Tijdens de wereldwijde financiële crisis van 2009 gingen vier keer minder werkuren verloren dan vorig jaar, zo blijkt. In de Europese Unie was er in 2020 een terugval van 8,3 procent van de werkuren, of het equivalent van 15 miljoen voltijdse banen. Het verlies aan werkuren was bijzonder hoog in Zuid-Europa (12,3 procent), met verliezen in Italië en Spanje van respectievelijk 13,5 procent en 13,2 procent. Van de Benelux-landen werd België het hardst getroffen met een daling van 7,3 procent van het aantal werkuren tijdens het afgelopen jaar (vergeleken met 4,3 procent in Nederland en 3,7 procent in Luxemburg). Mensen verlieten de arbeidsmarkt omdat ze volgens de IAO niet in staat waren te werken, misschien als gevolg van pandemische beperkingen, of hielden gewoon op met het zoeken naar werk. Wanneer alleen naar de werkloosheid wordt gekeken, wordt het effect van COVID-19 op de arbeidsmarkt drastisch onderschat, aldus de IAO. De massale verliezen hebben geleid tot een daling van het wereldwijde arbeidsinkomen met 8,3 procent (voor de steunmaatregelen zijn meegerekend), wat overeenkomt met 3,7 biljoen dollar of 4,4 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp). Het verlies van werkgelegenheid was het grootst in Noord- en Zuid-Amerika en het kleinst in Europa en Centraal-Azië, waar de arbeidstijdverkorting op grote schaal werd ondersteund door regelingen voor het behoud van banen, vooral in Europa. Hoewel er nog steeds grote onzekerheid heerst, blijkt uit de laatste prognoses van de IAO voor 2021 dat de meeste landen in de tweede helft van dit jaar een "relatief sterk herstel" zullen kennen, wanneer de vaccinatieprogramma's effect beginnen te sorteren. "De tekenen van herstel die we zien, zijn bemoedigend, maar ze zijn broos en hoogst onzeker, en we mogen niet vergeten dat geen enkel land of geen enkele groep het herstel alleen aankan", aldus Guy Ryder, directeur-generaal van de IAO. (Belga)

Tijdens de wereldwijde financiële crisis van 2009 gingen vier keer minder werkuren verloren dan vorig jaar, zo blijkt. In de Europese Unie was er in 2020 een terugval van 8,3 procent van de werkuren, of het equivalent van 15 miljoen voltijdse banen. Het verlies aan werkuren was bijzonder hoog in Zuid-Europa (12,3 procent), met verliezen in Italië en Spanje van respectievelijk 13,5 procent en 13,2 procent. Van de Benelux-landen werd België het hardst getroffen met een daling van 7,3 procent van het aantal werkuren tijdens het afgelopen jaar (vergeleken met 4,3 procent in Nederland en 3,7 procent in Luxemburg). Mensen verlieten de arbeidsmarkt omdat ze volgens de IAO niet in staat waren te werken, misschien als gevolg van pandemische beperkingen, of hielden gewoon op met het zoeken naar werk. Wanneer alleen naar de werkloosheid wordt gekeken, wordt het effect van COVID-19 op de arbeidsmarkt drastisch onderschat, aldus de IAO. De massale verliezen hebben geleid tot een daling van het wereldwijde arbeidsinkomen met 8,3 procent (voor de steunmaatregelen zijn meegerekend), wat overeenkomt met 3,7 biljoen dollar of 4,4 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp). Het verlies van werkgelegenheid was het grootst in Noord- en Zuid-Amerika en het kleinst in Europa en Centraal-Azië, waar de arbeidstijdverkorting op grote schaal werd ondersteund door regelingen voor het behoud van banen, vooral in Europa. Hoewel er nog steeds grote onzekerheid heerst, blijkt uit de laatste prognoses van de IAO voor 2021 dat de meeste landen in de tweede helft van dit jaar een "relatief sterk herstel" zullen kennen, wanneer de vaccinatieprogramma's effect beginnen te sorteren. "De tekenen van herstel die we zien, zijn bemoedigend, maar ze zijn broos en hoogst onzeker, en we mogen niet vergeten dat geen enkel land of geen enkele groep het herstel alleen aankan", aldus Guy Ryder, directeur-generaal van de IAO. (Belga)