Lees ook: Wat loopt fout tussen de 19 Brusselse gemeenten (en het Gewest)?
...

In 2011 stuurde België de lachende Elio Di Rupo (PS) als nieuwe premier de wereld in, nadat ons land 541 dagen zonder regering had gezeten, een nieuw wereldrecord. De internationale media schreef het debacle grotendeels toe aan de eisen van de Vlaamse separatisten.Hoewel N-VA als lid van de federale regering na de aanslagen van 22 maart opnieuw in de vuurlinie staat, schuift het vergrootglas ditmaal ook richting het institutionele lappendeken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Vlaamse partijen zijn unaniem in hun vraag naar een fusie van de zes politiezones in dat gewest, een eis die nauw verbonden is met de vraag naar de samensmelting van de negentien gemeenten.Maar de Franstalige partijen staan al jarenlang op de rem om meer bevoegdheden over te hevelen naar het gewest. Het argument 'daar komen de Vlamingen ons weer zeggen hoe we onze stad moeten besturen' lijkt niet meer op te gaan. Eigenlijk al lang niet meer. Ook Franstalige opiniemakers, ngo's, bedrijfsleiders en steeds meer politici raken overtuigd van de nood aan een sterker gewest. Hun discours verschilt van het Vlaamse, dat zich soms blind staart op de macht van de burgemeesters. De wil om Brussel als volwaardige stad te beschouwen is prominenter, en dan moeten alle taboes kunnen sneuvelen. 'Federaal, maar ook vanuit Vlaanderen én Wallonië, ziet men Brussel als een (internationale) hoofdstad, een verkeersknooppunt en een plaats om te gaan werken of cultuur te beleven. Er gaat te weinig aandacht en financiering naar de bewoners', zegt Isabelle Pauthier van stadsvereniging Arau. 'Politieke zwaargewichten als Didier Reynders (MR) en Laurette Onkelinx (PS), die nu opkomen in de hoofdstad, zijn van oorsprong geen Brusselaars. En het Brussels parlement wordt voor een groot deel bevolkt door burgemeesters of schepenen die hun gemeentelijke belangen komen verdedigen.'Het gewest zit gekneld tussen de grote regeringen en het gemeentelijk niveau, waar sterke burgemeesters stevig op hun stoel zitten. De 19 colleges beslissen elke legislatuur wie de vele functies zal bekleden in gemeentelijke administraties, vzw's en intercommunales. Ze beheren vaak ook een aanzienlijk budget en vastgoedportefeuille. KU Leuven professor Frankie Schram, gespecialiseerd in bestuursrecht, is scherp voor de Brusselse versnippering: 'Je kan geen dorpspolitieke recepten toepassen op een grootstedelijke problematiek.'Het debat over de Brusselse gemeenten is politiek en communautair geladen en dan zijn de clichés nooit ver weg. Daarom loont het de moeite wat cijfermateriaal onder de loep te nemen. In 2014 telden de 19 gemeenten in totaal 15.184 medewerkers, dat zijn er 13 per 1.000 inwoners of net niet het dubbel van de Vlaamse gemeenten, waar per 1.000 inwoners nog geen 8 mensen bij de gemeente werken (50.100 in 2013) [1]. Ook de Brusselse OCMW's stellen bijna dubbel zoveel mensen te werk dan hun Vlaamse tegenhangers: 8,5 tegenover net geen 5 per 1.000 inwoners. Maar dat laatste heeft ongetwijfeld te maken met de ruimere armoedeproblematiek in onze hoofdstad.Els Ampe (Open VLD), schepen van Mobiliteit in de Stad Brussel, pleit voor een toekomstscenario met tien Brusselse gemeenten van elk rond de 100.000 inwoners. Ze heeft het over de optimale omvang: een gemeente als Koekelberg, met iets meer dan 20.000 inwoners, vindt ze te klein in de grootstedelijke context. Brussel stad is dan weer groot genoeg om efficiënt de middelen te besteden. 'Als schepen van Mobiliteit beheer ik 1.200 straten. Dat is veel, maar ik kom nog in alle buurten en weet wat de prioriteiten zijn. Met 6.000 straten op gewestelijk niveau is die nabijheid niet meer mogelijk.' Waar nu de lokale politici nog kunnen afgestraft worden voor hun beleid, dreigt volgens Ampe bij de overdracht van bepaalde bevoegdheden de-responsabilisering. Ook de ambtenaren zouden minder betrokken raken in grote en logge administraties. De cijfers lijken de schepen gelijk te geven. Zowel in Brussel als in Vlaanderen is er een positieve correlatie tussen het personeel en de omvang van de gemeente. De gemeente Halle bijvoorbeeld telt 7 personeelsleden per 1.000 inwoners, in Kortrijk zijn dat er 10 en in Gent 16. Maar Johan Van den Driessche, die voor N-VA in de Brusselse oppositie zetelt, heeft een andere uitleg: 'Grotere steden bieden ook diensten aan niet-inwoners, zoals pendelaars en shoppers. Je hebt er ook zwembaden of theaterzalen.' N-VA pleit in Brussel voor een samensmelting van de negentien gemeenten met het gewest. 'Als je de gemeenten gewoon fuseert zit je voor hetzelfde grondgebied met één superburgemeester en één minister-president, wat in de praktijk onwerkbaar is.' Maar voor de Vlaams-nationalisten is de prioriteit nu de fusie van de politiezones.Volgens VUB-professor Herman Matthijs valt iets te zeggen voor Els Ampes argument van de responsabilisering. 'Maar onderzoek naar de efficiëntie van overheden wees uit dat de ideale schaalgrootte niet bestaat. Alles hangt af van het bevoegdheidsdomein en de lokalisatie', zegt hij. Voor Brussel zijn de academici, ngo's en Vlaamse politici met wie we spraken het erover eens dat een pak bevoegdheden best naar het gewestelijk niveau verhuist. Veiligheid en mobiliteit zijn daar telkens bij.Het was Leuvens burgemeester Louis Tobback die in 1997 het idee lanceerde van 'Brussels DC', een Europees district met bijzonder statuut en aangepaste financiering, in parallel met Washington DC. Professor Frankie Schram is het idee nog steeds genegen: 'Brussel is een fractie van Vlaanderen en Wallonië en had nooit het statuut van een gewest moeten krijgen. Het parlement is een veredelde gemeenteraad. Maar nu het gewest sterk ontwikkeld is, kunnen we er beter op voortbouwen.'De oprichting van het Brussels gewest dateert van de derde staatshervorming in 1989. Naast een parlement en regering voorzag die in de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), 'het parlement van de Vlamingen in Brussel' en haar Franstalige tegenhanger de Cocof. Voor de zogenaamde bicommunautaire aangelegenheden als Zorg kwam er ook nog een Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Net als in de fiscale wetgeving, weerspiegelen de koterijen een belangrijk deel van onze vaderlandse geschiedenis. Maar het grondwettelijk loodgieterswerk, waar Belgische academici lang mee uitpakten, krijgt in het licht van de recente gebeurtenissen toch een ander kleur. De moeilijke samenwerking tussen onze instellingen heeft volgens politicoloog Régis Dandoy (UCL-ULB) alles te maken met de asymmetrische bevoegdheden. Zo heeft de Vlaamse regering, in tegenstelling tot de Waalse en Brusselse, ook gemeenschapsbevoegdheden. Daardoor kunnen de regeringshoofden niet altijd op gelijke voet onderhandelen. 'Bij de hervormingen werd nooit op lange termijn gedacht en later heeft men nooit vereenvoudigd. Ik heb eigenlijk nog bewondering voor de Brusselse regering, die in dit kluwen kan opereren', zegt Dandoy. Maar ook hij is voorstander van een sterker gewest, zonder dat de gemeenten hoeven te verdwijnen. Veiligheid, mobiliteit en onderwijs gaan volgens hem best naar het regionale niveau.Maar de Franstalige partijen zijn weinig happig om nog meer bevoegdheden naar het gewest te versluizen. De laatste jaren zijn al wat inspanningen gebeurd inzake toerisme, openbare netheid, bouwvergunningen of de oprichting van een gewestelijk parkeeragentschap. En er is ook een communautair probleem: de Nederlandstaligen zijn oververtegenwoordigd in het Gewest: terwijl maximum tien procent Nederlands spreekt, leveren ze net als de Franstaligen twee ministers. Een Vlaamse eis nadat bij de eerste staatshervorming pariteit was afgedwongen in de federale regering. In de gemeenten zijn de Nederlandstaligen door de toepassing van kiessysteem Imperiali dan weer ondervertegenwoordigd. Daarom halen de Franstaligen, telkens de vraag naar overheveling op tafel komt, het communautaire argument boven. Maar sommige waarnemers noemen het communautaire een drogreden die opportunistische partijpolitiek verhult. MR is tegen de fusie van de zes politiezones en verdedigt dat standpunt ook binnen de federale regering. Dat zou zijn omdat de PS momenteel als grootste partij de minister-president levert. Als zijn rol uitbreidt, krijgt hij meer invloed over alle gemeenten, niet alleen de socialistische. Voor relatief rustige gemeenten met veel blauw op straat als Ukkel (Armand De Decker) of Etterbeek (Vincent De Wolf) is dat geen leuk vooruitzicht: een nieuwe PS-minister-president of superburgemeester van een eengemaakte politiezone, zal de middelen dan waarschijnlijk herverdelen volgens de reële noden, en meer geven aan armere gemeenten als Molenbeek of Sint-Joost-ten-Node. Bij de PS heerst dan weer een interne machtsstrijd. Met Charles Picqué (Sint-Gilis), Emir Kir (Sint-Joost), Yvan Mayeur (Brussel) en Eric Tomas (Anderlecht) heeft de partij lokaal machtige pionnen, waarmee de minzame minister-president Rudi Vervoort een werkbare relatie wil behouden. Maar minstens met Mayeur lijkt dat al niet te lukken, getuigen verschillende politici. Omdat voor elke bevoegdheidsoverdracht de medewerking van de lokale hanen vereist is, verwacht Régis Dandoy een moeizame strijd. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 in zicht zal de profileringsdrang bovendien niet meer gaan liggen. Toch zijn er ook Franstalige politici uit alle hoeken van het politieke spectrum die de analyse delen dat de burger gebaat is bij een sterker gewest. Ecolo, dat in Brussel samen met Groen één partij vormt, lijkt daar het meest voor open te staan, maar houdt zich op de oppervlakte om de andere Franstalige partijen niet tegen het hoofd te stoten. Maar ook binnen MR, PS of cdH houden de regionalisten zich voorlopig gedeisd.'De Franstalige partijen kennen de problemen, maar weten niet welke richting uitgaan', zegt Dandoy. 'Ze moeten dit eerst onder elkaar bespreken. Als de voorstellen van de N-VA komen, mag je je aan een principiële weigering verwachten.' Het is ook niet uitgesloten dat de Franstaligen heilige huisjes willen zien sneuvelen. Zo kan tweetalig onderwijs weer op tafel komen, of zelfs de uitbreiding van Brussel. Het blijft dus afwachten of de unanieme Vlaamse positie voor de fusie van de zes politiezones en de internationale druk na de aanslagen van 22 maart een debat zonder ingegraven stellingnames zal mogelijk maken. Simon Van Dorpe