Toen het aantal coronapatiënten in België verontrustende hoogtes begon te bereiken, circuleerde op het internet de volgende boutade: 'Wees niet pessimistisch: als we in België het aantal zieken tellen per minister van Volksgezondheid dan zijn we wereldwijd bij de beste leerlingen van de klas!'.

Deze zwartgallige humor stelt een fundamentele kwestie op scherp wat betreft de organisatie van ons land: staat de voortdurende politieke drang naar verdere regionalisering niet haaks op de noodzaak aan een daadkrachtig en efficiënt beleid? 'Ja,' heeft een groep jongeren van alle politieke kleuren daarop geantwoord toen de Vrijdaggroep hun die vraag stelde bij een peiling in mei 2020. Wij kunnen hen geen ongelijk geven.

Mensenlevens

België kent sinds het zogenaamde Vlinderakkoord van 2011 inderdaad maar liefst negen ministers van Volksgezondheid. Negen ministers betekent ook negen administraties. Het hoeft niet te verbazen dat België op die manier kampt met één van de hoogste aantallen ambtenaren per hoofd van de bevolking in Europa. In het beste geval werken al die instanties op een gecoördineerde manier naar het oplossen van eenzelfde probleem. In het slechtste geval, zo bleek uit de coronacrisis, kost een ongecoördineerde aanpak niet alleen veel geld, maar mogelijks ook mensenlevens.

Wil de jongere generatie nog verdere regionalisering in coronatijden?

Een ander voorbeeld dat treffend de inefficiëntie illustreert van een puur communautair gedreven federalisme, is de Belgische aanpak van het klimaat. Ons land diende niet minder dan vier ministers naar de klimaattop van Madrid af te vaardigen in december 2019. In een indrukwekkend staaltje van eilandjespolitiek schrijven vier verschillende administraties - afzonderlijk - vier aparte klimaatplannen voor een land amper een zakdoek groot.

Recent stelden sommigen dan bovendien nog eens voor om elke federale ministerpost te ontdubbelen in een Vlaamse en een Waalse minister. In het licht van het voorgaande getuigt dit van een haast onvoorstelbare blindheid voor de werkelijke noden van ons land en voor de dringende en complexe uitdagingen waar het voor staat. Geconfronteerd met de coronacrisis of de klimaatcrisis, die beide gerichte miljardeninvesteringen vergen en een doortastende en efficiënte administratie, wordt communautair gebakkelei een karikatuur van zichzelf. De erfgenamen maken ruzie over de inboedel terwijl het huis in brand staat.

Saboteur van dienst

Een doorgeslagen communautair discours is eveneens de grote saboteur van dienst bij de vormig van de federale regering. Het feit dat we sinds 26 mei 2019 nog geen zicht hebben op een doorbraak, is vaak te wijten aan het opduiken, aan weerskanten van de taalgrens, van het ene na het andere communautaire breekpunt, zelfs bij thema's die daar intrinsiek niets mee te maken hebben, zoals het recente wetsvoorstel over abortus.

Dit is uitermate problematisch nu de belangrijkste uitdagingen van onze huidige en toekomstige generatie, of het nu gaat over virussen of klimaatproblemen, zich niet laten indijken door regionale grenzen en communautaire constructies. Dergelijke crisissen noodzaken een langetermijnvisie en een sterke en efficiënte administratie. Het is op die punten dat de jonge generatie Belgen zich wil concentreren. Dit betekent niet dat de taalkundige en culturele bijzonderheden van ons land geen factoren meer kunnen vormen in het besluitvormingsproces, maar wel dat we ons daar niet langer blind op mogen staren.

Geen nieuwe uitdagingen

Op een ogenblik waarop de federale regeringsonderhandelingen nieuw leven worden ingeblazen, komen ook de geruchten over nieuwe staatshervormingen weer bovendrijven. Laten we hopen dat die hervormingen uitgaan van een drang naar meer efficiëntie eerder dan naar verdere fragmentatie.

Nieuwe staatshervormingen kunnen slechts gerechtvaardigd worden indien zij erop gericht zijn de staat toe te laten om een echte en coherente toekomstvisie voor ons land te ontwikkelen, gestoeld op een sterk en efficiënte administratie. Laten we samen de belangrijke uitdagingen waar we voor staan aanpakken, eerder dan er nieuwe te creëren.

Johan Heymans is vennoot bij Van Steenbrugge Advocaten, gespecialiseerd in strafrecht en mensenrechten en lid van de Vrijdaggroep

Magali Caroline Van Coppenolle is economiste, gepasssioneerd door governance en lid van de Vrijdaggroep

Toen het aantal coronapatiënten in België verontrustende hoogtes begon te bereiken, circuleerde op het internet de volgende boutade: 'Wees niet pessimistisch: als we in België het aantal zieken tellen per minister van Volksgezondheid dan zijn we wereldwijd bij de beste leerlingen van de klas!'. Deze zwartgallige humor stelt een fundamentele kwestie op scherp wat betreft de organisatie van ons land: staat de voortdurende politieke drang naar verdere regionalisering niet haaks op de noodzaak aan een daadkrachtig en efficiënt beleid? 'Ja,' heeft een groep jongeren van alle politieke kleuren daarop geantwoord toen de Vrijdaggroep hun die vraag stelde bij een peiling in mei 2020. Wij kunnen hen geen ongelijk geven. België kent sinds het zogenaamde Vlinderakkoord van 2011 inderdaad maar liefst negen ministers van Volksgezondheid. Negen ministers betekent ook negen administraties. Het hoeft niet te verbazen dat België op die manier kampt met één van de hoogste aantallen ambtenaren per hoofd van de bevolking in Europa. In het beste geval werken al die instanties op een gecoördineerde manier naar het oplossen van eenzelfde probleem. In het slechtste geval, zo bleek uit de coronacrisis, kost een ongecoördineerde aanpak niet alleen veel geld, maar mogelijks ook mensenlevens. Een ander voorbeeld dat treffend de inefficiëntie illustreert van een puur communautair gedreven federalisme, is de Belgische aanpak van het klimaat. Ons land diende niet minder dan vier ministers naar de klimaattop van Madrid af te vaardigen in december 2019. In een indrukwekkend staaltje van eilandjespolitiek schrijven vier verschillende administraties - afzonderlijk - vier aparte klimaatplannen voor een land amper een zakdoek groot. Recent stelden sommigen dan bovendien nog eens voor om elke federale ministerpost te ontdubbelen in een Vlaamse en een Waalse minister. In het licht van het voorgaande getuigt dit van een haast onvoorstelbare blindheid voor de werkelijke noden van ons land en voor de dringende en complexe uitdagingen waar het voor staat. Geconfronteerd met de coronacrisis of de klimaatcrisis, die beide gerichte miljardeninvesteringen vergen en een doortastende en efficiënte administratie, wordt communautair gebakkelei een karikatuur van zichzelf. De erfgenamen maken ruzie over de inboedel terwijl het huis in brand staat. Een doorgeslagen communautair discours is eveneens de grote saboteur van dienst bij de vormig van de federale regering. Het feit dat we sinds 26 mei 2019 nog geen zicht hebben op een doorbraak, is vaak te wijten aan het opduiken, aan weerskanten van de taalgrens, van het ene na het andere communautaire breekpunt, zelfs bij thema's die daar intrinsiek niets mee te maken hebben, zoals het recente wetsvoorstel over abortus.Dit is uitermate problematisch nu de belangrijkste uitdagingen van onze huidige en toekomstige generatie, of het nu gaat over virussen of klimaatproblemen, zich niet laten indijken door regionale grenzen en communautaire constructies. Dergelijke crisissen noodzaken een langetermijnvisie en een sterke en efficiënte administratie. Het is op die punten dat de jonge generatie Belgen zich wil concentreren. Dit betekent niet dat de taalkundige en culturele bijzonderheden van ons land geen factoren meer kunnen vormen in het besluitvormingsproces, maar wel dat we ons daar niet langer blind op mogen staren.Op een ogenblik waarop de federale regeringsonderhandelingen nieuw leven worden ingeblazen, komen ook de geruchten over nieuwe staatshervormingen weer bovendrijven. Laten we hopen dat die hervormingen uitgaan van een drang naar meer efficiëntie eerder dan naar verdere fragmentatie. Nieuwe staatshervormingen kunnen slechts gerechtvaardigd worden indien zij erop gericht zijn de staat toe te laten om een echte en coherente toekomstvisie voor ons land te ontwikkelen, gestoeld op een sterk en efficiënte administratie. Laten we samen de belangrijke uitdagingen waar we voor staan aanpakken, eerder dan er nieuwe te creëren.Johan Heymans is vennoot bij Van Steenbrugge Advocaten, gespecialiseerd in strafrecht en mensenrechten en lid van de VrijdaggroepMagali Caroline Van Coppenolle is economiste, gepasssioneerd door governance en lid van de Vrijdaggroep