'In België is zowel de mentale als fysieke gezondheid de belangrijkste determinant van het welzijn', stelt het Planbureau. Over de onderzochte periode is dat welzijn globaal gedaald, vanwege de achteruitgang van de gezondheidstoestand. 'Een waarschijnlijke verklaring voor deze verslechtering is dat de mentale gezondheidstoestand van de Belgen sinds 2008 over het algemeen is achteruitgegaan', klinkt het.

De indicator toont een stijging van het welzijn van de Belgen sinds 2005 tot 2008, wanneer het welzijn zijn hoogste niveau bereikt. Die toename is hoofdzakelijk te danken aan het aandeel van mensen dat zich 'in een situatie van ernstige materiële ontbering' bevindt. In mindere mate is die toename ook te danken aan de verbetering van de gezondheidstoestand en een daling van de werkloosheid en van het aantal vroege schoolverlaters, klinkt het.

Vanaf 2008, het uitbreken van de financieel-economische crisis, daalt het welzijn 'aanzienlijk en over meerdere jaren'. In 2011 bereikt het zijn laagste niveau, waarna een toename in 2012 volgt. Die evolutie tussen 2008 en 2012 is volgens het Planbureau 'hoofdzakelijk het gevolg van de evolutie van de gezondheidstoestand van de Belgen over dezelfde periode'. Die gezondheidstoestand verslechtert tussen 2008 en 2011 en neemt toe in 2012.

Tussen 2012 en 2015 daalt het welzijn opnieuw. Dat komt wederom door een verslechtering van de gezondheidstoestand, maar ook van het sociaal netwerk en een toename van de arbeidsongeschiktheid. De lichte stijging van het welzijn tussen 2015 en 2016 is het gevolg van een verbetering van het sociaal netwerk, en in mindere mate ook van een verbetering van de ernstige materiële ontbering en van het aantal vroegtijdige schoolverlaters.

Ondanks de lichte stijging in 2016, blijft het welzijn van de Belgen ruimschoots onder het niveau van voor de financieel-economische crisis. Dit in tegenstelling tot het bbp per inwoner, besluit het Planbureau. De indicator heeft wel nog enkele zwakke punten, merkt het Planbureau op. Zo is die gebaseerd op de 'nog steeds beperkte kennis over het welzijn', bestaat die uit 'een beperkt aantal indicatoren' en is de verbetering van het welzijn afhankelijk van de verbetering van alle componenten ervan.

'In België is zowel de mentale als fysieke gezondheid de belangrijkste determinant van het welzijn', stelt het Planbureau. Over de onderzochte periode is dat welzijn globaal gedaald, vanwege de achteruitgang van de gezondheidstoestand. 'Een waarschijnlijke verklaring voor deze verslechtering is dat de mentale gezondheidstoestand van de Belgen sinds 2008 over het algemeen is achteruitgegaan', klinkt het. De indicator toont een stijging van het welzijn van de Belgen sinds 2005 tot 2008, wanneer het welzijn zijn hoogste niveau bereikt. Die toename is hoofdzakelijk te danken aan het aandeel van mensen dat zich 'in een situatie van ernstige materiële ontbering' bevindt. In mindere mate is die toename ook te danken aan de verbetering van de gezondheidstoestand en een daling van de werkloosheid en van het aantal vroege schoolverlaters, klinkt het. Vanaf 2008, het uitbreken van de financieel-economische crisis, daalt het welzijn 'aanzienlijk en over meerdere jaren'. In 2011 bereikt het zijn laagste niveau, waarna een toename in 2012 volgt. Die evolutie tussen 2008 en 2012 is volgens het Planbureau 'hoofdzakelijk het gevolg van de evolutie van de gezondheidstoestand van de Belgen over dezelfde periode'. Die gezondheidstoestand verslechtert tussen 2008 en 2011 en neemt toe in 2012. Tussen 2012 en 2015 daalt het welzijn opnieuw. Dat komt wederom door een verslechtering van de gezondheidstoestand, maar ook van het sociaal netwerk en een toename van de arbeidsongeschiktheid. De lichte stijging van het welzijn tussen 2015 en 2016 is het gevolg van een verbetering van het sociaal netwerk, en in mindere mate ook van een verbetering van de ernstige materiële ontbering en van het aantal vroegtijdige schoolverlaters. Ondanks de lichte stijging in 2016, blijft het welzijn van de Belgen ruimschoots onder het niveau van voor de financieel-economische crisis. Dit in tegenstelling tot het bbp per inwoner, besluit het Planbureau. De indicator heeft wel nog enkele zwakke punten, merkt het Planbureau op. Zo is die gebaseerd op de 'nog steeds beperkte kennis over het welzijn', bestaat die uit 'een beperkt aantal indicatoren' en is de verbetering van het welzijn afhankelijk van de verbetering van alle componenten ervan.