Vier mensen van Iraanse afkomst werden vorige maand veroordeeld voor hun aandeel in de verijdelde bomaanslag op een bijeenkomst van de Iraanse verzetsbeweging MEK in Frankrijk in 2018. Eén van hen is diplomaat Assadollah Assadi, die twintig jaar de gevangenis in moet. Na de veroordeling van Assadi ontstond bezorgdheid om het lot van Djalali, die ook gastdocent is aan de VUB. Zo zou Iran beide dossiers aan elkaar gekoppeld hebben en eind vorig jaar met de executie van Djalali gedreigd hebben om Assadi vrij te krijgen. Na de veroordeling van die laatste reageerde Teheran ontstemd: het riep de Belgische ambassadeur op het matje. Gevraagd naar een stand van zaken, zei minister Wilmès dinsdag in de commissie Buitenlandse Zaken dat "het voor België om twee totaal verschillende dossiers gaat". Na de veroordeling van Assadi had ook minister van Justitie Vincent Van Quickenborne al benadrukt dat de veroordeling van Assadi en de zaak-Djalali niets met elkaar te maken hebben. "Maar dat doet natuurlijk niets af van onze bezorgdheid om het lot van mijnheer Djalali", zei Wilmès, die wees op de "zorgwekkende berichten" over de gezondheid van de arts. "België is altijd gekant tegen de doodsstraf, ik heb dat ook kunnen benadrukken in een gesprek met mijn Iraanse ambtgenoot (Javad Zarif, red.) drie maanden geleden." Ondanks de moeilijke relaties moet België in zijn bilaterale gesprekken met het Iraanse regime zijn standpunten over zaken als het internationaal nucleair akkoord, het Iraanse regionale beleid en de situatie van de mensenrechten in het land zijn mening kunnen blijven geven, zei Wilmès. Verschillende parlementsleden wezen erop dat België terecht niet ingaat op Iraanse bedreigingen. "Het is goed dat er geen uitwisseling van gevangenen is geweest", vatte commissievoorzitter Els Van Hoof (CD&V) het samen. "Dat bevestigt ook de manier waarop Iran opgepakte verdachten behandelt. We moeten dat niet gaan faciliteren." (Belga)

Vier mensen van Iraanse afkomst werden vorige maand veroordeeld voor hun aandeel in de verijdelde bomaanslag op een bijeenkomst van de Iraanse verzetsbeweging MEK in Frankrijk in 2018. Eén van hen is diplomaat Assadollah Assadi, die twintig jaar de gevangenis in moet. Na de veroordeling van Assadi ontstond bezorgdheid om het lot van Djalali, die ook gastdocent is aan de VUB. Zo zou Iran beide dossiers aan elkaar gekoppeld hebben en eind vorig jaar met de executie van Djalali gedreigd hebben om Assadi vrij te krijgen. Na de veroordeling van die laatste reageerde Teheran ontstemd: het riep de Belgische ambassadeur op het matje. Gevraagd naar een stand van zaken, zei minister Wilmès dinsdag in de commissie Buitenlandse Zaken dat "het voor België om twee totaal verschillende dossiers gaat". Na de veroordeling van Assadi had ook minister van Justitie Vincent Van Quickenborne al benadrukt dat de veroordeling van Assadi en de zaak-Djalali niets met elkaar te maken hebben. "Maar dat doet natuurlijk niets af van onze bezorgdheid om het lot van mijnheer Djalali", zei Wilmès, die wees op de "zorgwekkende berichten" over de gezondheid van de arts. "België is altijd gekant tegen de doodsstraf, ik heb dat ook kunnen benadrukken in een gesprek met mijn Iraanse ambtgenoot (Javad Zarif, red.) drie maanden geleden." Ondanks de moeilijke relaties moet België in zijn bilaterale gesprekken met het Iraanse regime zijn standpunten over zaken als het internationaal nucleair akkoord, het Iraanse regionale beleid en de situatie van de mensenrechten in het land zijn mening kunnen blijven geven, zei Wilmès. Verschillende parlementsleden wezen erop dat België terecht niet ingaat op Iraanse bedreigingen. "Het is goed dat er geen uitwisseling van gevangenen is geweest", vatte commissievoorzitter Els Van Hoof (CD&V) het samen. "Dat bevestigt ook de manier waarop Iran opgepakte verdachten behandelt. We moeten dat niet gaan faciliteren." (Belga)