De Vlaamse regering wil het inburgeringsbeleid in een fundamenteel andere plooi leggen. De kritiek zwelt aan. Deze week nog nam de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) de controversiële plannen onder vuur. Met het betalend maken van het aanbod, de bindende examens en de boetes worden extra drempels opgeworpen voor nieuwkomers.

Een andere, nog relatief onbekende maatregel gaat over het beperken van de doelgroep: mensen van wie de aanvraag tot internationale bescherming nog loopt, zullen in de toekomst uitgesloten worden van het recht op inburgering.

Het gaat om een aanzienlijk deel van de doelgroep. Afgaand op de cijfers van 2019 zullen 2.306 mensen of ongeveer 10% van het totale aantal inburgeraars uit de boot vallen. Een deel van hen wordt later opgevist, op het moment dat ze bescherming krijgen.

De droom om te leren

Zolang inburgering in Vlaanderen bestaat - ongeveer 20 jaar - zijn asielzoekers deel van de doelgroep. Ze zijn zelfs een periode verplicht geweest. Ze volgen een cursus maatschappelijke oriëntatie, lessen Nederlands en er is een trajectbegeleider die hen begeleidt.

Wie zich hier vestigt, moet de kans krijgen om een volwaardige plek in de samenleving te verwerven.

Dat dit aanbod nodig is, mag blijken uit het profiel van de doelgroep. 1 op de 10 is volledig ongeletterd, volgens een studie van de KU Leuven, en nog eens 42 procent valt onder het basisniveau dat vereist is om te functioneren in de samenleving.

Kandidaat-vluchtelingen wachten vandaag gemiddeld 14 maanden op het resultaat van hun asielaanvraag. Het is de aangewezen periode om bezig te zijn met taalverwerving en hun oriëntering in de maatschappij. De impact ervan op het dagelijks leven is heel reëel: op een nieuwe plek geraken, het openbaar vervoer nemen, op afspraken komen en omgaan met geschreven documenten, maar ook voor de contacten op de school van de kinderen en boodschappen doen.

Asielzoekers en de hulpverleners die men hen werken hechten veel belang aan deze integratiekansen. Nieuwkomers dromen ervan om de taal leren, ze streven naar meer zelfstandigheid, ze willen zich sociaal integreren of een bijdrage leveren aan de samenleving. Op het terrein van inburgering worden volop kansen gegrepen. Dat een liberale minister dit in de toekomst onmogelijk maakt is voor mij onbegrijpelijk.

Contraproductief

Minister Somers beweert in te zetten op economische zelfredzaamheid. Dat is een terechte bezorgdheid. Een belangrijke studie over de arbeidsmarktparticipatie van vluchtelingen toonde aan dat het potentieel van deze mensen in ons land veel te lang onbenut blijft. Elke arbeidsmarktspecialist zal vertellen dat je kandidaat-vluchtelingen niet nodeloos inactief mag houden.

Als je weet dat asielzoekers al kunnen starten met een job na 4 maanden, zal de kar meer dan ooit voor het paard gespannen worden. Eenmaal de bescherming is verkregen, komen vluchtelingen terecht in een lastig parket. Naarmate de tijd verstrijkt neemt de kans op werk toe, terwijl ze pas veel later verplicht worden om een verplicht en zwaarder inburgeringstraject te volgen. Nu al ervaren vluchtelingen met inburgeringsverplichtingen - zeker alleenstaanden met kinderen - erg veel moeilijkheden om dit te combineren met werkverplichtingen.

Kortom, mensen langer in de wachtkamer zetten én een zwaarder inburgeringstraject introduceren eens ze uit de wachtkamer mogen komen, zal een dubbele rem zetten op duurzame arbeidsmarktparticipatie.

Schijnheilige argumentatie

De vraag dringt zich op waarom de regering de doelgroep zo nodig wil beperken.

Mensen hebben geen recht op inburgering zolang ze geen oog hebben op duurzaam verblijf, zo luidt de argumentatie van minister Somers. Zolang de procedure loopt, hoeven we daar niet langer in te investeren.

Het punt is dat de Vlaamse regering asielzoekers is gaan beschouwen als een bekommernis van de federale overheid. Dat is een flauw en betwistbaar argument. Fedasil heeft dan wel de opdracht om asielzoekers toe te leiden naar opleiding en onderwijs. Het is een kernopdracht van de gemeenschappen om het aanbod aan te bieden en te organiseren.

Onder druk van N-VA en het Vlaams Belang wil deze regering geen enkele verantwoordelijkheid meer dragen over asielzoekers. Het gaat in tegen de noden van doelgroep en men denkt er de 'boze kiezer' mee te kunnen paaien.

Einde van een positief model

Tot hiertoe was inburgering in Vlaanderen een positief verhaal. Door een gratis aanbod te combineren met verplichte deelname voor bepaalde doelgroepen hadden we een sterk, eigen model. Het was een evenwichtig beleid en daarom ook succesvol is gebleken.

Sinds de N-VA in de Vlaamse regering zit wordt dit stelselmatig onder vuur genomen. Waar integratie vroeger werd beschouwd als resultaat van participatie, is het aan de nieuwkomers om te bewijzen dat ze de toegang tot onze samenleving verdienen.

Zonder de bestaande werking te evalueren worden beleidsrecepten die elders niet gewerkt hebben, ingevoerd. De druk op de nieuwkomers zal toenemen. Kansen op sociale mobiliteit worden gefnuikt. Samen met de andere maatregelen die in de pijplijn zitten, wordt inburgering een wrang verhaal.

Positief burgerschap

Dit is niet het model waar ecologisten in geloven. Omdat het niet zal werken. Het samenleven draait om een burgerschapsmodel waarin zowel burgers als overheid een actieve rol opnemen.

Een actieve overheid die garant staat voor kwaliteitsvol aanbod inburgering, kan burgers overtuigend aanspreken op hun plichten. Actief investeren in maatschappelijke oriëntatie, in taalverwerving Nederlands, in onderwijs, in gelijke kansen op de arbeids- en woonmarkt, in het tegengaan van discriminatie maakt volwaardig burgerschap mogelijk.

Wie zich hier vestigt, moet de kans krijgen om een volwaardige plek in de samenleving te verwerven. Nieuwkomers - dus ook mensen wiens vraag om internationale bescherming nog in behandeling is - hebben recht op en nood aan een kwaliteitsvol inburgeringsbeleid. Daar hebben zowel de nieuwkomers als de samenleving baat bij.

De Vlaamse regering wil het inburgeringsbeleid in een fundamenteel andere plooi leggen. De kritiek zwelt aan. Deze week nog nam de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) de controversiële plannen onder vuur. Met het betalend maken van het aanbod, de bindende examens en de boetes worden extra drempels opgeworpen voor nieuwkomers. Een andere, nog relatief onbekende maatregel gaat over het beperken van de doelgroep: mensen van wie de aanvraag tot internationale bescherming nog loopt, zullen in de toekomst uitgesloten worden van het recht op inburgering. Het gaat om een aanzienlijk deel van de doelgroep. Afgaand op de cijfers van 2019 zullen 2.306 mensen of ongeveer 10% van het totale aantal inburgeraars uit de boot vallen. Een deel van hen wordt later opgevist, op het moment dat ze bescherming krijgen.Zolang inburgering in Vlaanderen bestaat - ongeveer 20 jaar - zijn asielzoekers deel van de doelgroep. Ze zijn zelfs een periode verplicht geweest. Ze volgen een cursus maatschappelijke oriëntatie, lessen Nederlands en er is een trajectbegeleider die hen begeleidt.Dat dit aanbod nodig is, mag blijken uit het profiel van de doelgroep. 1 op de 10 is volledig ongeletterd, volgens een studie van de KU Leuven, en nog eens 42 procent valt onder het basisniveau dat vereist is om te functioneren in de samenleving.Kandidaat-vluchtelingen wachten vandaag gemiddeld 14 maanden op het resultaat van hun asielaanvraag. Het is de aangewezen periode om bezig te zijn met taalverwerving en hun oriëntering in de maatschappij. De impact ervan op het dagelijks leven is heel reëel: op een nieuwe plek geraken, het openbaar vervoer nemen, op afspraken komen en omgaan met geschreven documenten, maar ook voor de contacten op de school van de kinderen en boodschappen doen.Asielzoekers en de hulpverleners die men hen werken hechten veel belang aan deze integratiekansen. Nieuwkomers dromen ervan om de taal leren, ze streven naar meer zelfstandigheid, ze willen zich sociaal integreren of een bijdrage leveren aan de samenleving. Op het terrein van inburgering worden volop kansen gegrepen. Dat een liberale minister dit in de toekomst onmogelijk maakt is voor mij onbegrijpelijk.Minister Somers beweert in te zetten op economische zelfredzaamheid. Dat is een terechte bezorgdheid. Een belangrijke studie over de arbeidsmarktparticipatie van vluchtelingen toonde aan dat het potentieel van deze mensen in ons land veel te lang onbenut blijft. Elke arbeidsmarktspecialist zal vertellen dat je kandidaat-vluchtelingen niet nodeloos inactief mag houden.Als je weet dat asielzoekers al kunnen starten met een job na 4 maanden, zal de kar meer dan ooit voor het paard gespannen worden. Eenmaal de bescherming is verkregen, komen vluchtelingen terecht in een lastig parket. Naarmate de tijd verstrijkt neemt de kans op werk toe, terwijl ze pas veel later verplicht worden om een verplicht en zwaarder inburgeringstraject te volgen. Nu al ervaren vluchtelingen met inburgeringsverplichtingen - zeker alleenstaanden met kinderen - erg veel moeilijkheden om dit te combineren met werkverplichtingen.Kortom, mensen langer in de wachtkamer zetten én een zwaarder inburgeringstraject introduceren eens ze uit de wachtkamer mogen komen, zal een dubbele rem zetten op duurzame arbeidsmarktparticipatie. De vraag dringt zich op waarom de regering de doelgroep zo nodig wil beperken.Mensen hebben geen recht op inburgering zolang ze geen oog hebben op duurzaam verblijf, zo luidt de argumentatie van minister Somers. Zolang de procedure loopt, hoeven we daar niet langer in te investeren.Het punt is dat de Vlaamse regering asielzoekers is gaan beschouwen als een bekommernis van de federale overheid. Dat is een flauw en betwistbaar argument. Fedasil heeft dan wel de opdracht om asielzoekers toe te leiden naar opleiding en onderwijs. Het is een kernopdracht van de gemeenschappen om het aanbod aan te bieden en te organiseren. Onder druk van N-VA en het Vlaams Belang wil deze regering geen enkele verantwoordelijkheid meer dragen over asielzoekers. Het gaat in tegen de noden van doelgroep en men denkt er de 'boze kiezer' mee te kunnen paaien. Tot hiertoe was inburgering in Vlaanderen een positief verhaal. Door een gratis aanbod te combineren met verplichte deelname voor bepaalde doelgroepen hadden we een sterk, eigen model. Het was een evenwichtig beleid en daarom ook succesvol is gebleken. Sinds de N-VA in de Vlaamse regering zit wordt dit stelselmatig onder vuur genomen. Waar integratie vroeger werd beschouwd als resultaat van participatie, is het aan de nieuwkomers om te bewijzen dat ze de toegang tot onze samenleving verdienen. Zonder de bestaande werking te evalueren worden beleidsrecepten die elders niet gewerkt hebben, ingevoerd. De druk op de nieuwkomers zal toenemen. Kansen op sociale mobiliteit worden gefnuikt. Samen met de andere maatregelen die in de pijplijn zitten, wordt inburgering een wrang verhaal.Dit is niet het model waar ecologisten in geloven. Omdat het niet zal werken. Het samenleven draait om een burgerschapsmodel waarin zowel burgers als overheid een actieve rol opnemen. Een actieve overheid die garant staat voor kwaliteitsvol aanbod inburgering, kan burgers overtuigend aanspreken op hun plichten. Actief investeren in maatschappelijke oriëntatie, in taalverwerving Nederlands, in onderwijs, in gelijke kansen op de arbeids- en woonmarkt, in het tegengaan van discriminatie maakt volwaardig burgerschap mogelijk. Wie zich hier vestigt, moet de kans krijgen om een volwaardige plek in de samenleving te verwerven. Nieuwkomers - dus ook mensen wiens vraag om internationale bescherming nog in behandeling is - hebben recht op en nood aan een kwaliteitsvol inburgeringsbeleid. Daar hebben zowel de nieuwkomers als de samenleving baat bij.