Met veel verdriet las ik onlangs over het overlijden van een dakloze man, Jurgen, in Hasselt. Een dakloze man die sterft op een bankje, dat doet wat met mij.

Willen we echt dat daklozen zichzelf lazarus drinken, gewoon om een bed te krijgen in het ziekenhuis?

Maar wat daarenboven triest is zijn de steeds terugkerende wijzende vingertjes naar het OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, nvdr.), het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk, nvdr.) en andere betrokken instanties. Het helpt niemand vooruit. Er moet nu samengewerkt worden, over alle betrokken domeinen heen - en dat zijn er heel wat.

Mijn oom was dakloos. Hij doolde rond in dezelfde straten als Jurgen, in Hasselt, dichtbij het station. In de winter zag ik hem daar wel eens staan met enkel een T-shirtje aan. 'Er is hulp genoeg voor zulke mensen!' Dat hoor je dan. Alsof mijn familie nooit zocht naar hulp.

Hulp en wachtlijsten

Verschillende organisaties, bevolkt door vrijwilligers of professionelen, zetten zich dagelijks met hart en ziel in voor dakloze personen. Hun uitdaging is gigantisch. Er zijn namelijk verschillende redenen waarom personen op straat belanden, van verslavingen tot financiële tegenslagen. Elke situatie is uniek en verdient een unieke aanpak.

Het grootste probleem van de daklozenhulp bestaat er allereerst in dat de mensen die hulp nodig hebben geen adres hebben. Om hulp te ontvangen heb je vaak een officieel adres nodig. Je kan om dit probleem te verhelpen dan wel naar het OCMW trekken, maar ook hier wordt de dakloze geconfronteerd met procedures en wachtlijsten. Voor velen onder hen is de drempel vandaag te hoog. Daarenboven horen vele daklozen initieel vooral thuis in een ontwenningskliniek of gespecialiseerd centrum voor diverse problematieken.

Een ander probleem zijn de ellenlange wachtlijsten en de overbevraging, elke organisatie lijdt eronder. Voor je kan geholpen worden, moet je weken wachten. Voor mensen met een onregelmatig leven op straat is dit enorm ontmoedigend. Ook op andere manieren ligt de drempel te hoog. Je moet bellen op een bepaald tijdstip of langsgaan tijdens de kantooruren terwijl mensen op straat noodgedwongen op een ander ritme leven en vaak overdag proberen te slapen uit veiligheidsoverwegingen. Een plekje bemachtigen in de nachtopvang? Het is een race tegen de tijd en tegen andere daklozen geworden.

Ik ken verscheidene vrijwilligers en beroepskrachten die met de handen in het haar zitten. We moeten er ook geen doekjes om winden; de werkingsmiddelen van de bevoegde instanties zijn gedaald. De voorbije jaren zijn lokale besturen daarnaast ook voor grotere uitdagingen komen te staan.

Mijn oom zocht vaak hulp. Ook hij hield zijn klok naarstig in de gaten om zo vlug mogelijk naar een opvangplek te lopen. Soms had hij geluk, andere nachten moest hij op straat doorbrengen.

Willen we echt dat daklozen zichzelf lazarus drinken, gewoon om een bed te krijgen in het ziekenhuis? Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen bewust stijf onder de drugs staan om via een spoedopname toch maar een bed te krijgen en een tijdelijk dak boven het hoofd. Door plaatsgebrek is dit wat er vandaag gebeurt.

Roeien met de riemen...

Dakloze mensen belanden daarbovenop helaas ook soms in de gevangenis, vaak door kleine criminaliteit. Het is triest om vast te stellen dat vele dakloze mensen die hun straf hebben uitgezeten en de gevangenis verlaten opnieuw op straat belanden. Het verhaal begint opnieuw. Geen adres, geen hulp, geen plaats...

Er zijn daarnaast ook mensen die helemaal niet geholpen willen worden en de straat niet willen verlaten. Als je meerderjarig bent, moet alle hulpverlening vrijwillig zijn tenzij onder enkele zeer strikte voorwaarden. Deze mensen bereiken is enorm moeilijk.

Ieder persoon die het leven laat op onze straten is er een te veel.

Maar ook de maatschappij is er nog, wij zijn er nog. En wij hebben snel een oordeel klaar als het gaat over daklozen. Hoe je het ook draait of keert, daklozen hebben geen echte plaats in onze maatschappij. We lopen langs hen heen, lachen met de aangeschoten mensen die op bankjes indommelen, of negeren hen. Gelukkig zijn er mensen die zich dagelijks inzetten voor hen. Die uitingen van solidariteit, daar is veel nood aan. We dragen een verantwoordelijkheid.

Ik ben ervan overtuigd dat alle betrokken organisaties en hulpverleners roeien met de riemen die ze hebben. Met de vinger wijzen helpt niemand, het zou hen enkel ontmoedigen. En hun werk is onmisbaar, we hebben de luxe niet hen te verliezen.

Maar wat we wél kunnen en moeten doen is blijven eisen dat onze hulpverlening beter moet, dat er middelen politiek moeten worden vrijgemaakt om wachtlijsten weg te werken, om onze solidariteit op te drijven.

Er zijn in Hasselt de voorbije drie jaar vierentwintig daklozen gestorven, waaronder mijn oom. Ieder persoon die het leven laat op onze straten is er een te veel.

Samira Atillah is medewerkster van SP.A-fractievoorzitter in de Kamer Meryame Kitir.

Met veel verdriet las ik onlangs over het overlijden van een dakloze man, Jurgen, in Hasselt. Een dakloze man die sterft op een bankje, dat doet wat met mij.Maar wat daarenboven triest is zijn de steeds terugkerende wijzende vingertjes naar het OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, nvdr.), het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk, nvdr.) en andere betrokken instanties. Het helpt niemand vooruit. Er moet nu samengewerkt worden, over alle betrokken domeinen heen - en dat zijn er heel wat.Mijn oom was dakloos. Hij doolde rond in dezelfde straten als Jurgen, in Hasselt, dichtbij het station. In de winter zag ik hem daar wel eens staan met enkel een T-shirtje aan. 'Er is hulp genoeg voor zulke mensen!' Dat hoor je dan. Alsof mijn familie nooit zocht naar hulp.Verschillende organisaties, bevolkt door vrijwilligers of professionelen, zetten zich dagelijks met hart en ziel in voor dakloze personen. Hun uitdaging is gigantisch. Er zijn namelijk verschillende redenen waarom personen op straat belanden, van verslavingen tot financiële tegenslagen. Elke situatie is uniek en verdient een unieke aanpak.Het grootste probleem van de daklozenhulp bestaat er allereerst in dat de mensen die hulp nodig hebben geen adres hebben. Om hulp te ontvangen heb je vaak een officieel adres nodig. Je kan om dit probleem te verhelpen dan wel naar het OCMW trekken, maar ook hier wordt de dakloze geconfronteerd met procedures en wachtlijsten. Voor velen onder hen is de drempel vandaag te hoog. Daarenboven horen vele daklozen initieel vooral thuis in een ontwenningskliniek of gespecialiseerd centrum voor diverse problematieken.Een ander probleem zijn de ellenlange wachtlijsten en de overbevraging, elke organisatie lijdt eronder. Voor je kan geholpen worden, moet je weken wachten. Voor mensen met een onregelmatig leven op straat is dit enorm ontmoedigend. Ook op andere manieren ligt de drempel te hoog. Je moet bellen op een bepaald tijdstip of langsgaan tijdens de kantooruren terwijl mensen op straat noodgedwongen op een ander ritme leven en vaak overdag proberen te slapen uit veiligheidsoverwegingen. Een plekje bemachtigen in de nachtopvang? Het is een race tegen de tijd en tegen andere daklozen geworden.Ik ken verscheidene vrijwilligers en beroepskrachten die met de handen in het haar zitten. We moeten er ook geen doekjes om winden; de werkingsmiddelen van de bevoegde instanties zijn gedaald. De voorbije jaren zijn lokale besturen daarnaast ook voor grotere uitdagingen komen te staan.Mijn oom zocht vaak hulp. Ook hij hield zijn klok naarstig in de gaten om zo vlug mogelijk naar een opvangplek te lopen. Soms had hij geluk, andere nachten moest hij op straat doorbrengen.Willen we echt dat daklozen zichzelf lazarus drinken, gewoon om een bed te krijgen in het ziekenhuis? Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen bewust stijf onder de drugs staan om via een spoedopname toch maar een bed te krijgen en een tijdelijk dak boven het hoofd. Door plaatsgebrek is dit wat er vandaag gebeurt.Dakloze mensen belanden daarbovenop helaas ook soms in de gevangenis, vaak door kleine criminaliteit. Het is triest om vast te stellen dat vele dakloze mensen die hun straf hebben uitgezeten en de gevangenis verlaten opnieuw op straat belanden. Het verhaal begint opnieuw. Geen adres, geen hulp, geen plaats...Er zijn daarnaast ook mensen die helemaal niet geholpen willen worden en de straat niet willen verlaten. Als je meerderjarig bent, moet alle hulpverlening vrijwillig zijn tenzij onder enkele zeer strikte voorwaarden. Deze mensen bereiken is enorm moeilijk.Maar ook de maatschappij is er nog, wij zijn er nog. En wij hebben snel een oordeel klaar als het gaat over daklozen. Hoe je het ook draait of keert, daklozen hebben geen echte plaats in onze maatschappij. We lopen langs hen heen, lachen met de aangeschoten mensen die op bankjes indommelen, of negeren hen. Gelukkig zijn er mensen die zich dagelijks inzetten voor hen. Die uitingen van solidariteit, daar is veel nood aan. We dragen een verantwoordelijkheid.Ik ben ervan overtuigd dat alle betrokken organisaties en hulpverleners roeien met de riemen die ze hebben. Met de vinger wijzen helpt niemand, het zou hen enkel ontmoedigen. En hun werk is onmisbaar, we hebben de luxe niet hen te verliezen.Maar wat we wél kunnen en moeten doen is blijven eisen dat onze hulpverlening beter moet, dat er middelen politiek moeten worden vrijgemaakt om wachtlijsten weg te werken, om onze solidariteit op te drijven.Er zijn in Hasselt de voorbije drie jaar vierentwintig daklozen gestorven, waaronder mijn oom. Ieder persoon die het leven laat op onze straten is er een te veel.Samira Atillah is medewerkster van SP.A-fractievoorzitter in de Kamer Meryame Kitir.