Ik hoor dat we in oorlog zijn. Althans, dat zou je denken bij de militaristische retoriek die met zoveel enthousiasme wordt losgelaten op de COVID-19-crisis. Die is om een heleboel redenen een bedenkelijke retoriek. Een virus is geen vijand die wetens en willens de soevereiniteit van een territorium schendt door binnen te vallen. Het is een organisme dat doet wat het doet. Daar een oorlog van maken dient alleen maar hen die de bevolking graag onder controle zien. Maar de oorlogstaal heeft wel degelijk één groot voordeel. Het maakt het leven, hoe moeilijk het nu ook is, vanuit één perspectief simpel: we moeten overleven en dat doet we het best door aan één zeel te trekken. Tegen de vijand. Het is 'wij' tegen 'hen'. Om 'hen' te verslaan moet er een solide 'wij' zijn. Anders gaan we ten onder.
...

Ik hoor dat we in oorlog zijn. Althans, dat zou je denken bij de militaristische retoriek die met zoveel enthousiasme wordt losgelaten op de COVID-19-crisis. Die is om een heleboel redenen een bedenkelijke retoriek. Een virus is geen vijand die wetens en willens de soevereiniteit van een territorium schendt door binnen te vallen. Het is een organisme dat doet wat het doet. Daar een oorlog van maken dient alleen maar hen die de bevolking graag onder controle zien. Maar de oorlogstaal heeft wel degelijk één groot voordeel. Het maakt het leven, hoe moeilijk het nu ook is, vanuit één perspectief simpel: we moeten overleven en dat doet we het best door aan één zeel te trekken. Tegen de vijand. Het is 'wij' tegen 'hen'. Om 'hen' te verslaan moet er een solide 'wij' zijn. Anders gaan we ten onder.Het moet gezegd, dit wij-gevoel werd opmerkelijk snel en breed gedeeld door de bevolking. Lang nog voor onze Minister-president met zichtbare moeite woorden als 'solidariteit' en 'burgerzin' in de mond nam, waren die burgerzin en solidariteit al massaal in voege. Wij, burgers, bleven binnen en wij hielden afstand. Niet alleen om ons hachje te redden, maar vooral om de ouderen en zwakken te behoeden. En uit dat voor Vlamingen behoorlijk ontypische gedrag ontstond inderdaad snel een deugddoend wij-gevoel. We zijn een paar weken verder. We doen het lang niet slecht, wordt ons verteld. Dat is heuglijk nieuws. Maar ondertussen heeft naast het wij-gevoel zich nog iets anders ontwikkeld. Een ik-wil-niet-terug-naar-het-normaalgevoel. Na enkele weken waarin we noodgedwongen uit onze routines gerukt zijn, is het voor steeds meer mensen duidelijk geworden dat wat we tevoren 'normaal' noemden helemaal niet normaal was. We werkten, consumeerden en leefden onszelf te pletter. Die gedachte trekt als een diepe zucht door onze samenleving. In het kielzog daarvoor wellen er op sociale media talloze pogingen op om ideeën voor een betere post-coronawereld te verzamelen, uit te wisselen en te bespreken. Men is het oude normaal zat. Maar er zijn ook ideeën zat. En wat ontwikkelt er zich ondertussen in de kringen van onze beleidslui? Een ruk naar het vermaledijde business as usual.Ik heb het hier niet over het gekissebis bij de vorming van een nieuwe regering, dat zo oninteressant geworden is dat zelfs het journaal er nog nauwelijks melding van maakt. Het gaat me hier zelfs niet over het 'normaal' van de twitter-lastercampagnes op virologen. Wel over de al te voorspelbare waarschuwende vinger vanwege het beleid tegenover de burgerbevolking. "Een welgemeend applausje voor iedereen die zich nu inzet in de Corona-oorlog. Maar weet dat zodra we de strijd gewonnen hebben, er een zoveelste periode van austery politics zal volgen. Kan niet anders. Er zal gesaneerd worden waar het kan. Daarmee doelen we niet op de legale en illegale miljardairsfraude, maar op de zorgsector, wetenschappelijk onderzoek, cultuur en de andere gebruikelijke kapgebieden." Dat is wat de opgestoken vinger van de politiek ons vandaag vertelt: "Corona zal niets, maar dan ook niets veranderen. Er is immers geen alternatief." Die laatste slagzin is, sinds Thatcher hem eind de jaren 1970 lanceerde, zo vaak gebruikt dat een mens zou beginnen denken dat hij een symptoom is voor politiek hersenrot. Zeggen 'er is geen alternatief' betekent zoveel als erkennen 'ik ben niet creatief - en weet je, ik heb er ook geen zin in.' Hoe anders was het na die andere oorlog! Die echte oorlog. Toen de nazi's eindelijk verslagen waren en de politici van het westelijke halfrond zichzelf voor de keuze plaatsten: doen we verder zoals tevoren of zullen we na twee opeenvolgende wereldoorlogen eens iets echt anders uitproberen? Opdat minder mensen het slachtoffer zouden worden een fundamentalistisch kapitalisme? En dus ook minder verleid zouden worden door de valse beloften van politieke populisten, die alleen maar een volgende wereldoorlog als gevolg zouden hebben? Enkelen van hen kwamen op de proppen met een ongezien idee. Wat als we nu eens erg veel geld pompen in iets wat nooit bestaan heeft: een verzorgingsstaat! Het werd één van de meest grandioze verwezenlijkingen in de geschiedenis van de mensheid.Toen had je ze nog: beleidslui die gloednieuwe ideeën hadden. Of er tenminste over lazen, ze onderzochten en er iets mee durfden te doen. Hoe kleurloos zijn de optredens en ontwijkende, wollige antwoorden van onze beleidslui in vergelijking daarmee. Hoe ellendig de waarschuwende vinger van het alternatiefloze. En hoe pover de tegenstemmen die weinig meer kunnen opperen dan hier en daar een paar percenten te verschuiven en dat een 'bijzonder grote inspanning' noemen. Hoe arm. Hoe troosteloos. Hoe opmerkelijk het gebrek aan een sense of urgency. En hoe groot daardoor de verleiding van populistische extremen, die - nimmer gestoord door a sense of decency - kunnen brullen en lokken zonder de gevolgen ervan te dragen. En hoeveel groter is daardoor de kans dat de volgende ramp ons weer heel snel zal treffen?Wat zou ik graag horen van brede politieke stromingen, dwars door de particratie die voor zoiets gloednieuws ijveren. De huidige partijen, gestoeld op mens- en wereldbeelden die twee of meer eeuwen oud zijn, lijken nauwelijks in staat om het nieuwe van onze situatie te erkennen. Dit is de tijd voor verkozen politici en iedereen in hun kielzog, om zich engageren om weer echt eens iets nieuws te bedenken. Daar dienen jullie voor. Daar kiezen wij jullie voor. Wij willen legendarisch staatsmanschap dat een waardig en relevant 'wij' kan scheppen. Geen ego's die inwerken op ons laagste ressentiment. Wij willen politici grand cru. Het is een knelpuntberoep. Er is werk zat. Goed betaald ook. Wat zou ik daar na de oorlog graag op kunnen stemmen.