazonewoud hiervoor moeiteloos in aanmerking zou komen. De credentials van het woud spreken voor zich. Een goede vijftig jaar nadat dit concept door de Maltese diplomaat Arvid Pardo was gelanceerd als instrument om onze ecologische commons beter te beschermen, is het echter enkel geoperationaliseerd voor de diepzeebodem. Die bevindt zich, in tegenstelling tot het Amazonewoud, ver buiten de nationale jurisdictie. Niet dat het veel verschil maakt. Ook voor de diepzeebodem zijn de voorbije jaren reeds tientallen vergunningen tot exploratie uitgereikt door de Internationale Zeebodemautoriteit. Ook hier overheerst met andere woorden het exploitatie-paradigma.

Ecocide

Dit betekent uiteraard niet dat het juridisch vogelvrij is verklaard. Delen van het Amazonewoud zijn beschermd onder Braziliaans recht. Maar meer dan de helft van het woud is niet aangeduid als beschermd gebied. Met alle gevolgen van dien voor de handhaving van de afgezwakte milieuregels, zeker in tijden van losgeslagen bezuinigingen en budget cuts.

Biodiversiteit en klimaat worden door recente internationale milieuverdragen sinds enkele decennia wél benaderd als een 'global concern'. Bovendien hebben alle landen volgens het internationaal gewoonterecht de verplichting hebben om ervoor te zorgen dat activiteiten op hun grondgebied geen significante schade veroorzaken aan het grondgebied van andere landen. Dit beginsel lijkt hier alvast geschonden.

Maar men moet met een vergrootglas zoeken naar internationale milieuverdragen die strakke én afdwingbare clausules bevatten voor de bedreigde natuur. Jarenlang onderhandelen resulteerde in compromisteksten. Er bestaat overigens niet zoiets als een internationale milieurechtbank, waar landen die het niet nauw nemen met hun milieuverplichtingen verplicht op het matje kunnen worden geroepen.

De Engelse advocate Polly Higgins, die eerder dit jaar is overleden, ijverde actief voor het criminaliseren van grootschalige natuurvernietiging en het verlies van ecosystemen. Ecocide zou - naast onder meer oorlogsmisdaden en genocide - als vijfde internationaal misdrijf moeten worden berecht volgens het Statuut van Rome bij het Internationaal Strafhof. In zo'n context zou Bolsonaro ter verantwoording worden geroepen door de rechters in Den Haag.

Het Westen heeft bovendien zelf boter op het hoofd: ook onze bedrijven werken mee aan een aantal schadelijke infrastructuurprojecten in het regenwoud, terwijl onze vraag naar soja en vlees mede aan de oorzaak ligt van de vele branden.

Het discours lijkt verleidelijk. Of deze laatste optie snel realiteit wordt, is nog maar de vraag. De beperkte populariteit van het Internationaal Strafhof op vandaag, doet weinig goeds verhopen. En de verdere uitwerking van het concept 'ecocide' behelst heel wat moeilijke vraagstukken. Wat indien de ontbossing deel uitmaakt van een ruimer economische model? Wie draagt de ultieme verantwoordelijkheid? De president, landeigenaren of de betrokken multinationals? Procedure-advocaten zouden er een vette kluif aan hebben.

Het Westen heeft bovendien zelf boter op het hoofd: ook onze bedrijven werken mee aan een aantal schadelijke infrastructuurprojecten in het regenwoud, terwijl onze vraag naar soja en vlees mede aan de oorzaak ligt van de vele branden. En wie zijn wij om de Brazilianen hun recht op verdere ontwikkeling te ontzeggen? Onze economische ontwikkeling gebeurde lange tijd evenzeer zonder enig respect voor de natuur. Tot op vandaag is er bij ons in Vlaanderen nog steeds sprake van significant natuurverlies: graslanden worden omgeploegd, moerassen gedraineerd en bossen gekapt, zelfs binnen beschermde natuurgebieden.

In een context van een geglobaliseerde economie, lijken economische sancties misschien meer potentieel te bezitten. Maar of een mogelijke niet-goedkeuring van het EU-Mercosur-handelsakkoord veel zoden aan de dijk zal brengen, is nog maar de vraag. Het akkoord zelf is namelijk gestoeld op de wankele premisse van een grootschalig landbouwmodel in Zuid-Amerika. Beter ware het geweest om handelsakkoorden te sluiten waarin de rechten van de natuur expliciet beschermd worden. Nu zijn er vooral de economische belangen van de bedrijven die worden gevrijwaard, wat leidt tot de creatie van kwalijke uitzonderingsrechtbanken exclusief gericht op de vrijwaring van bedrijfsbelangen.

Ook de toegevoegde waarde van het REDD+-programma (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation), waarbij bosrijke landen geld ontvangen van industrielanden voor het behouden van bos, is bediscussieerbaar. Ja, voor het principe valt zeker iets te zeggen, maar enkel als het result-based is en er netto-winsten uit worden gepuurd voor de natuur. Dat Noorwegen pas enkele weken terug besliste om zijn donaties aan het Amazon Fund definitief stop te zetten, doet vragen rijzen over de effectiviteit ervan.

Misschien zijn het wel de inheemse volkeren die ons, Westerlingen, zullen redden uit een zelfvernietigende spiraal van straffeloze ecocide.

Men zou haast vergeten dat er ook nog honderden inheemse volkeren woonachtig zijn in het reusachtige woud. Terwijl Bolsonaro zich langs de ene kant sterk afzet tegen Westers kolonialisme, aarzelt hij niet om Indianen van hun land te verdrijven wanneer ze projecten in de weg staan. Deze volkeren laten het hier niet bij. Ondanks toenemende intimidaties zoeken zij hun heil in juridisch verzet. Met groeiend succes, zoals in april 2019 nog in Ecuador in een zaak tegen enkele oliebedrijven die vergeefs een deel van een woud probeerden te ontwikkelen. In Colombia heeft het Hooggerechtshof zelf erkend dat het Amazonewoud intrinsieke rechten bezit.

Onderzoek toont overigens aan dat de natuur het veel beter doet in gebieden waar inheemse volkeren wonen. Het is heus géén toeval dat net inheemse volkeren meer en meer pleiten voor de juridische erkenning van de intrinsieke rechten van de natuur.

Misschien is het zinvol om een deel van de 20 miljoen euro die de G7 wil spenderen aan de ontbossing in het Amazonewoud hierop te richten?

Misschien zijn het wel de inheemse volkeren die ons, Westerlingen, zullen redden uit een zelfvernietigende spiraal van straffeloze ecocide. Zo behoeden zij ons misschien voor wat Lovelock destijds nog duidde als Gaia's weerwraak.