Er wordt in de eerste plaats gekeken naar de invulboeken, die al vaker de wind van voren kregen en mee verantwoordelijk worden geacht voor de dalende onderwijskwaliteit. Weyts heeft het over de 'problematiek van de invul­boeken'. Enerzijds zijn er de kostprijs en ecologische voetafdruk. 'Anderzijds moeten we de vraag stellen hoe we leerkrachten meer kunnen responsabiliseren', zegt de minister. 'Invulboeken ­laten soms weinig ruimte voor de creativiteit en actie van de leerkracht. Ze dreigen de leerkrachten wat gemakzuchtig te maken.'

De coördinator van de onafhankelijke werkgroep is Luc De Man, een ancien in het Vlaamse onderwijslandschap. Hij neemt als onafhankelijk expert de rol op van bemiddelaar of brug­figuur. 'Er is, maatschappelijk gezien, een enorme nood om in de leermiddelen te duiken', zegt De Man. 'Er zijn heel wat positieve ontwikkelingen in de sector, maar er zijn excessen, onder meer met de invulboeken. De kwaliteit van de leermiddelen wordt vandaag door marktprincipes bepaald: het commerciële weegt zwaarder door dan de kwaliteit. Daarover moeten we serieus praten.'

'Geen staatspedagogiek'

Vandaag is er in Vlaanderen geen enkele vorm van kwaliteitsbepaling op leermiddelen. Nochtans gaat het om een miljoenen­industrie. De Man becijferde dat het in 2017 om 100.081.744 euro ging, voor 10,7 miljoen exemplaren.

'Ook het onderzoek naar de effectiviteit van leermiddelen is een blinde vlek', zegt Tim Surma, onderwijswetenschapper bij het Expertisecentrum voor Effectief Leren van de Thomas More-hogeschool. 'We weten bitter weinig over het basisonderwijs en niets over het secundair onderwijs.'

Het einddoel van de werkgroep ligt niet vast, benadrukt De Man. 'Het doel is om op de een of andere manier de kwaliteit te monitoren, zonder een organisme in het leven te roepen dat een staatspedagogiek oplegt.'

Er wordt in de eerste plaats gekeken naar de invulboeken, die al vaker de wind van voren kregen en mee verantwoordelijk worden geacht voor de dalende onderwijskwaliteit. Weyts heeft het over de 'problematiek van de invul­boeken'. Enerzijds zijn er de kostprijs en ecologische voetafdruk. 'Anderzijds moeten we de vraag stellen hoe we leerkrachten meer kunnen responsabiliseren', zegt de minister. 'Invulboeken ­laten soms weinig ruimte voor de creativiteit en actie van de leerkracht. Ze dreigen de leerkrachten wat gemakzuchtig te maken.' De coördinator van de onafhankelijke werkgroep is Luc De Man, een ancien in het Vlaamse onderwijslandschap. Hij neemt als onafhankelijk expert de rol op van bemiddelaar of brug­figuur. 'Er is, maatschappelijk gezien, een enorme nood om in de leermiddelen te duiken', zegt De Man. 'Er zijn heel wat positieve ontwikkelingen in de sector, maar er zijn excessen, onder meer met de invulboeken. De kwaliteit van de leermiddelen wordt vandaag door marktprincipes bepaald: het commerciële weegt zwaarder door dan de kwaliteit. Daarover moeten we serieus praten.'Vandaag is er in Vlaanderen geen enkele vorm van kwaliteitsbepaling op leermiddelen. Nochtans gaat het om een miljoenen­industrie. De Man becijferde dat het in 2017 om 100.081.744 euro ging, voor 10,7 miljoen exemplaren. 'Ook het onderzoek naar de effectiviteit van leermiddelen is een blinde vlek', zegt Tim Surma, onderwijswetenschapper bij het Expertisecentrum voor Effectief Leren van de Thomas More-hogeschool. 'We weten bitter weinig over het basisonderwijs en niets over het secundair onderwijs.' Het einddoel van de werkgroep ligt niet vast, benadrukt De Man. 'Het doel is om op de een of andere manier de kwaliteit te monitoren, zonder een organisme in het leven te roepen dat een staatspedagogiek oplegt.'