Een jaar geleden opende vlak bij het Brusselse Saincteletteplein het MigratieMuseumMigration (MMM) zijn deuren. Het initiatief van het bekende gemeenschapscentrum Foyer in Molenbeek lokt 100 tot 150 bezoekers per dag. 'De helft zijn scholieren en studenten, de rest vooral Brusselaars met een migratieachtergrond', zegt coördinator Arve Holmen.
...

Een jaar geleden opende vlak bij het Brusselse Saincteletteplein het MigratieMuseumMigration (MMM) zijn deuren. Het initiatief van het bekende gemeenschapscentrum Foyer in Molenbeek lokt 100 tot 150 bezoekers per dag. 'De helft zijn scholieren en studenten, de rest vooral Brusselaars met een migratieachtergrond', zegt coördinator Arve Holmen. Het museum beslaat drie ruimtes en heeft een fraaie stadstuin. Op de zolder trekt een beklemmende kunstinstallatie rond een scheepswrak uit Lampedusa de aandacht. De tentoonstelling bestaat voornamelijk uit vitrinekasten met getuigenissen, foto's en persoonlijke spullen. Marokkanen, Italianen, Turken, Spanjaarden, Congolezen, Polen, Roemenen, Ghanezen, Chilenen, Roma: alle verhalen illustreren hoe Brussel na de Tweede Wereldoorlog is veranderd in een superdiverse aankomststad, waar nu 60 procent van de bewoners een migratieachtergrond heeft. Aan de opening van MMM, het orgelpunt van 50 jaar Foyer, ging vier jaar voorbereiding vooraf. Het budget van 380.000 euro werd, afgezien van een bescheiden subsidie van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en een habbekrats uit een federale pot, integraal via sponsoring en mecenaat vergaard. Voor de werkingsmiddelen vroeg Foyer in februari bij de Brusselse minister-president Rudi Vervoort (PS) een subsidie van 210.000 euro aan. Tevergeefs: Foyer ontving zelfs geen ontvangstbevestiging. Dat mag merkwaardig heten, aangezien we in het Brusselse regeerakkoord van 2019 volgende intentieverklaring lezen: 'De Brusselse regering zal ieder project steunen voor de oprichting van een museum of museumruimte gewijd aan migratie.' Het bleef overigens niet bij een vage intentie. Minister-president Vervoort heeft inmiddels een werkgroep Migratiemuseum in het leven geroepen, die vorige week voor de tweede keer bijeenkwam. In het panel zitten kabinetsleden en vertegenwoordigers van de vluchtelingensector en etnisch- culturele organisaties, naast academici, onder wie de Belgisch-Congolese historicus Zana Etambala. Het museum, zo lezen we in het verslag van de startvergadering, moet fungeren als kenniscentrum rond migratie in een Brusselse context. Brusselaars met een migratieverleden krijgen er een gezicht en een stem, en er komt een ruimte voor artistieke producties. Een budget werd nog niet vrijgemaakt, en de timing blijft ongewis. Misschien komt het er nog van tijdens deze regeerperiode, vernemen we op het kabinet van Vervoort. Hoe dan ook, het ziet ernaar uit dat Brussel straks niet één maar twee migratiemusea telt. Dat migratiemuseum is een beetje het monster van Loch Ness van de hoofdstedelijke politiek. 'Alles begon in 1994 met een succesvolle tentoonstelling in het station van Schaarbeek', vertelt ULB-historica en migratiexpert Anne Morelli. 'Daaruit groeide het besef dat Brussel behoefte had aan een permanent museum, zoals dat in tal van grootsteden wereldwijd bestaat.' In 2003 leek het te gaan lukken. Er lag een inhoudelijk concept klaar, staatssecretaris Alain Hutchingson (PS) had een budget en een principeakkoord om het douanegebouw op de Tour&Taxis-site te verwerven. 'De Franse Gemeenschap zou de werkingsmiddelen op tafel leggen', zegt Morelli, die destijds haar schouders onder het project zette. 'Helaas heeft de toenmalige minister van Cultuur, Fadila Laanan (PS), voorrang gegeven aan een ander Brussels project, het Marokkaanse cultuurcentrum Espace Magh.' Ook latere pogingen bleven zonder resultaat. Het terrein lag dus braak toen Foyer in 2016 in het gat dook. Ziet Rudi Vervoort het MMM als een hypotheek voor zijn eigen plannen? Niks van aan, zeggen ze op zijn kabinet. Het MMM wordt een interessant initiatief genoemd, reden waarom Foyer-directeur Loredana Marchi in de nieuwe werkgroep Migratiemuseum werd opgenomen. Over de onbeantwoorde subsidieaanvraag ontvingen we een ontwijkend antwoord. De kabinetsadviseur verklaarde geen weet te hebben van het document dat Knack kon inkijken. Marchi heeft gemengde gevoelens over haar lidmaatschap van de gewestelijke werkgroep. 'Fijn dat ze geïnteresseerd zijn in onze ideeën en expertise', zegt ze. 'Maar ik zou liever zien dat ons harde werk echt wordt erkend. Een vaste medewerker subsidiëren, dat kan toch niet te veel gevraagd zijn?' Marchi vermoedt dat het schoentje op verschillende plaatsen knelt. Foyer is en blijft een Vlaamse organisatie, geen detail in Brussel, waar voorbeelden van bicommunautaire culturele samenwerking schaars zijn. Als PS-politicus wil Vervoort bovendien controle over het project. Het is geen toeval dat Morelli, die een PVDA-stempel heeft, schittert door afwezigheid in zijn werkgroep. Maar de voornaamste reden om MMM niet als officieel migratiemuseum te erkennen, ligt wellicht nog elders: Brussel wil een prestigieus museum. Tour&Taxis is geen optie meer, maar Vervoort liet in februari doorschemeren dat het Klein Kasteeltje in aanmerking komt. Dat wordt binnenkort door Fedasil ontruimd. 'Wat is prestige?' vraagt Marchi retorisch. 'Voor ons is dat geen gebouw, maar wel ons participatieve karakter en onze toegankelijkheid. Na een jaar is het duidelijk dat we een reële behoefte invullen. Heel wat jongeren kennen de migratiegeschiedenis van hun ouders en grootouders niet meer. Ze worden hier emotioneel geraakt, dat merken we telkens weer tijdens de nabespreking in onze aula.' Toch staat Vervoort niet alleen met zijn scepsis over MMM. Ahmed Mouhssin, Brussels Parlementslid voor regeringspartij Ecolo en gemeenteraadslid in Sint-Joost, noemt het Foyer-initiatief pedagogisch verdienstelijk. 'Maar het beantwoordt absoluut niet aan de ambities. Een stad als Brussel heeft een museum met allure nodig, in een herkenbaar gebouw op een centrale plaats.' Mouhssin denkt daarbij aan de Espace Rogier, die toevallig op het grondgebied van Sint-Joost ligt. '3000 vierkante meter tentoonstellingsruimte', prijst hij aan. 'Budgettair veel realistischer dan het Klein Kasteeltje.' Ook VUB-hoogleraar urbanisme Eric Corijn, die in 2003 betrokken was bij het mislukte museumproject, ziet het groots. 'Met alle respect, maar MMM is veeleer een tentoonstelling dan een museum. Brussel heeft meer nodig, al was het maar om de kandidatuur voor culturele hoofdstad van Europa 2030 kracht bij te zetten. Waarom geen architecturaal gebaar zoals de Gentse stadshal van Robbrecht en Daem? Voordeel is dat zo'n museum een hele buurt kan optillen, zoals trouwens de bedoeling is met KANAL, het nieuwe museum voor hedendaagse kunst aan het Saincteletteplein.' Pikant detail: KANAL-directeur Yves Goldstein, ex-kabinetschef van Rudi Vervoort, werkt nauw samen met het bescheiden MMM aan de overkant van het kanaal. Volgens Corijn hoeft Brussel niet per se twee migratiemusea te krijgen. 'Waarom koopt het gewest de Foyer niet uit? MMM is een ideaal vertrekpunt voor een echt museum, ze hebben een collectie, een visie en expertise.'