De noodkreet van jongeren - dat het niet goed gaat met hun mentaal welbevinden - is zeker in coronatijd nog meer naar boven gekomen. Veel jongeren zitten niet goed in hun vel, hebben stress, kunnen niet goed meer ontspannen, lopen op de toppen van hun tenen. Dat het niet goed gaat met het mentaal welbevinden, is niet nieuw. Ook voor corona hadden veel jongeren last van psychische klachten. In de SIGMA-studie (KU Leuven, 2018) bij 2000 leerlingen in 22 Vlaamse scholen, rapporteert één op twee jongeren iets van psychische klachten zoals niet zo goed slapen, je vaak ergeren aan iets of je snel gekwetst voelen. Die relatief milde klachten zijn niet ongewoon tijdens de woelige adolescentie. Maar één op vijf heeft matige tot ernstige psychische klachten. In elke klas zitten dus leerlingen die het moeilijk hebben.

Welbevinden leerlingen is kerntaak van onderwijs.

Een belangrijke bevinding van de SIGMA-studie is dat sociaal welzijn nauw samenhangt met mentaal welzijn. Jongeren met goede sociale vaardigheden rapporteren minder psychische klachten. Maar ook wanneer jongeren iemand hebben bij wie ze terecht kunnen, die hen steunt en naar hen luistert, hebben ze minder klachten. Tegelijkertijd heeft een kwart van de jongeren nauwelijks iemand bij wie ze kunnen aankloppen. Hier ligt dus een belangrijke taak voor het onderwijs. Leraren zien hun leerlingen iedere dag. Samen timmeren ze aan hun toekomst. Terecht werken ze hard aan kennis en schoolse vaardigheden. Maar wat met emotionele en sociale vaardigheden? Hoe ga je om met stress, hoe krop je emoties niet op maar kanaliseer je ze op een gezonde manier, hoe reageer je op conflicten? Maar ook: hoe leer je je grenzen kennen en trekken, bij wie klop je aan als je je even niet goed voelt? Zonder die vaardigheden kunnen jongeren niet uitgroeien tot mentaal gezonde en stabiele volwassenen.

Veel leraren voelen intuïtief hoe belangrijk die vaardigheden zijn en zetten erop in, dit jaar nog meer dan andere jaren. Mentaal welbevinden - weten hoe je goed voor jezelf en voor anderen kan zorgen - verdient een meer prominente plaats in het onderwijs en de eindtermen. Maar ook de leraren zelf zijn belangrijke rolmodellen; zij tonen hoe ze zelf omgaan met emoties, stress en conflicten. Ze maken online, in de klas of op de speelplaats tijd voor een babbel. Ze luisteren echt. Hoe hard leerlingen dat waarderen en nodig hebben, blijkt oorverdovend mooi uit de 18000 reacties op de Leraar van het Jaar-verkiezing van Klasse. Het thema in dit corona-jaar: leraren houden geen afstand.

Al vinden niet alle leraren het even makkelijk om in gesprek te gaan. Sommigen voelen zich onbeholpen of durven niet. Want hoe reageer je als een leerling je toevertrouwt dat hij/zij diep zit? Dat geven lerarenopleidingen of nascholingen onvoldoende mee. Drie dingen zijn hierbij cruciaal: negeer of minimaliseer signalen niet, spreek je leerlingen aan en laat ze niet los, en ken de organisaties waarnaar je kan doorverwijzen. Leraren hoeven geen psycholoog of hulpverlener te zijn. Maar ze zijn wel vaak het eerste aanspreekpunt, die jongeren kunnen steunen en helpen, en wanneer nodig kunnen gidsen richting professionele hulp.

Het mentaal welzijn van jonge mensen is de verantwoordelijkheid van ons allen: ouders, gezinnen, families, vrienden, jeugdleiders, sporttrainers, ... Maar ook het onderwijs speelt hier een belangrijke rol, en als we erin slagen een betere en vlottere verbinding te creëren tussen onderwijs en zorg, dan kunnen we in de toekomst hopelijk vermijden dat jonge mensen in psychische nood alleen achterblijven.

Inez Germeys is Hoogleraar Contextuele Psychiatrie aan de KU Leuven. Ze is lid van werkgroep Psychologen en Corona.

De noodkreet van jongeren - dat het niet goed gaat met hun mentaal welbevinden - is zeker in coronatijd nog meer naar boven gekomen. Veel jongeren zitten niet goed in hun vel, hebben stress, kunnen niet goed meer ontspannen, lopen op de toppen van hun tenen. Dat het niet goed gaat met het mentaal welbevinden, is niet nieuw. Ook voor corona hadden veel jongeren last van psychische klachten. In de SIGMA-studie (KU Leuven, 2018) bij 2000 leerlingen in 22 Vlaamse scholen, rapporteert één op twee jongeren iets van psychische klachten zoals niet zo goed slapen, je vaak ergeren aan iets of je snel gekwetst voelen. Die relatief milde klachten zijn niet ongewoon tijdens de woelige adolescentie. Maar één op vijf heeft matige tot ernstige psychische klachten. In elke klas zitten dus leerlingen die het moeilijk hebben. Een belangrijke bevinding van de SIGMA-studie is dat sociaal welzijn nauw samenhangt met mentaal welzijn. Jongeren met goede sociale vaardigheden rapporteren minder psychische klachten. Maar ook wanneer jongeren iemand hebben bij wie ze terecht kunnen, die hen steunt en naar hen luistert, hebben ze minder klachten. Tegelijkertijd heeft een kwart van de jongeren nauwelijks iemand bij wie ze kunnen aankloppen. Hier ligt dus een belangrijke taak voor het onderwijs. Leraren zien hun leerlingen iedere dag. Samen timmeren ze aan hun toekomst. Terecht werken ze hard aan kennis en schoolse vaardigheden. Maar wat met emotionele en sociale vaardigheden? Hoe ga je om met stress, hoe krop je emoties niet op maar kanaliseer je ze op een gezonde manier, hoe reageer je op conflicten? Maar ook: hoe leer je je grenzen kennen en trekken, bij wie klop je aan als je je even niet goed voelt? Zonder die vaardigheden kunnen jongeren niet uitgroeien tot mentaal gezonde en stabiele volwassenen. Veel leraren voelen intuïtief hoe belangrijk die vaardigheden zijn en zetten erop in, dit jaar nog meer dan andere jaren. Mentaal welbevinden - weten hoe je goed voor jezelf en voor anderen kan zorgen - verdient een meer prominente plaats in het onderwijs en de eindtermen. Maar ook de leraren zelf zijn belangrijke rolmodellen; zij tonen hoe ze zelf omgaan met emoties, stress en conflicten. Ze maken online, in de klas of op de speelplaats tijd voor een babbel. Ze luisteren echt. Hoe hard leerlingen dat waarderen en nodig hebben, blijkt oorverdovend mooi uit de 18000 reacties op de Leraar van het Jaar-verkiezing van Klasse. Het thema in dit corona-jaar: leraren houden geen afstand. Al vinden niet alle leraren het even makkelijk om in gesprek te gaan. Sommigen voelen zich onbeholpen of durven niet. Want hoe reageer je als een leerling je toevertrouwt dat hij/zij diep zit? Dat geven lerarenopleidingen of nascholingen onvoldoende mee. Drie dingen zijn hierbij cruciaal: negeer of minimaliseer signalen niet, spreek je leerlingen aan en laat ze niet los, en ken de organisaties waarnaar je kan doorverwijzen. Leraren hoeven geen psycholoog of hulpverlener te zijn. Maar ze zijn wel vaak het eerste aanspreekpunt, die jongeren kunnen steunen en helpen, en wanneer nodig kunnen gidsen richting professionele hulp. Het mentaal welzijn van jonge mensen is de verantwoordelijkheid van ons allen: ouders, gezinnen, families, vrienden, jeugdleiders, sporttrainers, ... Maar ook het onderwijs speelt hier een belangrijke rol, en als we erin slagen een betere en vlottere verbinding te creëren tussen onderwijs en zorg, dan kunnen we in de toekomst hopelijk vermijden dat jonge mensen in psychische nood alleen achterblijven. Inez Germeys is Hoogleraar Contextuele Psychiatrie aan de KU Leuven. Ze is lid van werkgroep Psychologen en Corona.