"We moeten ons voorbereiden" op andere, problematische mutaties van het virus, onder andere door nog meer in te zetten op genoomanalyse, zei regionaal WHO-directeur Hans Kluge in een onderhoud met het Franse persbureau AFP. In de Europese Unie heeft tot nu toe amper 2,5 procent van de bevolking een eerste prik gekregen. Dat verschillende labo's intussen hebben aangekondigd hun leveringen te zullen opdrijven, doet evenwel de hoop op een versnelde vaccinatie heropleven. "We moeten ons verenigen om de vaccinatie te versnellen. De farmaceutische bedrijven die normaal gezien elkaars concurrenten zijn, moeten nu de krachten bundelen om de productiecapaciteit drastisch op te drijven. Dat is waar we nu nood aan hebben", benadrukte de WHO-topman vanuit Kopenhagen. De grote vraag is of de coronavaccins die sinds december op de markt zijn, doeltreffend zullen blijven tegen de nieuwe varianten, aldus Kluge, die zich naar eigen zeggen "erg ongerust" maakt. "Het is een wrede herinnering aan het feit dat het virus momenteel nog steeds de bovenhand heeft, maar het is geen nieuw virus, het gaat hier om de evolutie van een virus dat probeert om zich aan te passen aan zijn menselijke gastheer", vervolgde Kluge. Toch pleit de Belg ervoor om optimistisch te blijven, ook al lijkt de situatie vandaag moeilijker dan toen de eerste vaccins op de markt kwamen. "Ik ga eerlijk zijn: ik denk dat de tunnel langer is dan we in december dachten, maar het blijft een beter beheersbaar jaar" dan 2020, meende hij. Kluge riep tot slot opnieuw op tot solidariteit met de landen die zich geen vaccin kunnen veroorloven en suggereerde dat de rijke landen misschien meer vaccins zouden kunnen delen van zodra ze een bepaald vaccinatieniveau hebben bereikt. "Wanneer de landen van de Europese Unie een vaccinatiegraad van 20 procent hebben bereikt - 20 procent, dat komt neer op de ouderen, het zorgpersoneel en de risicopatiënten - is het misschien het moment om vaccins te delen." (Belga)

"We moeten ons voorbereiden" op andere, problematische mutaties van het virus, onder andere door nog meer in te zetten op genoomanalyse, zei regionaal WHO-directeur Hans Kluge in een onderhoud met het Franse persbureau AFP. In de Europese Unie heeft tot nu toe amper 2,5 procent van de bevolking een eerste prik gekregen. Dat verschillende labo's intussen hebben aangekondigd hun leveringen te zullen opdrijven, doet evenwel de hoop op een versnelde vaccinatie heropleven. "We moeten ons verenigen om de vaccinatie te versnellen. De farmaceutische bedrijven die normaal gezien elkaars concurrenten zijn, moeten nu de krachten bundelen om de productiecapaciteit drastisch op te drijven. Dat is waar we nu nood aan hebben", benadrukte de WHO-topman vanuit Kopenhagen. De grote vraag is of de coronavaccins die sinds december op de markt zijn, doeltreffend zullen blijven tegen de nieuwe varianten, aldus Kluge, die zich naar eigen zeggen "erg ongerust" maakt. "Het is een wrede herinnering aan het feit dat het virus momenteel nog steeds de bovenhand heeft, maar het is geen nieuw virus, het gaat hier om de evolutie van een virus dat probeert om zich aan te passen aan zijn menselijke gastheer", vervolgde Kluge. Toch pleit de Belg ervoor om optimistisch te blijven, ook al lijkt de situatie vandaag moeilijker dan toen de eerste vaccins op de markt kwamen. "Ik ga eerlijk zijn: ik denk dat de tunnel langer is dan we in december dachten, maar het blijft een beter beheersbaar jaar" dan 2020, meende hij. Kluge riep tot slot opnieuw op tot solidariteit met de landen die zich geen vaccin kunnen veroorloven en suggereerde dat de rijke landen misschien meer vaccins zouden kunnen delen van zodra ze een bepaald vaccinatieniveau hebben bereikt. "Wanneer de landen van de Europese Unie een vaccinatiegraad van 20 procent hebben bereikt - 20 procent, dat komt neer op de ouderen, het zorgpersoneel en de risicopatiënten - is het misschien het moment om vaccins te delen." (Belga)