'Restrictions on religion don't just affect those who are religious; people who are religiously unaffiliated also are harassed because of what they believe. And the number of countries where religiously unaffiliated people experienced harassment rose sharply in 2017', zo lezen we in een recent rapport van het Pew Research Center (PEW), een Amerikaanse denktank.

Atheisten, agnosten en andere dissidenten die zich niet bekennen tot een bepaalde religie worden in diverse landen belaagd door de overheid dan wel door groeperingen allerhande. Sinds 2012 monitort het PEW research center intolerantie jegens voormelde groepen. Opmerkelijke vaststelling: de vervolging van atheïsten, agnosten, vrijdenkers blijft stijgen. In 2016 kwamen 14 landen in het vizier, in 2017 steeg dit tot 27 landen. Verbaal geweld, fysisch geweld zelfs de doodstraf zijn hun lot. Iran, Rusland, Maleisië en Saoedi-Arabië, maar ook Rusland of Armenië vallen op als landen waar de overheid afwijkende levensbeschouwingen vervolgt.

In Turkije, Jemen, Bangladesh, zelfs in de Verenigde Staten, is er sprake van levensbeschouwelijke onverdraagzaamheid. PEW concludeert dat de meeste intolerantie voorkomt in landen met een meerderheid die ofwel moslim (15) of christelijk (7) is. Andere casus: India, met een overwicht van Hindoes.

Religiegezant

Midden juli maakte de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok, tijdens een internationale conferentie over godsdienstvrijheid in Washington bekend dat Nederland een religiegezant, Jos Douma, had aangeduid. Deze krijgt als opdracht wereldwijd aandacht te vragen voor godsdienstvrijheid en geloofsvervolging.

De functie van religiegezant kwam er blijkbaar op verzoek van drie Nederlandse politieke partijen die geloof als identiteitskenmerk hebben: het Christen-Democratisch Appèl (CDA), de ChristenUnie (CU) en de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Met CDA en CU in het kabinet krijgt religie duidelijk meer aandacht. In het regeerakkoord van Rutte III staan trouwens diverse passages waarin religie en levensbeschouwing aan bod komen.

In een Kamerdebat over de begroting van Buitenlandse Zaken, eind 2018, had CDA-Kamerlid Van Helvert de bal aan het rollen gebracht. Om ook de seculieren over de streep te krijgen werd tijdens de daaropvolgende gesprekken bevestigd dat ook niet-gelovigen op bescherming konden rekenen en dat er ook oog zou zijn voor het afschaffen van de wetten die godslastering strafbaar stellen.

Wereldwijd blijft het geweld tegen ongelovigen of andersgelovigen toenemen.

Voor het Nederlandse Humanistisch Verbond, dat al langer ageert tegen de discriminatie van ongelovigen, een belangrijk gebeuren: 'Voor godsdienstige mensen is vaak al goed georganiseerde steun. Voor niet-godsdienstige mensen ontbreekt die steun in grote delen van de wereld. En dat terwijl het hard nodig is.'

Douma heeft er een diplomatieke carrière op zitten. Dat hij van protestantse signatuur is ziet hij niet onmiddellijk als een probleem, zo kan hij zich goed inleven in de belevingswereld van gelovigen.

Benevens de aanstelling van deze speciale religiegezant beschikt Nederland sinds 2000 ook over een mensenrechtenambassadeur Bahia Tahzib-Lie waarmee Douma nauw gaat samenwerken. Op de site van de Nederlandse Rijksoverheid is te lezen dat de mensenrechtenambassadeur mensenrechten wereldwijd bevordert en daarbij de Nederlandse regering vertegenwoordigt. Goede samenwerking met maatschappelijke organisaties, activisten, vakbonden en internationale organisaties is daarbij van groot belang.

Dat de Nederlandse overheid werk maken wil van de vrijheid van religie en levensovertuiging blijkt ook uit het voornemen om eind dit jaar een conferentie over religieuze (in)tolerantie te organiseren.

Minister Stef Blok mocht dan wel benadrukken dat hij trots is een land te vertegenwoordigen dat tolerantie hoog in het vaandel voert, een land waar er een scheiding is tussen kerk en staat en waar de vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor vrouwen en gelijke rechten voor lhbti'ers voorop staan, de invulling die gegeven zal worden aan het artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens lijkt eerder te focussen op religieuze vrijheid.

Het CDA, de CU en de SGP hebben trouwens duidelijk elk een eigen invulling van het takenpakket dat aan beide afgevaardigden wordt toekend. Tijdens de debatten die aan deze aanstelling voorafgingen - zo is te lezen in o.a. het Reformatorisch Dagblad - werd gewezen op een 'religieus analfabetisme' waardoor Nederland in zijn geheel (en meer bepaald het ministerie van Buitenlandse Zaken) het gevaar loopt (dixit Van Helvert) het belang van religie onderschatten : 'Religie neemt immers niet af, het belang ervan neemt toe en Nederland onderschat op deze wijze, op het terrein van de buitenlandse politiek, het belang van godsdienst.'

De aanstelling van deze gezant is op zich een goed initiatief. Toch blijft men na lezing van de intentieverklaring van de minister met een gevoel van onvoldaanheid achter. Dat gelijkgezinden, hier dus christenen, aandacht vragen voor vervolging van hun geloofsgenoten, zal niemand verwonderen. Dat men hierbij de grondrechten van vervolgde groepen uit het oog dreigt te verliezen is dat inderdaad wel.

De Factory (Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) in Tilburg) die een aantal rapporten waarin vervolging werd vastgesteld onder de loep legde, concludeerde dat onderzoeken te vaak focussen op een christelijke populatie. Dat is ook gebleken in België, waar de bevoegde minister en staatssecretaris, bijzondere aandacht hadden voor het faciliteren van vluchtelingen van chistelijk geloof. Het staat echter buiten kijf dat '(...)het in landen waar kerk en staat niet gescheiden zijn gevaarlijk is om een andere religie te hebben'.

Beide afgevaardigden zullen daarbij duidelijk niet enkel werk hebben met het inventariseren en ageren tegen discriminatie van gelovigen. Het is ook zeer de vraag of deze gezant zelf over de noodzakelijke macht en gezag zal beschikken om die landen die diegenen die niet geloven of kritisch staan ten opzichte van religie, tot meer tolerantie te bewegen. Veel landen hebben nog steeds een arsenaal aan maatregelen tegen andersdenkenden en vervolgen zonder scrupules wegens bv. blasfemie, zogeheten zondigen en/of geloofsafval.

De studies uitgevoerd in opdracht van de Internationale Humanistische en Ethische Unie (IHEU) tonen immers keer na keer aan hoe zeker ongelovigen veel kans maken te worden vervolgd en mishandeld. Zeker in die landen met een staatsreligie is hun bestaansrecht bedreigd. De politiek dient dus nog heel wat beslissingen te nemen wil het een tolerantere maatschappij inrichten.

Vervolging van andersdenkenden neemt gevaarlijke proporties aan

Op 15 juli 2019 publiceerde het PEW Research Center het rapport 'A Closer Look at How Religious Restrictions Have Risen Around the World', een rapport dat een inkijk geeft hoe godsdienstige beperkingen zijn toegenomen in de periode 2007-2017.

De conclusies van dit rapport zijn dat het aantal landen met duidelijke begrenzing van religieuze beleving vrij hoog ligt. De vervolging van niet-gelovigen scoort echter zeer hoog en dit wordt vaak onderschat. Bij de 25 landen waar er de meeste beperkingen te noteren zijn, vallen Egypte, Indië, Rusland, Pakistan en Indonesië op. De ongelijke behandeling kan diverse vormen aannemen: van favoritisme tot het niet erkennen van een religie/levensbeschouwing, over vervolging tot opsluiting en het bestraffen van apostasie. En daar eindigt het soms niet bij. Over de vervolging van niet-gelovigen zelf worden sinds enkele jaren cijfers bijgehouden. Ook hier is een duidelijke stijging merkbaar.

In een eerder verschenen rapport voorspelde PEW dat, hoewel het aantal personen zonder religie wereldwijd in absolute aantallen zal toenemen, in de toekomst een procentuele daling van deze groep (van 16% in 2016 naar 13% in 2060) voorspeld kan worden. De theorie die stelt dat een verbetering van de economische situatie en de leefomstandigheden een onttovering tot gevolg heeft wordt dus ook door PEW niet weerhouden. Zeker in landen met een moslimmeerderheid en hindoemeerderheid is er een grote trouw aan religie te noteren.

Het PEW-rapport van augustus 2019. 'Religion & Public Life' gaat nader in op de vervolging van niet-gelovigen. De landen waar vervolging werd vastgesteld bevinden zich in de regio gevormd door Oost-Azië, Zuid-Azië, Oceanië, Afrika. Er is ook een opvallende stijging van agressie jegens niet-gelovigen in de Verenigde Staten. Er is sprake van anti-atheïstische kwezelarij en discriminatie. Het Federal Bureau of Investigation, de Amerikaanse federale politiedienst, stelde in 2017, een stijging van haatmisdrijven jegens atheïsten en agnosten vast.

Jaar na jaar wijzen zeker de 'Freedom of Thought'-rapporten erop dat er sprake is van een intenser wordende discriminatie en vervolging niet-gelovigen. Rechten van ongelovigen worden geschonden. Godslastering en afvalligheid worden in vele landen effectief gesanctioneerd. In rapporten wordt gesignaleerd dat het geweld tegen ongelovigen soms niet of nauwelijks wordt aangepakt.

Naar aanleiding van de presentatie van het rapport, 'Freedom of Thought 2012' door de International Humanist and Ethical Union (IHEU), werd door Heiner Bielefeldt, speciale rapporteur van de Verenigde Naties op het gebied van vrijheid van religie of overtuiging, reeds opgemerkt dat er onvoldoende besef is dat ook atheïsten bescherming genieten op grond van internationale mensenrechtenverdragen. In dit rapport werd gewezen op het feit dat er in diverse landen wetten van kracht zijn die gewoonweg het bestaansrecht van atheïsten ontkennen, de vrijheid van overtuiging en meningsuiting inperken en zelfs het recht op staatsburgerschap ontnemen. Een bekend voorbeeld van onderdrukking is dat van de Saudische blogger Raif Badawi, o.a. medeoprichter van het Saudi Liberal Network. Hij werd in 2013 opgepakt omdat hij in blogposts de vrijheid van meningsuiting en gelijke rechten verdedigde en religiekritiek had geuit.

Regelmatig gaat het om medeburgers die gewelddadig zijn tegenover afvalligen, of die daartoe worden aangezet, zei Boris van der Ham, voorzitter van het (Nederlandse) Humanistisch Verbond eind 2017. In Maleisië riep onlangs nog een minister op tot een heksenjacht op afvallige moslims. Ongelovigen in deze landen hebben twee opties: je wordt onzichtbaar of je bent doelwit. Het Humanistisch Verbond riep Nederland op om zich in te zetten voor de vrijheid van niet-gelovigen: 'Juist kritische denkers zijn onze bondgenoten in een wereld waarin religieus dogmatisme vrijheid en mensenrechten onder druk zet.'

Het 'Freedom of Thought Report 2018' concludeerde dat niet-gelovigen in een groot aantal landen worden vervolgd. Uit de inventarisatie van de situatie in 196 landen blijkt dat België, Nederland en Taiwan de beste landen zijn om er als atheïst of vrijdenker (of als gelovige) te verblijven. Als criteria om de ranglijst op te stellen gelden vier thema's: grondwet en overheid, onderwijs en kinderrechten, samenleving, gemeenschap en gezin en vrijheid van meningsuiting en humanitaire waarden. Frankrijk en Japan scoren eveneens zeer goed. Het meest onzeker is de situatie van atheïsten en vrijdenkers in landen zoals Pakistan, de Malediven, Afghanistan, Iran en Saudi-Arabië. De vervolging neemt er de vorm aan van pesterijen, het bemoeilijken van de toegang tot bepaalde betrekkingen, gevangenisstraf, marteling of de doodstraf.

Saoedi-Arabië spant de kroon. Vier jaar geleden werd er een wet van kracht die atheïsme gelijkstelt aan terrorisme. Dat het menens is blijkt uit de zaak Ahmad al-Sharmi die vanwege zijn atheïstische overtuiging door een rechtbank ter dood veroordeeld. Sindsdien is niets geweten over zijn lot. Een ander voorbeeld is Pakistan. Wie er wordt beschuldigd van godslastering loopt het risico gelyncht te worden. De bekendste casus is die van Asia Bibi. Pakistan heeft haar (na acht jaar opsluiting op beschuldiging van blasfemie) uiteindelijk naar Canada laten uitreizen. Begin dit jaar nog werd in Iran mensenrechtenactiviste Nasrin Sotoudeh veroordeeld tot 38 jaar opsluiting en 148 zweepslagen. Deze advocate had het gewaagd vrouwen te verdedigen die zich hadden verzet tegen de verplichting een hoofddoek te dragen en hadden gedemonstreerd voor vrouwenrechten. Nog een ander voorbeeld van vervolging is Gulalai Ismail, een Pakistaanse activiste en bestuurslid van Humanists International. Zij strijdt voor gelijke rechten, ageert tegen gedwongen huwelijken en klaagt groepsverkrachtingen aan.

Brian Whitaker, schrijver van het boek 'Arabs without God' betoogt dat in vele van deze landen atheïsme nog steeds gezien wordt als de meest de extreme vorm van dissidentie. Atheïsme is, in landen waar religie en identiteit nauw met elkaar verbonden zijn, immers veelal synoniem voor identiteitsverzaking en immoraliteit. Niet-geloven wordt er gesanctioneerd met uitsluiting en isolement.

Alertheid en assertiviteit

België staat dus op eenzame hoogte wat het respecteren van de rechten van gelovigen en ongelovigen betreft. De seculier-democratische rechtsstaat staat er borg voor het garanderen van de constitutioneel verankerde basisrechten. Dit wil echter niet zeggen dat België en Vlaanderen geen vorderingen kunnen maken.

De Rooms-Katholieke Kerk wist sinds 1830, via lobbywerk, immers haar prerogatieven zo te verankeren dat zij over een bijzondere status beschikt en zo grondwettelijk verzekerd is van een ononderbroken financieringsstroom. In de loop van de daaropvolgende decennia wist zij zich tevens in diverse maatschappelijke sectoren incontournable te maken, dan wel deze quasi te monopoliseren: "soevereiniteit in eigen kring op 's lands kosten". De 'Commissie van Wijzen' (2005) en de 'Werkgroep Magits-Christians' (2009), beiden een initiatief van de FOD Justitie, legden de talrijke mankementen en ongerijmdheden bloot.

Onderbelicht is zeker de ongemakkelijke situatie, ook in België, van zij die wensen te onttoveren. Interessant is onder meer de verkenning (verschenen onder de titel Atheïstische voormalige moslims) door Johan Leman onder moslims. Hij ging hierbij op zoek naar de motieven voor de geloofsverzaking. Begin 2017 riep Maarten Boudry in De Morgen afvallige moslims op om van zich te laten horen.

Een ander initiatief dat navolging verdient ten slotte is het Nederlandse platform 'Nieuwe Vrijdenkers' dat, via begeleiding, ontmoetingsbijeenkomsten, borrels en lezingen, een bijdrage leveren wil aan de emancipatie in Nederland van niet-geloven in de moslimgemeenschap. Daarnaast wordt ook aandacht geschonken aan vrijdenkers in een asielprocedure. Hierbij wordt nadruk gelegd op vrijheid van religie en levensbeschouwing, m.a.w. het recht om niet te geloven, concreet gestalte te geven in de asielzoekerscentra.

Alain Vannieuwenburg is ethicus, ere-hoofdcontroleur van het Rekenhof en lid van de humanistische denktank Kwintessens. Hij is recent gepromoveerd in Leiden met de studie 'Pleidooi voor een lekenrenaissance. Een ideeënhistorische verkenning van de oorzaken en de gevolgen van de constitutionele verankering van de prerogatieven van de levensbeschouwingen in België met bijzondere aandacht voor het onderwijs'.