De eerste duizend dagen van een kind - de negen maanden voor de geboorte en de eerste twee levensjaren - zijn al uitvoerig onderzocht, net zoals hun impact op lange termijn. Het is essentieel dat kinderen in die periode niet alleen de juiste verzorging en voeding krijgen, maar ook voldoende prikkels. Anders betalen ze daar later een prijs voor, zowel in het onderwijs als op de arbeidsmarkt. De Amerikaanse econoom James Heckman, die in 2000 een Nobelprijs kreeg voor zijn onderzoek, bouwde een populaire theorie op die vaststelling. 'Investeren in projecten die kinderen in hun eerste levensjaren ondersteunen,' zegt hij, 'levert de overheid elk jaar een winst van 13 procent op.' Dat is het dubbele van een gemiddelde beursbelegging.
...

De eerste duizend dagen van een kind - de negen maanden voor de geboorte en de eerste twee levensjaren - zijn al uitvoerig onderzocht, net zoals hun impact op lange termijn. Het is essentieel dat kinderen in die periode niet alleen de juiste verzorging en voeding krijgen, maar ook voldoende prikkels. Anders betalen ze daar later een prijs voor, zowel in het onderwijs als op de arbeidsmarkt. De Amerikaanse econoom James Heckman, die in 2000 een Nobelprijs kreeg voor zijn onderzoek, bouwde een populaire theorie op die vaststelling. 'Investeren in projecten die kinderen in hun eerste levensjaren ondersteunen,' zegt hij, 'levert de overheid elk jaar een winst van 13 procent op.' Dat is het dubbele van een gemiddelde beursbelegging. Hoewel de eerste levensjaren in Vlaanderen nog niet grootschalig zijn onderzocht, neemt de aandacht ervoor ook hier toe. Andreas Tirez, lid van de denktank Liberales, is een fan van Heckman. 'Discussies tussen links en rechts gaan vaak over individuele verantwoordelijkheid', zegt hij. 'Links vindt dat mensen zelden schuld hebben aan hun eigen gedrag, rechts vindt het tegenovergestelde. Voor kleine kinderen gaat dat niet op. Niemand kan in alle ernst beweren dat zij verantwoordelijk voor hun eigen gedrag zijn. Daarom moet de samenleving er alles aan doen om hen vooruit te helpen.' 'Er is op deze aardbol wellicht niemand meer die het níét met Heckman eens is', zegt Michel Vandenbroeck, professor gezinspedagogiek aan de Universiteit Gent. 'Maar hij blijft een econoom, natuurlijk. Hij heeft zich in de eerste plaats gebogen over econometrische modellen om beursschommelingen te voorspellen. De kinderopvang moet, in zijn ogen, kinderen klaarstomen voor het onderwijs en de arbeidsmarkt. Ze moeten zo snel mogelijk aan de ratrace deelnemen. Minder economisch gerichte vaardigheden doorgeven, zoals solidariteit: dat komt in zijn onderzoek niet aan bod.' In de Britse EPPE-studie gebeurde dat wel. Die volgde de ontwikkeling van ongeveer 2800 kinderen tussen 1996 en 2003. Wie in de kinderopvang heeft gezeten, zo blijkt, scoort later beter op kennisvakken als Engels en wiskunde én voor sociale vaardigheden en gedrag. Hoe doet Vlaanderen het? 'Eigenlijk leven we hier in het paradijs van James Heckman', zegt Wim Van Lancker van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck van de Universiteit Antwerpen. Wereldwijd zijn er weinig andere plaatsen waar zo veel kinderen tussen de drie en zes jaar gratis naar de kleuterschool gaan. Ook de diensten die Kind en Gezin aan meer dan 95 procent van alle Vlaamse gezinnen bieden, zijn lang niet overal in zwang. En sinds 2014 worden overal Huizen van het Kind opgericht, die ouders op alle mogelijke manieren bijstaan. In opdracht van Kind en Gezin onderzocht Michel Vandenbroeck samen met zijn Leuvense collega Ferre Laevers onlangs de kwaliteit van die opvang. Over het algemeen is die goed. Op één punt scoort de opvang wel matig tot zwak: de bevordering van de ontwikkeling van kinderen. 'De begeleiders zijn vaak lager opgeleid. Ze staan ook in voor veel kinderen. Hetzelfde geldt trouwens voor onze kleuterscholen: de klassen zijn vaak zo groot dat de kwaliteit van het onderwijs eronder lijdt. Zeker als een deel van de kleuters nog geen Nederlands spreekt, kunnen leerkrachten niet iedereen optimaal begeleiden.' Daarmee benoemt Vandenbroeck een teer punt: het tekort aan plaatsen in de kinderopvang. Zelf haalt hij daarvoor twee verklaringen aan: het aantal onthaalouders is de voorbije jaren systematisch afgenomen, en steeds meer grootouders springen alleen nog bij in noodgevallen. Tegen 2020 wil minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V) een antwoord op het tekort bieden. 'Het probleem is', zegt Wim Van Lancker, 'dat de investeringen van de Vlaamse overheid meestal terechtkomen bij ouders uit de middenklasse. Maar die wéten al hoe ze het beste aan een plaats in de kinderopvang raken. De kwetsbaarste ouders en de kinderen met de grootste achterstand worden niet bereikt.' Voor hen reserveren of voorzien steden als Gent wel plaatsen, maar dat volstaat niet om iedereen te helpen. In de kwetsbare wijken is kinderopvang vaak het minste aanwezig. En de regering heeft de klok ook teruggedraaid. In 2014 verhoogde ze het laagste dagtarief voor kinderopvang van 1,56 euro naar 5 euro. Voor ouders die moeten rondkomen met een inkomen op of onder de armoedegrens is dat een serieuze hap uit het budget. 'Dat is een drama', vindt Michel Vandenbroeck. 'Er is een alternatief uitgewerkt om ouders alsnog het laagste tarief te geven, maar dat is een lachertje: minder dan 2 procent maakt er ook gebruik van.' Andreas Tirez echoot die kritiek: 'Het beleid gaat in tegen de wetenschap. Kinderopvang wérkt voor kansarme kinderen. Waarom dat aanbod dan duurder maken?' Katrien Verhegge van Kind en Gezin nuanceert: 'Het tarief blijft laag.' En ze wijst ook op andere drempels dan de financiële: 'In Vlaanderen leeft nog altijd het idee dat kinderopvang hoofdzakelijk iets voor werkende ouders is. De sociale en pedagogische functie is minstens even belangrijk als de opvang zelf, maar daarvan zijn niet alle ouders doordrongen.' Daarmee komen we bij de impact van moeders en vaders op het leven van hun kinderen. Om te beginnen op het vlak van gezondheid. Wat, bijvoorbeeld, met zwangere vrouwen die roken? Dat doet de gezondheid van hun baby's geen goed. Maar moet hun dan een rookverbod opgelegd worden? 'Voor kinderen is niets schadelijker dan ouders met stress', zegt Wim Van Lancker daarover. 'De gezondheidspolitie op hen afsturen heeft geen zin. Het zou ook oneerlijk zijn om hen alleen verantwoordelijk te stellen voor hun gedrag: vaak hangt dat samen met hun sociale klasse.' Ook Andreas Tirez ziet weinig in een algemeen rookverbod. 'Of je nu rijk bent of arm: alle ouders willen het beste voor hun kinderen. Slagen ze er niet in om hun dat te geven, dan komt dat vaak omdat ze onvoldoende informatie hebben of een gebrekkig sociaal netwerk. Doe dáár dan iets aan, zou ik zeggen.' Katrien Verhegge is het daarmee eens. 'Kind en Gezin wil meer inzetten op prenatale begeleiding. Maar daarvoor zijn we afhankelijk van huisartsen en gynaecologen die aanstaande moeders naar ons doorverwijzen. Zelf weten we niet automatisch wanneer iemand zwanger is.' Welke rol speelt, voorts, armoede? Zowel politici, internationale instellingen als armoedeverenigingen maken van kinderarmoede een belangrijk strijdpunt. Het is eenvoudiger, klinkt het, om sympathie te winnen voor een onschuldig kind dan voor een alcoholische vader of een gokverslaafde moeder. 'Dat is een strategische vergissing', zegt Wim Van Lancker. 'Er is geen armoedebeleid te bedenken dat alleen kinderen vooruithelpt.' Niettemin wil Vlaams minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N-VA) de kinderarmoede tegen het einde van de huidige regeerperiode (in 2019) halveren. 'Behalve de minister zelf gelooft niemand daar nog in', zegt Van Lancker. 'Ik zie geen enkele structurele maatregel waardoor ze haar doelstelling zal halen. Waarom is de recente hervorming van de kinderbijslag niet méér gericht op sociale correcties? Nu krijgen zelfs ouders die hun kinderen naar ongereglementeerde kinderopvang sturen, die meestal het duurste is, een bedrag.' Ook Andreas Tirez is teleurgesteld: 'De vorige Vlaamse regering heeft de kinderarmoede niet verminderd, en deze zal dat ook niet doen.' Van Lancker: 'De focus op kinderen wordt ook een excuus om later minder in mensen te investeren. Uit een grafiekje van James Heckman moet blijken dat investeringen op latere leeftijd minder efficiënt zijn dan in de kindertijd: dat is erg betwistbaar. Als een student op een slechte middelbare school of universiteit terechtkomt, kan hij de opgebouwde voorsprong zo weer verliezen. Andere uitkeringen, zoals die voor werklozen, zijn ook zinvolle investeringen: daarmee zorgt de overheid ervoor dat werklozen niet onmiddellijk in de armoede terechtkomen. Waarom zou je daaraan raken?' Stel, we kunnen ervoor zorgen dat alle kinderen een goede start krijgen. Moeten we dan nog herverdelen? Zelfs de liberaal Andreas Tirez vindt van wel. 'Genetisch talent zal altijd ongelijk verdeeld zijn. Iemand die beter kan studeren, zal het ook beter doen in onze kenniseconomie. En sommige mensen slagen in het leven omdat ze doodeenvoudig geluk hebben gehad, terwijl anderen door pech kansen mislopen. Daaraan zal de overheid altijd moeten blijven tegemoetkomen.'