Het stof is gaan liggen, de stemmen zijn geteld. Het is een verkiezingsuitslag waar het Netwerk tegen Armoede allerminst vrolijk van wordt. Voor ons is dit het resultaat van een beleid dat wegkijkt van de noden en bekommernissen van de meest kwetsbare burgers. Het antwoord is niet nog meer politiek op basis van vijandbeelden en stigmatisering. Dit is een noodkreet voor een doortastend beleid dat mensen omarmt, met echte maatregelen en zonder loze beloftes in de strijd tegen armoede.

De afgelopen vijf jaar hebben we een armoedebeleid gezien dat er nauwelijks een was. Zowel de Vlaamse als de federale regering toonden van bij het begin bitter weinig ambitie om echt het verschil te maken. Dat kan en moet beter. Niet ingeloste beloftes genoeg om van onder het stof te halen. We hopen dat regeringen nu echt werk maken van de strijd tegen armoede. Die helpt niet alleen mensen in armoede vooruit, maar de hele samenleving. Armoedebeleid kan maar slagen als dat gebeurt vanuit de kennis en ervaring van mensen in armoede. Daar ontbrak het net aan in het beleid. Nochtans stonden en staan mensen in armoede klaar om hun inbreng te doen. Hoog tijd om met hen rond de tafel te zitten en hun deskundigheid te verankeren in het beleid.

Wie in de volgende regeringen strijd tegen armoede niet als prioriteit ziet, pleegt schuldig verzuim.

Want om tot een ambitieus armoedebeleid te komen, moet je écht luisteren naar mensen in armoede. Naar mensen zoals Monique, Rita, Yves, Cindy of Tessa. Zij waren het gezicht van onze verkiezingscampagne #stemmentegenarmoede. Vanuit hun eigen ervaring legden ze de pijnpunten bloot, maar gaven ze ook antwoorden. Nee, de koopkracht is niet gestegen voor wie onder de armoedegrens leeft. Ja, ook werknemers vertrekken soms met een lege boterhamdoos naar het werk. Nee, de wooncrisis is niet bedwongen, wel integendeel. En nee, werk helpt mensen niet vanzelf uit de armoede. Zo tekenen er zich drie essentiële werven af: inkomens boven de armoedegrens, investeringen in de sociale en private huurmarkt en de maximumfactuur in het secundair onderwijs.

De (laagste) inkomens en uitkeringen optrekken tot de armoedegrens is een belofte die al decennia meegaat. Ook de ontslagnemende federale regering zette ze in het regeerakkoord, maar zonder concreet stappenplan en zonder budget waardoor dit andermaal een loze belofte bleef. Wie straks aanschuift aan de federale onderhandelingstafel, roepen wij op om hier de absolute topprioriteit van te maken, mét timing en voldoende middelen die hiervoor vastgelegd worden. Het wordt meteen een belangrijke test voor de geloofwaardigheid van de volgende regering als het gaat over armoedebestrijding.

De recente studie van KU Leuven maakt het duidelijk. De koopkrachtstijging is een mythe voor wie onder de armoedegrens leeft. Wie langdurig werkloos is, of moet rondkomen met een klein pensioen, zag zijn koopkracht zelfs dalen. Deze groeiende groep mensen hoopt dat de volgende beleidsploeg meer realiteitszin aan de dag legt en ook effectief op het terrein gaat kijken wat de impact is van maatregelen zoals (nog) lagere werkloosheidsuitkeringen of flexi-jobs die volwaardig werk voor laaggeschoolden vernietigt.

De wooncrisis blijft onverminderd voortwoekeren in Vlaanderen. De regering verhoogde wel de investeringen in sociale woningbouw, maar dat was nog te weinig om de wachtlijsten terug te dringen. Die groeiden integendeel tot een schrikbarende 135.000 mensen die moeten overleven op een bijzonder krappe en precaire private huurmarkt. Sociale woningen bouwen kost tijd en geld. Ondertussen moeten mensen beter ondersteund worden op de private huurmarkt. Met een beter en breder toegankelijke huursubsidie, versterking van de sociale verhuurkantoren en stimuleren van geconventioneerd huren (fiscale stimulansen voor private verhuurders om kwaliteitsvolle woningen betaalbaar te verhuren aan kwetsbare gezinnen).

De kinderarmoede in Vlaanderen breekt record na record en schurkt ondertussen tegen de 14% aan. Een schande voor een van de rijkste regio's ter wereld. Ook daar spelen inkomens en huisvesting een cruciale rol, maar specifiek voor kinderen is het nu of nooit voor een maximumfactuur in het secundair onderwijs. De studiekostenmonitor is het instrument om die vorm te geven. De volgende Vlaamse regering heeft geen enkel excuus meer om dit te laten liggen: een algemene maximumfactuur in de eerste graad en een aangepaste factuur per richting in de tweede en derde graad.

Wie in de volgende Vlaamse en federale regering, de strijd tegen (kinder)armoede niet ziet als een topprioriteit, pleegt schuldig verzuim. Armoede bestrijden helpt niet alleen de armen vooruit, maar de hele samenleving. Een beter toegankelijke huurmarkt met betere woningen, verhoogt de leefbaarheid van buurt en is ook nog eens goed voor het klimaat.

Menswaardige uitkeringen geven mensen net de houvast om hun leven weer in handen te nemen en te investeren in de zoektocht naar een geschikte opleiding of werk. De maximumfactuur zorgt ervoor dat kinderen hun talenten maximaal kunnen ontplooien en niet langer richting links moeten laten liggen vanwege de kostprijs. Wie de kans krijgt om te studeren voor zijn droomjob, kan later veel meer bijdragen aan de samenleving en zal veel minder ondersteuning nodig hebben.