De witte woede bestaat niet enkel bij de zorgverstrekkers. Ook de zorgbehoevenden hebben het vandaag meer dan behoorlijk op hun heupen. Met de start op 1 januari van de PersoonsVolgende Financiering (PVF) staan we aan de vooravond van een belangrijke hervorming. Maar de communicatie hierover loopt mank. Dit voedt de onzekerheid over een nochtans erg beloftevolle ommekeer die precies tot doel heeft de decennialange onzekerheid in de sector weg te nemen. Vlaams minister Vandeurzen moet dringend klare wijn schenken.

Wie een kind met een beperking heeft, leeft in onzekerheid, al van bij de geboorte. Er is iets aan de hand, maar het duurt jaren vooraleer vastgesteld wordt hoe ernstig dat iets wel is, wat jouw kind zal kunnen en vooral niet kunnen. Intussen moet je je kind opvoeden, maar een gevoel van angst en verwarring overheersen. De perspectieven zijn anders dan gehoopt. Dit geeft ook verdriet. Dit wordt nog versterkt door sociale isolatie. Ook op de andere kinderen in het gezin en op zij die mantelzorg opnemen, weegt de situatie.

'Witte woede leeft niet enkel bij wie zorg verstrekt, maar ook bij wie hulp nodig heeft'

Alsof dat niet genoeg is, komen daar bovenop de praktische en emotionele problemen veroorzaakt door de wachtlijsten. Hervormingen moeten leiden tot verbetering, niet tot onzekerheid, angst, woede, ellende, frustratie en machteloosheid. Een goede communicatie is hierbij manifest en net daar ontbreekt het aan. Wie een kind met een beperking heeft, leeft in onzekerheid, al van bij de geboorte.

Het ergste aan gebrekkige communicatie is dat mensen ongerust worden. Ongerustheid zorgt sowieso voor protest tegen veranderingen in elk systeem. Toch is de verandering die de persoonsvolgende financiering met zich brengt broodnodig. Het huidige systeem van hulp verderzetten is geen optie. De bijkomende middelen die, in vorige bestuursperiodes, in het bestaande systeem werden gestopt, hebben de wachtlijsten niet doen verdwijnen. We moeten het dus wel over een andere boeg gooien. Vanaf 1 januari 2017 zullen zorgbehoevenden hun eigen budget in handen krijgen en zelf kunnen bepalen waar ze hun zorg inkopen. Dit is een cruciaal gegeven in het wegwerken van de wachtlijsten. Zorgverstrekkers zullen uitgedaagd worden om hun aanbod te optimaliseren.

Stijgende vraag naar zorg

Er komt niet alleen meer keuzevrijheid, ook het aanbod zal groeien. Enkel zo kan de verder stijgende vraag naar zorg een passende invulling krijgen. Door het uitbreidingsbeleid, ter waarde van 330 miljoen euro tijdens deze regeerperiode, zal er nog nooit zoveel geld vrijgemaakt zijn om extra mensen te begeleiden naar dit aanbod. Het geld zal in het nieuwe systeem echter rechtstreeks naar de mensen gaan en niet naar de organisaties die achter de zorgstructuren schuilgaan. Het nieuwe systeem dat op 1 januari van start gaat, is iets waar we als N-VA sterk aan hebben meegewerkt.

Maar tot onze grote ergernis heerst er momenteel nog heel wat onduidelijkheid over de mogelijke diensten waarop zowel zorgbehoevenden als de mensen in hun omgeving een beroep kunnen doen. Vanaf 1 januari krijgt de zorgbehoevende een brede waaier aan diensten aangeboden. Hij kan zijn zorgaankopen rechtstreeks verrichten bij bijvoorbeeld groene zorginitiatieven, andere zorgverstrekkers of via een persoonlijk assistent. Dankzij de zogenaamde 'ouderinitiatieven' zullen nieuwe bouwprojecten kunnen opgezet worden. Belangrijk is dat dit aanbod bij de mensen bekend geraakt, en daar wringt momenteel het schoentje.

Zo dringen we er al op aan dat ook een overzicht van niet-erkende zorgaanbieders tot bij de zorgbehoevenden geraakt. Maar het departement Welzijn blijft hier de boot afhouden. We blijven hameren op een zo goed en groot mogelijk overzicht van alle mogelijkheden.

Juiste informatie

Voor zorgbehoevenden die informatie willen, hebben we maar één boodschap: ga ervoor. Wie begeleiding wil in de zoektocht naar een ander en beter aanbod, kan de stap zetten naar een bijstandsorganisatie, die hem op die tocht zal begeleiden. Pas wanneer de vraag haar weg vindt naar het aanbod, zal het nieuwe systeem op toerental komen. De traditionele voorzieningen hoeven niet bang te zijn. Ze kunnen net als alle andere hun aanbod in de kijker zetten. Het is wel van groot belang dat zij hun gebruikers de juiste informatie geven. In het nieuwe systeem zal het immers niet langer de overheid zijn, maar wel de zorgbehoevenden zelf die bepalen hoe, waar en wanneer ze hun zorg inkopen.

Grete Remen is moeder van een zoon met een beperking.

Tine van der Vloet werkte tot voor twee jaar als opvoedster.

Beide auteurs zijn Vlaams volksvertegenwoordiger voor de N-V A.

De witte woede bestaat niet enkel bij de zorgverstrekkers. Ook de zorgbehoevenden hebben het vandaag meer dan behoorlijk op hun heupen. Met de start op 1 januari van de PersoonsVolgende Financiering (PVF) staan we aan de vooravond van een belangrijke hervorming. Maar de communicatie hierover loopt mank. Dit voedt de onzekerheid over een nochtans erg beloftevolle ommekeer die precies tot doel heeft de decennialange onzekerheid in de sector weg te nemen. Vlaams minister Vandeurzen moet dringend klare wijn schenken. Wie een kind met een beperking heeft, leeft in onzekerheid, al van bij de geboorte. Er is iets aan de hand, maar het duurt jaren vooraleer vastgesteld wordt hoe ernstig dat iets wel is, wat jouw kind zal kunnen en vooral niet kunnen. Intussen moet je je kind opvoeden, maar een gevoel van angst en verwarring overheersen. De perspectieven zijn anders dan gehoopt. Dit geeft ook verdriet. Dit wordt nog versterkt door sociale isolatie. Ook op de andere kinderen in het gezin en op zij die mantelzorg opnemen, weegt de situatie.Alsof dat niet genoeg is, komen daar bovenop de praktische en emotionele problemen veroorzaakt door de wachtlijsten. Hervormingen moeten leiden tot verbetering, niet tot onzekerheid, angst, woede, ellende, frustratie en machteloosheid. Een goede communicatie is hierbij manifest en net daar ontbreekt het aan. Wie een kind met een beperking heeft, leeft in onzekerheid, al van bij de geboorte. Het ergste aan gebrekkige communicatie is dat mensen ongerust worden. Ongerustheid zorgt sowieso voor protest tegen veranderingen in elk systeem. Toch is de verandering die de persoonsvolgende financiering met zich brengt broodnodig. Het huidige systeem van hulp verderzetten is geen optie. De bijkomende middelen die, in vorige bestuursperiodes, in het bestaande systeem werden gestopt, hebben de wachtlijsten niet doen verdwijnen. We moeten het dus wel over een andere boeg gooien. Vanaf 1 januari 2017 zullen zorgbehoevenden hun eigen budget in handen krijgen en zelf kunnen bepalen waar ze hun zorg inkopen. Dit is een cruciaal gegeven in het wegwerken van de wachtlijsten. Zorgverstrekkers zullen uitgedaagd worden om hun aanbod te optimaliseren. Er komt niet alleen meer keuzevrijheid, ook het aanbod zal groeien. Enkel zo kan de verder stijgende vraag naar zorg een passende invulling krijgen. Door het uitbreidingsbeleid, ter waarde van 330 miljoen euro tijdens deze regeerperiode, zal er nog nooit zoveel geld vrijgemaakt zijn om extra mensen te begeleiden naar dit aanbod. Het geld zal in het nieuwe systeem echter rechtstreeks naar de mensen gaan en niet naar de organisaties die achter de zorgstructuren schuilgaan. Het nieuwe systeem dat op 1 januari van start gaat, is iets waar we als N-VA sterk aan hebben meegewerkt. Maar tot onze grote ergernis heerst er momenteel nog heel wat onduidelijkheid over de mogelijke diensten waarop zowel zorgbehoevenden als de mensen in hun omgeving een beroep kunnen doen. Vanaf 1 januari krijgt de zorgbehoevende een brede waaier aan diensten aangeboden. Hij kan zijn zorgaankopen rechtstreeks verrichten bij bijvoorbeeld groene zorginitiatieven, andere zorgverstrekkers of via een persoonlijk assistent. Dankzij de zogenaamde 'ouderinitiatieven' zullen nieuwe bouwprojecten kunnen opgezet worden. Belangrijk is dat dit aanbod bij de mensen bekend geraakt, en daar wringt momenteel het schoentje. Zo dringen we er al op aan dat ook een overzicht van niet-erkende zorgaanbieders tot bij de zorgbehoevenden geraakt. Maar het departement Welzijn blijft hier de boot afhouden. We blijven hameren op een zo goed en groot mogelijk overzicht van alle mogelijkheden.Voor zorgbehoevenden die informatie willen, hebben we maar één boodschap: ga ervoor. Wie begeleiding wil in de zoektocht naar een ander en beter aanbod, kan de stap zetten naar een bijstandsorganisatie, die hem op die tocht zal begeleiden. Pas wanneer de vraag haar weg vindt naar het aanbod, zal het nieuwe systeem op toerental komen. De traditionele voorzieningen hoeven niet bang te zijn. Ze kunnen net als alle andere hun aanbod in de kijker zetten. Het is wel van groot belang dat zij hun gebruikers de juiste informatie geven. In het nieuwe systeem zal het immers niet langer de overheid zijn, maar wel de zorgbehoevenden zelf die bepalen hoe, waar en wanneer ze hun zorg inkopen. Grete Remen is moeder van een zoon met een beperking.Tine van der Vloet werkte tot voor twee jaar als opvoedster.Beide auteurs zijn Vlaams volksvertegenwoordiger voor de N-V A.