De CO2-uitstoot van de energiesector kwam uit op 33 gigaton. Dat was evenveel als in 2018, en dat ondanks een wereldwijde economische groei van 2,9 procent, aldus het agentschap. Dat had eerder een nieuwe toename verwacht. De stabilisering is volgens het IEA voornamelijk gelinkt aan de grotere rol van hernieuwbare energiebronnen (vooral wind- en zonne-energie) in ontwikkelde landen, de overgang van steenkool naar aardgas en een hogere productie in de kerncentrales.

Daarnaast speelden ook het zachte weer in verschillende landen en een tragere economische groei in opkomende economieën een rol.

Meer concreet daalde de CO2-uitstoot in de Europese Unie (met 160 miljoen ton of 5 procent). 'Er werd voor het eerst meer elektriciteit opgewekt uit aardgas dan uit kolen', klinkt het. Ook in de Verenigde Staten (met 140 miljoen ton of 2,9 procent) en Japan (met 45 miljoen ton of 4 procent) daalde de CO2-uitstoot.

Volgens het IEA is de CO2-uitstoot van de energiesector in de ontwikkelde landen nu gedaald tot het niveau van eind jaren tachtig, toen de vraag naar elektriciteit een derde lager lag dan vandaag.

Die dalingen werden echter tenietgedaan door een 400 miljoen ton hogere uitstoot elders. Bijna 80 procent daarvan kwam vanuit Azië, waar de energieproductie op basis van kolen blijft toenemen. 'We moeten nu hard werken om ervoor te zorgen dat 2019 herinnerd zal worden als een definitieve piek in de wereldwijde uitstoot, en niet als slechts een pauze in de groei', stelt IEA-topman Fatih Birol in een persbericht. 'We hebben de technologieën om dit te doen, en we moeten ze allemaal gebruiken.'

De CO2-uitstoot van de energiesector kwam uit op 33 gigaton. Dat was evenveel als in 2018, en dat ondanks een wereldwijde economische groei van 2,9 procent, aldus het agentschap. Dat had eerder een nieuwe toename verwacht. De stabilisering is volgens het IEA voornamelijk gelinkt aan de grotere rol van hernieuwbare energiebronnen (vooral wind- en zonne-energie) in ontwikkelde landen, de overgang van steenkool naar aardgas en een hogere productie in de kerncentrales. Daarnaast speelden ook het zachte weer in verschillende landen en een tragere economische groei in opkomende economieën een rol. Meer concreet daalde de CO2-uitstoot in de Europese Unie (met 160 miljoen ton of 5 procent). 'Er werd voor het eerst meer elektriciteit opgewekt uit aardgas dan uit kolen', klinkt het. Ook in de Verenigde Staten (met 140 miljoen ton of 2,9 procent) en Japan (met 45 miljoen ton of 4 procent) daalde de CO2-uitstoot. Volgens het IEA is de CO2-uitstoot van de energiesector in de ontwikkelde landen nu gedaald tot het niveau van eind jaren tachtig, toen de vraag naar elektriciteit een derde lager lag dan vandaag. Die dalingen werden echter tenietgedaan door een 400 miljoen ton hogere uitstoot elders. Bijna 80 procent daarvan kwam vanuit Azië, waar de energieproductie op basis van kolen blijft toenemen. 'We moeten nu hard werken om ervoor te zorgen dat 2019 herinnerd zal worden als een definitieve piek in de wereldwijde uitstoot, en niet als slechts een pauze in de groei', stelt IEA-topman Fatih Birol in een persbericht. 'We hebben de technologieën om dit te doen, en we moeten ze allemaal gebruiken.'